‘Belastingschulden het meest problematisch voor cateraars, kledingwinkels en taxibedrijven’

‘Belastingschulden het meest problematisch voor cateraars, kledingwinkels en taxibedrijven’

[ad_1]


Tijdens de lockdown opgebouwde belastingachterstanden concentreren zich in een paar sectoren van het Nederlandse bedrijfsleven. Gevolg is dat de fiscale schuldenberg herstel van economie als geheel maar beperkt in de weg zal staan. Het betekent ook ondernemers in sommige bedrijfstakken betalingsachterstanden hebben opgebouwd die ze nagenoeg onmogelijk binnen de gestelde termijn van drie jaar kunnen wegwerken. Dat blijkt uit een rapport van ABN Amro dat deze maandag is gepubliceerd. De mogelijkheid uitstel te krijgen van belastingen was (en is) een belangrijke steunmaatregel van de Nederlandse overheid om bedrijven door de coronacrisis te helpen. Ondernemers hebben er gretig gebruik van gemaakt: in totaal bouwde het Nederlandse bedrijfsleven voor 16 miljard euro aan schulden op bij de Belastingdienst. Maar absolute, generieke bedragen zeggen niet zoveel als het om schulden gaat. Het gaat erom hoe die precies zijn verdeeld en welke inkomsten er in normale tijden tegenover staan. Dat heeft ABN Amro nu per bedrijfstak en ook binnen sectoren in kaart gebracht op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en eigen transactiedata. Meer specifiek vergeleek de bank de totale gemiddelde schulden per bedrijfstak met de winsten die werden gemaakt in 2019, het laatste volledige jaar voordat de coronapandemie uitbrak. Zo schetst ABN Amro een beeld van de belastingdruk die sectoren boven het hoofd hangt, uitgedrukt in het aantal maandelijkse winsten die ondernemingen moeten overmaken aan de Belastingdienst om hun achterstanden binnen de gestelde termijn van drie jaar – gerekend vanaf 1 oktober van dit jaar – weg te werken.Cateraars in grote noodHet onderzoek laat zien dat vooral cateraars, kleding- en modezaken en ‘personenvervoerders’ (onder meer taxibedrijven) een groot probleem hebben. Ook horeca, warenhuizen en uitzendbureaus torsen belastingschulden die een grote hap uit de verwachte inkomsten nemen als die schulden inderdaad vóór 1 oktober 2024 moeten zijn terugbetaald. Voor cateringbedrijven die uitstel hebben gevraagd (zo’n 15 procent) lijkt aflossen binnen de gestelde termijn nagenoeg onmogelijk. Zij moeten, gerekend met de resultaten over 2019, bijna vier jaar lang alle winst opzij zetten voor de Belastingdienst om uit de schulden te raken. Kledingwinkels – waarvan een derde gebruik maakte van de uitstelmogelijkheid – hebben daarvoor gemiddeld 23 maanden nodig, schoenenwinkels ruim een jaar.

Lees ook: Crisis en maar zó weinig bedrijven die in de problemen komen? Dat is verdacht

Binnen de transportsector, die in totaal 2,1 miljard belastingschuld opbouwde, bedraagt de achterstand per bedrijf dat uitstel vroeg gemiddeld 23 maanden winst. Personenvervoer springt er in negatieve zin uit, met een schuld ter hoogte van gemiddeld bijna tweeënhalf jaarwinsten. Ook de horeca krijgt het zwaar, blijkt uit het rapport. Hotels zijn voor het aflossen van de schuld gemiddeld 17 maanden aan winst kwijt; voor restaurants en cafés is dit ongeveer negen maanden. TegemoetkomingGrote vraag is of en zo ja hoe het kabinet de zwaarst getroffen bedrijfstakken tegemoet zal komen. Deze week maakt het kabinet naar verwachting bekend of er verlenging komt van het laatste steunpakket, dat op 1 juli afloopt. Dan komt er mogelijk ook duidelijkheid over de omgang met opgebouwde belastingschulden. De regering staat daarbij voor een dilemma. Vasthouden aan de aflossingstermijn van drie jaar brengt ondernemingen in zwaar getroffen bedrijfstakken die de crisis dankzij overheidssteun hebben overleefd alsnog in de problemen. Bovendien staan torenhoge terugbetalingsverplichtingen investeringen en ondernemingszin in de weg. Dat is slecht voor de economie, ook al zijn de schulden geconcentreerd in enkele bedrijfstakken. Tegelijkertijd is kwijtschelding, zoals wel is geopperd, oneerlijk voor ondernemingen die wél belasting hebben betaald en bovendien mogelijk slecht voor de ‘belastingmoraal’. Ook bestaat het risico dat de overheid zo bedrijven overeind houdt die geen toekomst hebben, vooral in branches als retail en catering die het pré-corona toch al moeilijk hadden. Dat argument geldt ook voor een andere maatregel die op tafel ligt: de aflossingstermijn oprekken naar bijvoorbeeld 5 of 10 jaar. ‘Maatwerk’ heeft daarom de voorkeur, stelt ABN Amro, „waarbij de bedrijven die ‘in normale tijden’ overlevingskans hadden meer tijd krijgen, bijvoorbeeld vijf jaar”. Maar hoe die overlevingskans gedefinieerd moet worden en of zo’n maatregel praktisch uitvoerbaar is, is vooralsnog onduidelijk.

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *