Curator D-reizen eist merkrechten op in kort geding tegen ex-eigenaren




De curatoren van D-reizen eisen de merknaam op van de reiswinkel die de oud-eigenaren Marije Haeck en Jan Henne de Dijn weigeren af te staan. De curatoren willen dat de twee de merkrechten onmiddellijk verkopen voor 500.000 euro. Dinsdagochtend dient er een kort geding over de kwestie bij de rechtbank Haarlem.
Haeck en De Dijn verwierven het pandrecht op het intellectueel eigendom van onder meer de merknaam D-reizen toen ze het bedrijf op 23 december 2020 overnamen. De curatoren, die vóór het faillissement tijdelijk als stille vennoten optraden, menen dat ze eerder met Haeck en De Dijn afspraken hadden gemaakt over het verkopen van de merkrechten bij een eventueel faillissement of een doorstart.
De kwestie is nu actueel, omdat de curatoren met PrijsVrij Vakanties in Den Bosch een overeenkomst sloten over een doorstart van D-reizen, waarbij ook de cruciale merkrechten zijn inbegrepen. Wie doorstart met D-reizen heeft ook de merknaam nodig. Haast is geboden, zeker nu de zomervakanties geboekt gaan worden, stellen de curatoren in de dagvaarding.
De doorstart met PrijsVrij loopt gevaar nu het duo de merknaam weigert af te staan voor 500.000 euro. „De doorstart dreigt te worden gefrustreerd doordat zij medewerking weigert te verlenen aan de overdacht van de intellectueel eigendomsrechten aan PrijsVrij”, schrijven curatoren Ton Tekstra en Karel Jan Willemse in een dagvaarding in bezit van NRC.

Lees ook: De oud-eigenaren van het failliete D-reizen doen hun verhaal: ‘We lagen op schema. Dat is het zure’

Haeck en De Dijn geven toe dat eerder is gesproken over het aanbieden van de rechten, maar verbonden daar wel voorwaarden aan. De eigenaren zouden betrokken worden bij de procedure over de doorstart, maar claimen dat dit niet (voldoende) is gebeurd. De curatoren ontkennen dit en menen transparant te zijn geweest bij de doorstartprocedure.
2 miljoen euro
De strijd is inmiddels hoog opgelopen. De twee ex-eigenaren proberen de pandrechten met daarin de merknaam in bezit te houden en hebben daartoe zelf ook een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. Haeck en De Dijn vinden dat meer moet worden betaald voor de rechten als een nieuwe eigenaar ze wil gebruiken.
Dat de rechten geld waard zijn, werd eerder al duidelijk. In maart 2021, vlak voor het faillissement, verplaatste het duo de merkrechten, destijds gewaardeerd op 2 miljoen euro, naar hun gezamenlijke holding Selten. Dat wekte argwaan bij de curatoren.
Die eisten dat deze transactie werd teruggedraaid. Dat gebeurde, maar daarmee is de twist over het eigendom nog niet beslecht, aangezien Haeck en De Dijn blijven vasthouden aan het pandrecht op de merknamen.
De curatoren zien daarin kwade opzet. Ze menen dat de ex-eigenaren alleen dwarsliggen om een betere prijs te bedingen. „In werkelijkheid is Selten maar op een ding uit: het creëren van nuisance value (rumoer, red) in de hoop de curatoren alsnog aan de onderhandelingstafel te dwingen en daarmee een zo groot mogelijk bedrag naar zichzelf toe te kunnen trekken”, stellen Tekstra en Willemse in de dagvaarding. „Dat is onrechtmatig en levert misbruik van recht op.”
Het curatorenduo zal dinsdag eisen dat Haeck en De Dijn de rechten onmiddellijk overdragen. Voor het klantenbestand en de inventaris biedt PrijsVrij in totaal nog eens 2,3 miljoen euro, waarmee de overname op 2,8 miljoen uitkomt. PrijsVrij streeft naar werkgelegenheid voor 450 werknemers (van de 1.150 in totaal) en wil doorstarten met 140 van de 350 winkels.
Haeck wil niet inhoudelijk reageren op de dagvaarding en verwijst naar het verweer dat in de rechtszaal zal worden gevoerd. „We zien de zaak met vertrouwen tegemoet.”
‘Blokkeren doorstart’
Curator Ton Tekstra laat op zondag weten dat hij twijfelt aan de waardering van 2 miljoen die Haeck en De Dijn toekennen aan de merkrechten. „Voor het verplaatsen van het pandrecht (met daarin die merkrechten) naar hun eigen BV is in maart niets betaald, of althans daarvoor is geen enkele onderbouwing aanwezig. Ze hadden er net zo goed 100.000 of 5 miljoen van kunnen maken, want ze verkochten aan zichzelf”, appt hij NRC.

Voor de boedelscheider is er geen andere conclusie mogelijk dan dat de directie „een doorstart wil blokkeren en daarmee werkgelegenheid wil elimineren”, stelt hij. „De voormalige directie is alleen met zijn eigen positie bezig en vindt dat de hele buitenwereld hun onrecht heeft aangedaan.”

De bieding die Haeck en De Dijn deden op de boedel, en waarmee ze claimden meer werkgelegenheid te behouden dan PrijsVrij, heeft Tekstra terzijde geschoven. „Hun bieding kende vele zwakke plekken, waaronder het ontbreken van een degelijke financiering. Het bod van PrijsVrij is in alle opzichten beter en bood en biedt een veel structurele oplossing.” Tekstra wijst op de financier achter PrijsVrij: het zeer kapitaalkrachtige Duitse detailhandelsconcern REWE.

Over onderzoek naar misbruik van gelden doet hij geen uitspraak. Tekstra ageert wel tegen het beeld dat Haeck en De Dijn eerder in NRC schetsten dat ze zich voor een minimale vergoeding hebben opgeofferd voor de redding van D-reizen. Vooral de forse betalingen aan het onlinebedrijf van mede-aandeelhouder Haeck passen niet in die lezing, vindt de curator. Haeck, die in het interview verklaarde af te hebben gezien van een managementvergoeding van 20.000 euro, had wel een riante afnamedeal gesloten voor haar onlinebedrijf. „Aan het bedrijf van mevrouw Haeck is vanaf mei 2020 tot datum faillissement nog circa 2,6 miljoen betaald vanuit D-reizen. In een periode dat er bij elkaar 26 miljoen verlies werd gemaakt, op een reiscommissie van 3 miljoen euro.”

Tekstra hoopt dat dinsdag duidelijk wordt dat het in bezit hebben van de pandrechten niet per se betekent dat ook de merkrechten daaronder vallen. „Hopelijk zegeviert de werkgelegenheid van een grote groep trouwe mensen.”

Aanvulling (23/5/2021): Toegevoegd reactie curator Tekstra.

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *