Alle Nederlanders hebben récht op sport en bewegen




Het is allang pijnlijk bekend – en toch is het goed dat het weer is onderzocht en bevestigd. Overheden falen in hun streven om méér kinderen uit arme gezinnen te laten deelnemen aan sport en beweging. Het blijkt uit een recente studie van het Mulier Instituut. Minder dan de helft van de kinderen (tot 13 jaar) van ouders met een laag inkomen is lid van een sportclub, tegenover driekwart van hun leeftijdgenoten uit gezinnen met een hoog inkomen. Bij jongeren (vanaf 13 jaar) gaapt een kloof tussen bijna 60 procent uit arme gezinnen, tegenover ruim 85 procent uit rijke.

Paul Dirkse en

Simone Kukenheim zijn wethouders voor o.a. sportbeleid in respectievelijk Leiden en Amsterdam. Zij zijn lid van D66.
Het probleem beperkt zich niet tot kinderen en jongeren. De beweegcrisis geldt voor alle leeftijden. Een belangrijke verklaring is even pijnlijk als eenvoudig: wie als kind het plezier en de waarde van sport en bewegen niet heeft meegekregen, staat ver op achterstand om er als volwassene nog aan te beginnen. Met als gevolg: een zwakkere gezondheid en minder kansen om sociale vaardigheden en mentale weerbaarheid te ontwikkelen. Dit maakt de kloof tussen arm en rijk er ook één van zwakkere tegenover sterkere vitaliteit. De hele wereld heeft op dit moment een pandemie te doorstaan. Terecht gaan miljarden overheidsgeld naar bedrijven en maatschappelijke organisaties om de samenleving overeind te houden. Tegelijk toont deze crisis ook aan hoe cruciaal een gezonde leefstijl kan zijn om ziekte en tegenslag te overleven.Broze afsprakenOverheden hebben in de afgelopen jaren diverse sportakkoorden, preventieakkoorden en stimuleringsregelingen afgesloten. Mooi natuurlijk, maar het is niet genoeg. Sterker nog, het zijn broze afspraken. Het recht op sporten en bewegen is slecht verankerd als een taak van de overheid. In de Nederlandse Grondwet staat in artikel 22.1: „De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.” Het is een verouderde visie om te stellen dat volksgezondheid louter gebaat is bij voldoende dokters, verplegers en ziekenhuizen. Sportvoorzieningen, toegankelijk voor alle leeftijdsgroepen uit álle wijken, en sterke organisaties zijn een onmisbare schakel in de keten van gezondheid en welzijn. Ten onrechte zijn sport en bewegen voor veel gemeenteraden, provinciebesturen en evenzogoed in Den Haag het kind van de rekening. Bij bezuinigingen wordt al snel gekeken naar budgetten voor sport, in (wat wordt genoemd) de ‘vrije ruimte’. Daarmee is het een speelbal van de politiek.

Lees ook: SP, GroenLinks en PvdA willen meer Nederlanders aan het sporten krijgen

Dat kan zo niet langer, concludeerden diverse Tweede Kamerleden al in NRC van 25 april. Zij onderschrijven het advies van de NL Sportraad om werk te maken van een Sportwet, die overheden opdraagt daadwerkelijk te investeren in een vitale en veerkrachtige samenleving. Vanuit het lokaal bestuur sluiten wij ons daar van harte bij aan.De verschillen per provincie en per gemeente zijn namelijk groot. Over de hele linie is de financiering van sport en bewegen eerder incidenteel dan structureel. Voorzieningen als sportparken, sporthallen, zwembaden en ijsbanen zijn vaak sterk verouderd en slecht onderhouden. Het aanbod van verschillende takken van sport en vernieuwende beweegactiviteiten is vaak schraal en eenzijdig – en bepaald niet overal gericht op verschillende bevolkingsgroepen. De organisatie van de sportsector vraagt om ervaren bestuurders, goed opgeleide trainer-coaches en structurele mogelijkheden voor professionele scholing. BouwenEen Sportwet kan bovendien méér betekenen dan alleen de waarborg dat de sportsector tot de vitale infrastructuur van ons land behoort (letterlijk en figuurlijk). Een dergelijke wet helpt ook belangen te beschermen in een breder verband. Bij bezuinigingen wordt al snel gekeken naar budgetten voor sport Een voorbeeld. Provincies en gemeenten zien zich geplaatst voor de opdracht tussen nu en 2030 één miljoen extra woningen te bouwen. Een snelle scan van recente Omgevingsvisies leert dat hierbij nauwelijks plek wordt ingeruimd voor sport en bewegen. Een Sportwet zal het rijk, provincies en gemeenten verplichten wél voldoende ruimte en faciliteiten voor sport te maken. Nog een voorbeeld. Tal van rechten en plichten gelden om kinderen een optimale leefwereld te bieden: in het onderwijs, de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, de jeugdhulp. Onmiskenbaar leveren sport en bewegen een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen. Maar over dit recht is helemaal niets wettelijk vastgelegd.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.
De NL Sportraad heeft berekend dat we met een structureel extra budget van bijna 1 miljard euro maar liefst vier miljoen mensen méér in beweging kunnen krijgen en houden. Wat een geweldig maatschappelijk rendement zou dit opleveren! Te duur? In de zorg gaat jaarlijks ruim 100 miljard euro om: alleen al uit het oogpunt van preventie zal een extra investering in sport en bewegen een no-brainer zijn. Die zal zich dubbel en dwars terugbetalen.Laat een nieuwe minister voor Sport in de komende kabinetsperiode een Sportwet maken. Het zal een einde maken aan slepende debatten en niet ingeloste beloftes die alle overheden te lang hebben gedaan ten koste van de kwaliteit van leven van miljoenen mensen.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *