Bange Roemeen worden uitgebuit in Limburg

Bange Roemeen worden uitgebuit in Limburg

[ad_1]


69 stapelbedden in een kleine 15 slaapkamers. Geen rookmelders, brandblussers of vluchtwegen. Niks is schoongemaakt. Alle koelkasten propvol met eten. Overal vuil. Geen ventilatie. Tralies voor de ramen. Bovenste stapelbedden raken bijna het plafond. Gasflessen en gasbranders vlakbij de slaapkamers. De bevindingen van een sociaal rechercheur van de gemeente Maasgouw laten niets aan de verbeelding over. In een interne gemeentelijke rapportage, in bezit van NRC, beschrijft de ambtenaar in welke situatie zo’n 50 voornamelijk Roemeense arbeidsmigranten worden aangetroffen in een boerderij in het Limburgse Linne. De vondst leidde deze week tot veel publiciteit en verontwaardiging, ook omdat burgemeester Stef Strous meteen zei „zelden zo een mensonterende situatie te hebben meegemaakt.” De gemeente Maasgouw heeft de locatie waar de arbeidsmigranten leven twee keer gecontroleerd, met de Inspectie SZW en de vreemdelingenpolitie. Eerst op 20 mei, maar als blijkt dat er dan nauwelijks mensen aanwezig zijn, wordt besloten een week later ’s avonds terug te komen. De rapportage spreekt van vijftig arbeidsmigranten, waarvan een deel een verwaarloosde indruk maakt. Het zijn vooral Roemenen, waarbij een groep ouderen meteen de aandacht trekt. Ze hebben fysieke klachten, spreken alleen Roemeens en zijn totaal afhankelijk van de voorman van de groep. Bij de controle is die Roemeense voorman volgens de rapportage onder invloed van alcohol. Hij intimideert de ambtenaren, en de groep arbeidsmigranten lijkt bang voor hem. Dat blijkt vooral als ze een verklaring afleggen tegenover de Inspectie. „Bij het afleggen van de verklaringen richting de Inspectie SZW zocht de voorman contact met de arbeidsmigranten, verbaal en non-verbaal, mogelijk om verklaringen te beïnvloeden”, stelt de sociaal rechercheur. Zijn conclusie is helder: „Alle ingrediënten voor arbeidsuitbuiting zijn aanwezig.” Volgens burgemeester Strous wijst alles er op dat de mensen in dienst zijn bij de eigenaren van de boerderij, en dat er geen uitzendbureau bij betrokken is. Ze zouden op aspergevelden in Limburg hebben gewerkt, het salaris zouden ze hebben ontvangen via de voorman. „Dit waren afgepeigerde mensen die angstig in een hoekje zaten, het raakte me enorm.” Na de ontdekking volgt de vraag: wie is verantwoordelijk voor wat? Niemand wordt gearresteerd, de Inspectie SZW laat weten onderzoek te doen naar mogelijke onderbetaling en te lang werken, dat onderzoek zal „nog enige tijd” duren. Burgemeester Strous sommeert wel dat de groep binnen 24 uur moet vertrekken, en dat gebeurt, de dag erna zijn ze weg.

Lees ookZe wonen met elf man in één huis en de gemeente heeft er geen zicht op

Niemand weet waar ze zijn gebleven, zegt burgemeester Strous. „Dat is de verantwoordelijkheid van de werkgever. Ja, dat voelt wrang, omdat die mensen misschien nog steeds in die kwetsbare positie zitten. Ik heb me de laatste dagen afgevraagd of wij ze als gemeente hadden moeten opvangen. Maar dat is formeel niet onze verantwoordelijkheid, we hebben niet zomaar een vakantiepark beschikbaar. Dit verhaal toont aan: ons systeem in Nederland is er niet op ingericht dat we deze mensen na ontdekking van de autoriteiten fatsoenlijk kunnen opvangen.” Het is niet het eerste incident met arbeidsmigranten in Nederland. Mei vorig jaar onthulde NRC hoe Roemenen in de vleesindustrie te maken krijgen met onbetaalde overuren, slechte huisvesting en een verstikkende angstcultuur. In november vorig jaar bleek uit een rondgang van NRC dat Nederlandse gemeenten geen zicht hebben op de arbeidsmigranten in hun gemeenten: ze wonen vaak in spookwoningen, panden die op papier onbewoond zijn.

Lees ookHoe Roemenen onder barre omstandigheden werken in Nederlandse slachthuizen

Afgelopen oktober presenteerde oud-SP-leider Emile Roemer zijn rapport ‘Geen tweederangsburgers’, over misstanden rondom arbeidsmigranten. Roemer komt daarin met vijftig voorstellen, waaronder registratie van alle arbeidsmigranten, certificering van uitzendbureaus en minimaal 15 vierkante meter leefruimte. Het kabinet zegt in december de aanbevelingen van Roemer te steunen, maar wijst er wel op dat de naderende verkiezingen er toe leiden dat het niet alle aanbevelingen kan uitvoeren. Wel wordt gestart met de voorbereidingen om tijdelijke verblijfadressen van arbeidsmigranten te registreren, wat nu vaak niet gebeurt.Volgens Roemer is met zijn rapport amper iets gedaan, maar kan dat niet wachten tot een nieuw kabinet. „Afgelopen tien jaar is het probleem onvoldoende onderkend en zijn er geen structurele oplossingen gekomen.” Kamer wil registratieplichtDeze week stelden Kamerleden Steven van Weyenburg en Marijke van Beukering (D66) met SP-Kamerlid Bart van Kent schriftelijke vragen aan minister Wouter Koolmees waarin ze stellen dat een registratieplicht snel moet worden ingevoerd. „Als alle arbeidsmigranten zich verplicht moeten registreren, dan kan zoiets als in Linne veel minder snel gebeuren”, zegt Van Kent. „Het komt dan uit als je met zestien mannen in een pand woont. Het gevolg: er kunnen lang niet zoveel arbeidsmigranten in Nederland verblijven als nu het geval is, want zoveel huizen hebben we niet. Ik vermoed dat er daarom geen haast wordt gemaakt.”Wat er in het kerkdorpje Linne deze week werd ontdekt, heeft voor burgemeester Stef Strous „de ogen geopend”. De bestuurder zegt dat Nederland zich op landelijk niveau moet afvragen of het nog wel te doen is om zoveel arbeidsintensieve activiteiten in Nederland te laten plaatsvinden. „We halen mensen uit Oost-Europa hierheen, waar ze voor een schijntje onze asperges steken of in de vleesindustrie werken. Maar we hebben geen huizen voor ze, waardoor er dit soort situaties ontstaan. Het is wat mij betreft tijd voor de fundamentele discussie: moeten we een deel van dit soort arbeidsintensieve sectoren niet naar Oost-Europa verplaatsen?”

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *