Alex Roeka: een zanger die ook buiten zijn nummers geweldige teksten heeft




Een week voor verkiezingsdag bleek het niet de televisiedag van Segers vs. Marijnissen, van Hoekstra op het Nieuwsuur-rooster of van Rutte en Kaag die bij Jinek niets op de spits dreven en samen optrokken als de vragen van Eva Jinek echt scherp werden.
Het was de avond van de rug van Alex Roeka (75), de ongrijpbare zanger over wie om elf uur de betoverende documentaire Alex Roeka. Engel en beest (NTR) werd uitgezonden. Aan het begin van de film vraagt regisseur Arno Kranenborg aan zijn held of hij „berucht, beroemd of befaamd” is en dadelijk daarna waar wij hem van moeten kennen. „Liever niet”, zegt Roeka achter een Duvel.
Het is een wonderlijke kerel, Alex Roeka, bij wie artiesten van groter faam de behoefte voelen om luid zijn lof te zingen. Na een optreden in Amsterdam komt Huub van der Lubbe hem in de ogen kijken en zeggen dat het echt heel goed was. Want realiseert Roeka zich dat zelf wel genoeg, deze Brabantse notariszoon die op zijn negende naar een kostschool werd gezonden, werkte als zeeman en psycholoog en op zijn vijftigste een cassettebandje naar Jacques Klöters stuurde? Nu is hij, in eigen woorden „een kleine Nederlandse zanger”.
Een zanger die ook buiten zijn nummers geweldige teksten heeft. Dan drentelt hij door de kerk van zijn jeugd en zegt hij plotseling krachtig: „Ik heb soms het verlangen mezelf dood te zingen.” Steeds als er zoiets uit hem is gekomen, draait Alex Roeka zich om en zien we zijn rug, beschermd door een stijve, versleten leren jas.
Roeka heeft een geleerde broer, die hoogleraar is, maar als hij bij hem langs gaat blijkt dat hij diens telefoonnummer helemaal niet heeft. De broer haalt herinneringen op aan schelmenstreken, de zanger antwoordt in korte zinnen. Waarom hij naar een kostschool werd gestuurd: „Mijn vader had ruzie met de hoofdonderwijzer en wilde mij niet bij hem in de klas. Waarschijnlijk had hij hem een keer niet gegroet op straat.” Later mompelt hij iets over een alcoholprobleem.
Tot meer familievorsing voelt Roeka zich niet geroepen. „Wat ik voel is dat ik te weinig voel”, zegt hij bij het graf van zijn ouders. Daar is die rug weer. Hij is een man die je af en toe een glimp van de afgrond toont, maar die geen aandrang voelt om af te dalen – daarin schuilt ook de schoonheid van zijn nummers, die door de documentaire dwarrelen.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.
Bij een bezoek aan het huis waar hij opgroeide wijst hij op wat hij zestig jaar eerder in de kelderdeur kraste: „De hal der kennis.” Hij sloot zich er regelmatig op, bang voor een moordenaar in de buurt. Ook klom hij naar zolder, waar zijn broer altijd alle gevechten won. Alex Roeka is een man van kelders en zolders.
In Amsterdam blijken er adressen te zijn waar Roeka wel langs rijdt in de auto, maar liever niet uitstapt. Zo is er het huis van zijn ex-vrouw („Er waren je hele leven vrouwen die zich over je hebben ontfermd”, zegt zijn huidige vriendin als ze door een tunnel rijden) en, een stukje verderop, het huis van zijn zoon. Die moet nu een jaar of vijfendertig zijn, zegt Roeka. Hij had weleens de verkeerde dingen tegen hem gezegd, vermoedens uitgesproken over autisme. „Ik heb altijd twijfels gehad, dat zal hij wel gevoeld hebben.”
Een paar jaar geleden was hij hem ineens tegengekomen op de pont over het IJ. In de paar woorden die in de overtocht pasten, stelde Roeka voor om af te spreken, maar daar had zijn zoon geen zin in: „Ik heb niets met jou.” Aan de overkant stapte de zoon op. „Hij fietste steeds harder, tot ik het in draf niet meer bij kon houden.” Zo bleef van de zoon alleen de rug over. Iets zegt me dat die jongen op zijn vader lijkt.

Nieuwsbrief
NRC Kijktips

Wat moet je deze week kijken? Tips voor boeiende programma’s, series en films

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *