Bevrijd Karel Appel! – NRC




Om uit te leggen waarom Karel Appel op dit moment een van de meest ondergewaardeerde kunstenaars van Nederland is, moeten we even terug naar 1948 – ja, dat is 73 jaar geleden.Het is maart en Appel exposeert voor het eerst een beeld uit een nieuwe serie, Drift op zolder. Niet in een galerie of in een kunstruimte, maar in de etalage van Bar Madrid, een café aan het Amsterdamse Rokin – Appel kent de eigenaar, hij werkt wel eens voor hem als uitsmijter. Voor Drift op zolder heeft Appel, onder andere een oude deur, een stuk stofzuigerslang en een paar zeepkloppers op elkaar gemonteerd en daar ruw een paar ogen op geschilderd – een mensfiguur, maar zo primitief en provocerend als men in Nederland zelden ziet.En dus veroorzaakt het werk een rel: mensen drommen samen voor het café-raam, spreken schande van de ‘kunst’ – er gaat zelfs een steen door de ruit waarachter Drift op zolder staat opgesteld. Dagblad De Waarheid wijdt een klein stuk aan de tentoonstelling, onder de kop ‘Trottoir-roem’, waarin de auteur stelt dat Appel „belust” is „op een ongezonde sensatie” en dat „de getoonde experimenten weinig betekenis” hebben en „een gebrek aan originaliteit demonstreren”. Als ze in Congo „spijkers slaan in de schouders van hun beelden doet Appel het ook; wanneer Max Ernst een draadfiguur componeert op een oude deur doet Appel hem na.”

Karel Appel: Titan Series no.7, 1988 Acryl, Polaroid, touw, hout73,5 x 258 x 15,5 cm
Karel Appel Foundation, c/o Pictoright 2021

Dit Waarheid-stukje bevat daarmee in de kern alle elementen die maken dat het zo stil is in de week dat een van de grootste Nederlandse kunstenaars uit de twintigste eeuw honderd jaar zou zijn geworden.Waar een soortgenoot als Mondriaan voor zo’n gelegenheid grote museumtentoonstellingen krijgt, moet Appel het doen met exposities bij de Amsterdamse galeries Slewe (nu) en Eenwerk (in het najaar) en een ‘Karel Appel do it at home-wedstrijd’ van het Cobra Museum.Het zou helemaal niet zo moeilijk moeten zijn: kijken wie Appel-de-kunstenaar nu eigenlijk wasRolls-RoyceDat is natuurlijk nogal pijnlijk, maar wie naar zijn huidige reputatie kijkt, snapt het wel: Appel is zo ongeveer het zenit van de kunsthistorische periode waarvan op dit moment afscheid wordt genomen. Ga maar na: oude witte man die in zijn jeugd zijn positie bevocht door gretig met het establishment af te rekenen, die voor zijn werk losjes grasduinde bij elke stroming en collega die hij maar tegenkwam en die, eenmaal beroemd, met bijna mathematische precisie veranderde in datgene waartegen hij zich zo fanatiek had afgezet: een belasting-ontduikende patser die in een kasteel woonde, rondreed in een Rolls-Royce Silver Cloud en zijn werk ongegeneerd vercommercialiseerde.Appel is zo ongeveer het perfecte voorbeeld van de romantische avant-gardekunstenaar die alleen maar aan zichzelf en zijn positiebepaling dacht: lees je over hem, dan gaat het van Cobra en rellen en Cobra en kapperszaak, en ‘ik rotzooi maar wat an’ en Cobra en ‘en dat ’m we toffe jongens zijn’. Over zijn werk, laat staan individuele werken, gaat het zelden – vraag mensen naar een beroemd Appel-schilderij en ze komen niet verder dan Mens en dieren uit de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam, dat hij maakte voor de Cobra-tentoonstelling van 1949.Appel kortom, is, weliswaar mede door eigen toedoen, vooral nog een fenomeen. Het wordt tijd weer een kunstenaar van hem te maken.En het rare is: het zou helemaal niet zo moeilijk moeten zijn, Appel losmaken van dat zelfgeschapen imago en kijken wie Appel-de-kunstenaar nu eigenlijk was. Want dat is nog nooit gedaan. Met vertwijfeling denk ik terug aan het laatste grote Appel-overzicht in Nederland, in 2016 in het toenmalige Haagse Gemeentemuseum, dat zo suf was dat Appels reputatie daarvan nog steeds niet helemaal is hersteld.De tentoonstelling was ingericht op basis van categorieën, en die kregen elk een eigen zaal: landschap, portret, naakt, ‘art autre’ – een indeling die funest was, want portretschilderen kon Appel niet, zijn naakten zijn zelden interessant en zijn halve oeuvre verwijst naar ‘art autre’ – maar die zalen moesten vol. Tegelijk ontbraken heel veel van Appels topstukken: geen Kind met vogels uit het MoMA, geen Hiep hiep hoera uit Tate, slechts één (matige) houten collage uit de ‘Vragende kinderen’-serie, geen Drift op zolder.PrakkenHet zag er allemaal enorm vermoeid uit, alsof de makers geen idee hadden hoe ze nog leven in die ouwe Appel konden stampen. En dus maakten ze maar een uitgebluste versie van een negentiende-eeuwse schilder van hem, door zijn werk braaf in aloude kunsthistorische categorieën te prakken.Terwijl dat natuurlijk het domste is wat je met Appel kunt doen. Appel was helemaal niet in kunstgeschiedenis geïnteresseerd, of beter: niet in de kunstgeschiedenis van stromingen en categorieën. Wel hield hij van andere kunstenaars, vooral om uit te vissen wat hij van hen kon gebruiken. Dat klinkt niet aardig, maar zo werkt bijna elke schilder en Appel had daarbij twee ijzersterke punten: hij wist wat hij kon en was absoluut niet bang om buiten zijn eigen kaders te treden.Appels grootste kracht was ongetwijfeld dat hij wist dat hij altijd terug kon vallen op het voor hem kenmerkende ruwe, semi-naïeve, expressionistische gebaar – zijn fundament. Maar in plaats van daar rustig op te blijven zitten, bleef hij voortdurend nieuwe dingen uitproberen en onderzoeken – wat leidde tot een oeuvre met een ongekende breedte en vrijheid.Neem vroege beelden als Staande figuur (1947, Cobra Museum) of Staand figuur (1949, Rijksmuseum) – je snapt best dat De Waarheid hierover opmerkte dat Appel goed naar kunst uit Congo had gekeken, maar het zijn óók beelden van een ongekend vrolijkmakende onbekommerdheid en kracht – branie is hier vermoedelijk het woord.Of neem zijn olijfstronkensculpturen uit de jaren zestig. Of de landschappen uit het midden van de jaren zeventig: plotseling ontdekt Appel Van Gogh. Hij begint zijn landschappen op te bouwen uit van-goghiaans nevengeschikte toetsen – opnieuw: fris, gedurfd, en het lef spat ervan af. Zo gek dat ze nog maar zelden worden geëxposeerd.VisionairAppel is als een octopus die zijn tentakels voortdurend uitslaat naar andere vormen, tijden, ideeën: soms uit het verleden, soms uit zijn eigen tijd, maar hij is zo vrij en visionair dat hij ook regelmatig vooruitloopt op artistieke ideeën die pas later gemeengoed zullen worden: Picasso, Dubuffet, Constant, anonieme Afrikaanse kunstenaars, Basquiat, Baselitz, Cucchi, ze komen allemaal terug. Dat is Appels grote kracht: die voortdurende wisselwerking met de buitenwereld, waarbij hij zelf toch onmiskenbaar de baas blijft.Appel was niet de afgezonderde romantische gigant die zijn generatiegenoten en hun navolgers zo graag van hem willen maken, maar een kunstenaar die voortdurend zocht en experimenteerde, nieuwe verbanden aanging en die naar zijn hand zette – hedendaagser kan het bijna niet.

Karel Appel: Horizon of Tuscany no. 18 (1995, olieverf op doek, 115 x 300 cm).
Foto Karel Appel Foundation, c/o pictoright Amsterdam 2021

Alleen daarom al zijn de twee galeriesolo’s van dit jaar ook de moeite waard: ze bevestigen Appels nieuwsgierigheid. De Horizons of Tuscany bij Slewe is een serie landschappen die Appel in de jaren negentig maakte in zijn huis in Toscane. Dat hadden heel goed bedaagde oude-mannenwerken kunnen worden, maar Appel besloot dat hij op zijn ouwe dag de negentiende-eeuwse landschapsschilders nog even een poepie wilde laten ruiken – en slaagt daar verrassend goed in.

Painted Polaroid Series no. 5 (1989, krijt/inkt op Polaroid 86 x 56 cm).
Foto Karel Appel Foundation, c/o Pictoright 2021

Bij Eenwerk daarentegen zijn later dit jaar een aantal werken te zien uit de jaren tachtig, toen Appel een tijdje experimenteerde met een grootbeeld-Polaroidcamera – wat een curieuze combinatie oplevert van klassieke naakten en het mythisch expressionisme dat in die jaren overal glorieerde. Hoe verschillend ook, gezamenlijk geven deze tentoonstellingen een mooie hint naar Appels reikwijdte: vanaf zijn expressionistische lanceerplatform ontdekt hij voortdurend nieuwe werelden. En dat is Appel op zijn best.Het wordt kortom tijd dat iemand ziet dat Appels oude imago sleets is, hem al jaren tekortdoet en vooral dat het de aandacht afleidt van de Karel Appel die nog wél relevant is: de eclecticus met een gretig, open oog voor de wereld. Die Appel is toe aan een spetterend, onbekommerd overzicht in een groot museum – dat hoeft niet perse het Stedelijk te zijn, dat mag ook best in het Centre Pompidou of het MoMA.Kijk naar zijn werk, zijn hele werk, en besef dat het oeuvre van Karel Appel nog heel veel nieuwe perspectieven in petto heeft. Bevrijd Karel Appel!
Horizons of Tuscany, t/m 27 juni bij Galerie Slewe, Amsterdam. Life-size and larger, 4 september t/m 9 oktober bij Eenwerk Gallery Amsterdam. Karel Appel do it at home-wedstrijd: cobra-museum.nl

Nieuwsbrief
NRC Cultuurgids

Wat moet je deze week zien, horen of luisteren? Onze redacteuren recenseren en tippen

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *