Boek van Lale Gül verdeelt islamitische gemeenschap




Ik wist niet dat mensen zó boos op mij zouden worden, zei de jonge Turks-Nederlandse schrijfster Lale Gül deze week in het televisieprogramma De Vooravond. Sinds het verschijnen van haar boek Ik ga leven krijgt ze een golf van kritiek vanuit de islamitische gemeenschap over zich heen, tot doodsbedreigingen aan toe. Ze wil stoppen met schrijven, laat ze nu weten.
Lale Gül is een 23-jarige studente Nederlands die opgroeide in een Turks-Nederlands gezin in de Amsterdamse Kolenkitbuurt. Elk weekend ging ze naar de weekendschool van de Turks-islamitische beweging Milli Görüs. Büsra, de hoofdpersoon in haar boek, zet zich af tegen het streng islamitische milieu van haar ouders. Büsra zegt in het boek: ‘Muziek mag niet, daten is verboden, het hebben van vrienden van het andere geslacht is onwettig. Je leuk kleden en opmaken is ongepast, ’s avonds buiten zijn is niet geoorloofd.’
Büsra is niet Lale Gül, maar de strenge regels kent zij maar al te goed, blijkt uit interviews. De kritiek op het verstikkende milieu wordt onder veel Turkse Nederlanders hoog opgenomen. De schrijfster zou de familie-eer geschonden hebben. Ze wordt als afvallige moslim beschreven – een ernstige zaak in strenge moslimkringen – hoewel ze dat zelf, voor zover bekend, niet expliciet zo benoemt.
Kritiek komt ook uit Turkije
In De Vooravond vertelde ze dat ze rekening hield met kritiek, maar niet in de mate waarop het haar nu treft. Haar uitgever Mai Spijkers, die naast haar zat, reageerde tamelijk laconiek toen hem gevraagd werd of hij niet te veel dacht aan zijn uitgeversbelangen en te weinig aan haar veiligheid. Hij zag vooral een vrouw die een „verbijsterend goed boek” schreef.

Lees ook de recensie: in haar vlammende debuut schijnt Güls talent door de waterval van vreemde stijlvormen heen

Delen van het boek en interviews met haar werden vertaald in het Turks, waardoor felle kritiek niet alleen uit Nederland, maar ook uit Turkije komt. Volgens Gül worden zaken ook aangedikt en verdraaid. De politieke partij Denk adverteerde in een onlineadvertentie met de slogan: ‘Wilt u de vijanden van de islam een halt toeroepen?’ De advertentie stond boven een artikel over Gül. Volgens Denk was dat per ongeluk.
Intussen durft Gül niet meer alleen over straat. De Amsterdamse burgemeester, Femke Halsema, heeft contact met haar gehad en zegt dat de politie extra op haar veiligheid let. Als een Amsterdams gemeenteraadslid van Denk Gül tijdens een vergadering betitelt als islamofoob, antwoordt ze dat het wijs zou zijn als hij haar niet in de beklaagdenbank zet maar haar verdedigt.
‘Bedek je zonden’
Arabist Gert Jan Geling is niet verbaasd door de heftige reacties die het boek van Lale Gül oproept. Hij houdt zich sinds 2015 bezig met de positie van ex-moslims en werkt aan een boek. „Ze zitten meestal diep in de kast. Uittreden doe je gewoon niet.” Als je je negatief uitlaat over de gemeenschap waar je uitkomt, word je gezien als verrader, zegt Geling. „Je ziet het aan alles wat Gül nu over zich heen krijgt. Daar zit niemand op de wachten.”
Daarnaast wordt uitstoting gevreesd. Geling: „Men vreest de familie te verliezen, vrienden, maar ook de hele gemeenschap. De kracht van roddel is groot. Ouders schamen zich dood, worden aangekeken op jouw gedrag in de winkel of in de moskee. Je kan dan behoorlijk alleen komen te staan.”
Natuurlijk zijn er veel meer moslims die niet meer geloven of de strakke regels niet volgen, zegt Geling. „Daar is best ruimte voor, zolang je er niet mee te koop loopt. ‘Bedek je zonden’. Hang de vuile was niet buiten. De meeste doen het zo. Daarom valt zo’n verhaal als dat van Gül zo op. Ik denk dat het nog een generatie kan duren voordat daar wat makkelijker mee om wordt gegaan.”
Reacties op afvalligheid
Wie op de sociale media kijkt, ziet wat Geling bedoelt. Behalve de haatberichten krijgt Lale Gül overigens ook veel steun. Privé nog veel meer, vertelde ze in interviews – van zowel moslims als niet-moslims, die soms een vergelijkbaar verhaal hebben over een streng christelijke gemeenschap.
Ook wordt er heftig gediscussieerd over de reactie op afvalligheid. Moet er rekening gehouden worden met de gevoelens van de „achterblijvers” als een gezinslid besluit de islam de rug toe te keren? En er zijn ook ex-moslims met goede ervaringen – krijgen die wel voldoende ruimte?
Zeki Baran, voorzitter van het Inspraakorgaan Turken, vindt dat iedereen moet kunnen vinden wat hij of zij vindt. Ook Lale Gül. Hij vindt vooral de timing van het boek – vlak voor de verkiezingen – heel opvallend. „Dat is geen toeval. Het is iedere keer hetzelfde liedje. Er wordt geprobeerd om de Turkse gemeenschap boos te maken, want dat levert de rechtse partijen stemmen op.”
Correctie (13-3-2021): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Zeki Baran zei dat de Turkse gemeenschap kwaad is. Dat is niet correct. Persoonlijk kent hij niemand die kwaad is vanwege het boek. Baran zegt dat getracht wordt met publicatie van het boek van Gül de Turkse gemeenschap boos te maken. Dit is aangepast.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 13 maart 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

nrc.next
van 13 maart 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *