Byzantijns glazuur sierde islamitisch prestige-object

Byzantijns glazuur sierde islamitisch prestige-object

[ad_1]


De duizend jaar oude geglazuurde tegeltjes uit de mozaïeken uit de Mezquita van Córdoba zijn afkomstig uit het Byzantijnse Rijk, waarschijnlijk West-Anatolië. Dit blijkt uit een uitvoerige analyse van 91 tegeltjes met onder meer een elektronenmicroscoop en een reeks spectroscopische apparaten. Daarbij werd onder meer het glazuur gebombardeerd met een protonenstraal die in het glas een voor de samenstelling kenmerkende röntgenstraling opriep (micro-particle-induced X-ray emission).Dertig tegeltjes bleken afkomstig van negentiende- en twintigste-eeuwse restauraties of bevatten helemaal geen glazuur. Een groot deel van de 61 originele glazuurtegeltjes bleek een hoog boorgehalte te bevatten. En dat verraadt hun Byzantijnse afkomst, zo schrijven de hoofdzakelijk Spaanse onderzoekers onder leiding van Nadine Schibille (Universiteit van Orléans) in het mei-nummer van het Journal of Archaeological Science. Van een aantal tegels lijkt het glasglazuur het resultaat van een menging van Byzantijns en lokaal glas. Daarom is het vermoeden dat Byzantijnse ambachtslieden ook ter plaatse gewerkt hebben, zo rond de jaren 965-972 toen de grote mozaïeken in de moskee werden aangebracht.Woud van zuilen en bogenDe grote moskee van Córdoba, bekend door zijn woud van zuilen en bogen, is gebouwd rond 787 na Chr. en geldt als een van de hoogtepunten van de islamitische architectuur. Het gebouw, dat moskeeën in Medina en Damascus naar de kroon stak, was een symbool van onafhankelijkheid van het emiraat van Córdoba, dat zich rond 750 afscheidde van het kalifaat van Damascus dat toen onder het bewind van een nieuwe dynastie kwam, de Abbasiden. De enige overlevende van de oude dynastie der Ummayaden, Abd al-Rahman I, was toen naar het verre Córdoba gevlucht en had daar – na een lange strijd – vrijwel heel Spanje, dat al in 718 door moslimlegers veroverd was, onder zich verenigd.De mozaïeken bij de gebedsnis, de twee nissen ernaast en in de koepel erboven zijn tweehonderd jaar later aangebracht. Ook die mozaïeken symboliseren weer een hoge machtspretentie, omdat ongeveer veertig jaar eerder de Umayaden-emir van Córdoba zich had uitgeroepen tot kalief: opvolger van de profeet Mohammed als hoogste religieuze autoriteit. Dat gebeurde in concurrentie met de Abassiden-kalief in Bagdad en ook de sjiitische Famitiden-kalief die zich intussen had afgescheiden in Egypte. Een bondgenootschap met de toenmalige vierde grootmacht in het Middellandse Zeegebied, het christelijke Oost-Romeinse Rijk (Byzantium) lag daarom ook voor de hand.Twijfel over herkomstOpmerkelijk genoeg is in Arabische kronieken altijd de Byzantijnse herkomst benadrukt van de mozaïeken in de achtste-eeuwse moskee van Damascus en de even oude in de moskee in Medina en later ook die in Córdoba. Gebruik van het dure Byzantijnse glazuur in hun prestigieuze bouwwerken plaatste de islamitische heersers in de traditie van het machtige Romeinse Rijk en toonde tegelijkertijd hun superioriteit. Er was onder kunsthistorici echter altijd twijfel aan die Byzantijnse herkomst, omdat de opmerkingen in de kronieken ook een literair cliché konden zijn. Dat rond het jaar 1000 Córdoba in het centrum stond van een complex web van handels- en politiek verbintenissen blijkt ook uit een ander recent onderzoek van Nadine Schibille, vorige maand gepubliceerd in Heritage Science. Ze onderzocht in totaal 66 glasfragmenten, afkomstig uit opgravingen van woonhuizen uit die tijd in Córdoba. Uit de versieringen en vooral de chemische samenstelling bleek dat de helft lokaal geproduceerd was, een duidelijke aanwijzingen voor een groeiende glasindustrie. Maar de andere helft kwam uit de meest uiteenlopende streken: Mesopotamië, de Levant, Egypte and mogelijk ook Sicilië.

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *