‘Anne’ bracht de Bijbel naar het Twents en Twente het land in

‘Anne’ bracht de Bijbel naar het Twents en Twente het land in

[ad_1]


Of hij het alsjeblieft in het Nederlands kon doen, vroeg een vrouw in het publiek bij een van de lezingen van Anne van der Meiden. Deze gaf zijn lezingen in Twente áltijd in het Twents. Hoelang ze al in de streek woonde, vroeg hij. „Achtendertig jaar”, luidde het antwoord. „Achtendertig jaar? U moet zich doodschamen”, zegt Van der Meiden, om vervolgens zijn lezing stoïcijns te vervolgen in de streektaal.„Typisch Anne”, zegt vriend en medeliefhebber van het Twents, Herman Finkers (66). Van der Meiden, geboren in Enschede, was van alles tegelijk. Docent massacommunicatie en bijzonder hoogleraar public relations, vrijzinnig predikant, publicist en theoloog. Maar in Twente en omstreken staat hij vooral bekend om het meer dan 50 jaar preken in de streektaal, en zijn Bijbelvertaling in het Twents. Van der Meiden overleed deze donderdag, daags voor zijn 92ste verjaardag. Vreemde eend„Anne zei heel vaak: „‘n Biebel is ammoal biej wieze van sprekke”, aldus Finkers. „Je moet het niet letterlijk nemen. Daar heeft ie weleens problemen mee gehad in meer orthodoxe kringen.” Van huis uit was Van der Meiden christelijk-gereformeerd, in 1954 maakte hij de overstap naar de hervormde kerk. „Binnen die vrijzinnige protestanten – toch een beetje een eliteclub – was Anne een vreemde eend in de bijt”, zegt Wim Berkelaar (60), historicus en protestantismekenner aan de VU. „Hij was weliswaar een professor, maar tegelijkertijd een echte volksman.” Van der Meiden sprak op dezelfde manier met de koningin – hij trouwde in 2005 prins Floris – als met de postbode, zegt ook Finkers. „Dat eerste alleen niet in het Twents.”Zelf lid van meerdere kerken, was Van der Meiden groot voorstander van het bijeenbrengen van allerlei gelovigen en niet-gelovigen. Het is Van der Meiden die heel Nederland voor het eerst in klare taal laat kennismaken met de orthodox-gereformeerden. Zijn in 1968 uitgebracht boek, Welzalig is het volk, portretteert de voor de massa veelal verborgen ‘zwartekousenkerk’. Berkelaar: „Dat kon hij goed als communicatieman, in glasheldere termen uitdrukken wat zij dachten.”Van der Meiden studeerde theologie én communicatiewetenschappen. „Een niet veelvoorkomende combinatie, passend bij zijn eigenzinnigheid”, zegt Berkelaar. Van der Meiden is de oervader van het vak public relations in Nederland, en de eerste die de bijzondere leerstoel aan de Rijksuniversiteit Utrecht bekleedde. Zijn colleges over communicatie trokken studenten in zulke getale – soms wel meer dan 1100 – dat de universiteit de Pniëlkerk moest afhuren om iedereen mee te laten genieten. Ook zijn preken zijn steevast goed opgebouwd. Mensen luisterden maar al te graag naar hem. Finkers: „Als hij op de preekstoel stond, dacht je als toehoorder: die weet het.” Natuurlijk overwichtEen strenge, dogmatische man was Van der Meiden allerminst. Annemike van der Meiden (61), een van zijn vier kinderen, typeert hem als „ontzettend lief”. „En hij had altijd een grap klaar, in elke situatie vond hij een manier om er lucht in aan te brengen.” Zijn natuurlijk overwicht deed niets af aan zijn zachtaardigheid, zegt Finkers. „Hij zou een goede Sinterklaas zijn geweest.” Van der Meiden zelf gaf vaderlijke kwaliteiten een 6,5, zegt zijn dochter. Omdat hij zo’n harde werker was.” Van der Meiden schreef zo’n veertig boeken, maar zijn vertaling van de Bijbel in het Twents, de Biebel in de Twentse sproake was zijn magnum opus. „Ik was vol bewondering”, zegt Finkers, die in de begeleidingsgroep van dat project zat. „Op de nieuwe Bijbelvertaling is per boek een heel team van vertalers en deskundigen losgelaten. Hij deed het allemaal in zijn eentje.” „Met de buurman deed hij op een gegeven moment een wedstrijd vroeg opstaan”, herinnert zijn dochter. „Toen zat hij na een tijdje al om half vijf al achter zijn bureau.” Zijn nimmer aflatende belangstelling voor anderen en aangeboren antenne voor mensen die het moeilijk hadden, maakte als vader veel goed. Zijn dochter: „Op zijn kantoor aan de universiteit kwam hij binnen, peilde hij de sfeer en pikte hij er iemand uit. ‘Kom jij maar even mee.’ Dan kwam er koffie, werd er uitgehuild, en konden ze weer verder.”HersenbloedingIn 2017 krijgt Van der Meiden een hersenbloeding. „Sindsdien was het moeilijker de communicatie op gang te houden”, zegt zijn dochter. „En dat deed hij wel het liefste. De telefoon bedienen werd ingewikkeld. En hij had de pech dat zijn kinderen in het westen woonden, die konden er niet elke dag zijn.”

Lees ook dit interview met Herman Finkers over de Twentse film waarin hij een hoofdrol vertolkt: ‘Makkelijk succes is vervelend. Helemaal als ze om alles lachen, behalve om de clou’

Voor de dood was Van der Meiden niet bang, zei hij vlak na zijn hersenbloeding, in een interview met Tubantia. „De dood zelf is een zekerheid. Meer kan ik er niet van maken.” Hij herinnert zich de woorden van zijn oma. “Als het over de hemel ging, zei ze altijd in dat prachtige Twents: ‘Wie zult nog stoan te kiek’n.’ Geen dominee, pastoor of theoloog heeft dat ooit nog overtroffen.”Van der Meiden bracht zijn laatste maanden door in verpleeghuis Krönnenzommer in Hellendoorn. Ook daar bleef hij luchtig, zegt zijn dochter. „In de eetzaal daar bedankte hij na het eten de gastvrouw die het diner zo uitstekend had gemaakt. En of iemand hem naar huis kon brengen?”

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *