‘Asielzoekers in aso-azc’s plaatsen is juridisch ondeugdelijk’

‘Asielzoekers in aso-azc’s plaatsen is juridisch ondeugdelijk’

[ad_1]


De plaatsing van asielzoekers in zogenoemde aso-azc’s is juridisch niet goed onderbouwd. Dit blijkt uit een wetenschappelijk artikel dat is gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad (NJB). Sinds eind 2017 worden overlastgevende asielzoekers opgevangen in aso-azc’s waar zij veel minder vrijheden hebben. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die in de reguliere opvang ruziemaakten, agressief waren, discrimineerden, intimideerden of vernielingen aanrichtten. Volgens het artikel ontbreekt een duidelijke wettelijke grondslag voor sommige maatregelen in het aso-azc en is de toegang tot de rechter lastig. Ook zijn de criteria voor overplaatsing naar deze centra onduidelijk. Dit leidt, volgens het NJB-artikel tot „dominerende, willekeurige, machtsuitoefening”.

Lees ook: Schrijnende gevallen in het vreemdelingenrecht

In het aso-azc (eerst in Hoogeveen en Amsterdam, maar die laatste vestiging is gesloten) wordt de asielzoeker onderworpen aan een sober en streng regime. De beveiligers dragen een pistool. De asielzoeker moet zich twee keer per dag melden via een vingerafdrukscan, participeert in een dagprogramma en mag dagelijks maximaal twee uur naar de „groenstrook”: een stuk gras omheind met „hoog hekwerk en camera’s”. In de reguliere opvang mogen asielzoekers het azc verlaten wanneer zij willen. Asielzoekers die het aso-azc verlaten, kunnen niet terugkomen en verliezen hun recht op opvang. De asielzoekers mogen dagelijks maximaal twee uur naar de „groenstrook”De wet geeft volgens universitair hoofddocent Lieneke Slingenberg, verbonden aan de Vrije Universiteit en auteur van het NJB-artikel, „geen duidelijke bevoegdheid” om asielzoekers over te plaatsen naar het aso-azc en te eisen dat ze zich twee keer per dag melden. De bepaling dat asielzoekers het terrein niet mogen verlaten is volgens haar gebaseerd op een wetsartikel dat daar niet voor bedoeld is. Ook is het volgens Slingenberg erg ingewikkeld om in beroep te gaan tegen opvang in het aso-azc. Een asielzoeker moet twee procedures voeren: één tegen het COA en één tegen de staatssecretaris van het ministerie van Justitie en Veiligheid. In tegenstelling tot in de vreemdelingendetentie „is er geen termijn voor rechtbanken waarbinnen de zaak op zitting moet komen”. Voor sommige asielzoekers, zegt Slingenberg, zit hun verblijf in het aso-azc er praktisch op als hun beroep wordt behandeld.Inbreuk op privélevenDe rechters zelf „denken te veel mee met de overheid”, zegt Slingenberg en toetsen onvoldoende de mensenrechten. „Het aso-azc maakt een zeer vergaande inbreuk op het privéleven en de vrijheid, daar mag willekeur geen enkele rol in spelen. De wettelijke grondslag moet goed worden onderzocht door rechters.” Tot eind 2019 werden overlastgevende asielzoekers op straat gezet. Door een uitspraak van het Europese Hof van Justitie mag dat niet meer. Vorig jaar vocht een Angolese asielzoeker opvang in het aso-azc aan, omdat die in strijd zou zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank in Groningen stelde de man in het ongelijk; het COA mag asielzoekers blijven opvangen in het azc. Het ministerie van Justitie en Veiligheid zegt kennis te hebben genomen van de publicatie in het NJB: „We gaan die bestuderen.” Uit onderzoek van de Volkskrant bleek dat de opvang voor lastige asielzoekers een kostbare aangelegenheid is. In 2017 werd 1,2 miljoen euro uitgegeven aan de aso-azc’s, maar er zat slechts een handjevol asielzoekers. Overplaatsing naar het aso-azc in Hoogeveen moet er voor zorgen dat de rust terugkeert in de reguliere opvang en overlast en criminaliteit rond azc’s afneemt. Van gedragsverandering bij de lastpakken blijkt geen sprake. Deze doelstelling „lijkt te hoog gegrepen”, oordeelde het onderzoeksinstituut WODC eind 2019.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 12 april 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *