Blijf de aarde trouw – NRC




Twintig jaar geleden reisde ik een vrouw achterna waar ik hartstochtelijk verliefd op was. Ze verbleef met een vriendin in het huis van Bert Schierbeek op Formentera om te werken. Er was een dakterras waar ze gedichten schreef in de schaduw van haar gebogen lichaam.Haar vriendin greep elke gelegenheid aan om me in te wrijven dat ik de rust verstoorde in het huis onder de pijnbomen. Ik maakte me zo klein mogelijk, maar het liefst had zij, Pam Emmerik, me eigenhandig terug op de boot naar Ibiza gezet. Haar vijandigheid gaf onze liefde iets clandestiens, alsof ze door een hogere macht verboden was; we bedreven de liefde met ingehouden adem.Deze inleiding is bedoeld om te vertellen dat Pam Emmerik (schrijver en kunstcritica voor deze krant) de eerste is geweest die ik plastic heb zien rapen langs de kant van de weg. Al prosternerend bewoog ze zich voort langs de stofwegen van het eiland, zwerfvuil rapend waar ze kon. Ze gaf er niet om dat haar handen en haar witte linnen broek er vies van werden, hier was een hoger principe dan de persoonlijke hygiëne aan het werk.Aan Pam Emmerik op Formentera denk ik soms terug wanneer ik tijdens mijn dagelijkse wandeling plastic afval zie liggen in de berm. Liever kijk ik naar de hemel en de vogels, maar als je het plastic eenmaal ziet kun je het niet meer negeren. Het is zoveel dat ik het ten langen leste ben gaan oprapen. Zo werd ik collectioneur van peuken, sigarettenpakjes, schoenzolen, binnenbanden van racefietsen, tiewraps, mondkapjes, werkhandschoenen, snoepwikkels, landbouwplastic en tal van ondefinieerbare zaken uit een grote restcategorie. Vorige zomer vond ik tweemaal een katheterzak met een slangetje eraan in de berm, gevuld met urine. Gehandicapten, dacht ik, die walgend van zichzelf hun pis uit het raampje van de Canta gooiden, tot iemand me vertelde dat wielrenners ook katheterzakken dragen, zodat ze onderweg niet hoeven afstappen.Ook al zijn de mensen slecht, zegt Lao Zi, waarom zou men ze verwerpen?Plastic rapen is Sisiphusarbeid – wat je voor je opraapt groeit achter je weer aan. Ik probeer het Chinees te benaderen, ik bedoel: op de wijze van de oude man uit Quanzhou die elke dag duizendmaal met vlakke hand op een rots sloeg. Toen na tien jaar een afdruk van zijn hand in de steen verscheen, zei hij dat hij er geen bedoeling mee had gehad, hij had het zomaar gedaan.Tussen het verzamelen door peins ik over het onderhanden werk. Het denken gaat te voet. Nietzsche liep zes tot acht uur per dag en noteerde onderweg zijn gedachten. Het werk dat hij maakte in de vruchtbare periode 1879-1889 noemde hij zijn ‘wandelboeken’. Denker des Vaderlands Paul van Tongeren wijst er in zijn boek ‘Nietzsche’ op dat met het wandelen zijn werk steeds aforistischer werd. „Het zijn boeken die wandelend geschreven zijn, waarmee hij zich in een lijn plaatst met mensen als Montaigne vóór hem en Wittgenstein na hem: auteurs die er net als hij van overtuigd waren dat het lichaam in beweging moet zijn om de geest gedachten te laten voortbrengen en ontwikkelen.” Nietzsche zelf: „Zo weinig mogelijk zitten; geen geloof schenken aan een gedachte die niet in de openlucht geboren is, bij vrije beweging, waarin niet ook de spieren feestvieren. Alle vooroordelen komen uit de ingewanden. Het zitvlees – ik zei het al eerder – is de eigenlijke zonde tegen de heilige geest.”Als je wandelt, weet ik uit ervaring, heb je geen tijd om lange verhalen op te schrijven, je notities zijn beknopt, van nature een beetje aforistisch al. Pam Emmerik is er niet meer om haar te vertellen dat ik net als zij een intieme band met zwerfvuil heb gekregen. Nadat ze in 2006 tijdens het slaapwandelen van de trap was gevallen lag ze een maand in coma, herstelde onvolledig en stierf in 2015 op 51-jarige leeftijd, ‘onverwacht’ zoals dat heet. Soms krijg ik nog mail van haar, lege berichten, vanaf haar e-mailadres verzonden. Volgende keer zal ik terugschrijven dat ik eindelijk heb begrepen wat ik toen zag: ze raapte geen plastic, ze boog voor de aarde.
Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 10 april 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 10 april 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *