De beschamende vernedering van de Molukkers in Nederland

De beschamende vernedering van de Molukkers in Nederland

[ad_1]


Zeventig jaar geleden kreeg de vader van Noes Solisa een gestencild ontslagformulier uitgereikt, met puntjes op de plaats waar de naam van de betrokkene kon worden ingevuld. Nog steeds als Solisa erover vertelt, raakt hij buiten adem: „Het ene moment ben je iemand, het volgende moment ben je nobody. Daar zit zoveel pijn. Bij onze ouders, onze vaders. Dat werkt door.” Na een korte pauze: „Ik heb nog steeds die woede in mij.”Je krijgt het al snel koud bij het luisteren naar de getuigenissen in Coen Verbraaks interviewserie Molukkers in Nederland (BNNVARA), maar nog lang niet zou koud als de 12.500 Molukkers het hadden toen ze in 1951, rillend in hun tropenkleren („smerig weer was het, in juni!”) in Nederland van boord gingen. De Ambonese KNIL-militairen zouden een halfjaar blijven en dan terugkeren, was hun voorgespiegeld. In plaats daarvan werden ze ontslagen en opgeborgen.Dolende geestenBijvoorbeeld in de het voormalige concentratiekamp Westerbork. Dat was zoetjes herdoopt tot Schattenberg, maar de schimmel stond er op de wanden, de ratten schoten over de vloer en de Drentse wind blies ijskoud door de houten wandjes. De nachten waren aardedonker, een ideale omgeving voor dolende geesten van mensen die een onnatuurlijke dood waren gestorven, voelden de Ambonezen. „Het kon er best wel spoken”, zegt oud-voetballer Simon Tahamata. „Ik ging eens naar het toilet”, vertelt Frieda Tomasoa. „Al voor ik klaar was werd er aan het wc-touw getrokken.” Bedoelt ze echt dat ze zelf niet had doorgetrokken, wil Verbraak weten. „Ik vertel géén fabeltje.”Verbraak, meester van de historische getuigenistelevisie, laat Molukse kinderen in vier delen vertellen over de vernedering van hun ouders; het verhaal is beschamend vanaf de eerste minuut. We horen hoe de Ambonezen zich identificeerden met de Nederlanders in Indië, maar die identificatie was niet wederzijds. Hoger dan korporaal kon een Ambonees niet klimmen. Ron Habiboe: „Ze waren de stoottroepen, de Javanen werden erachteraan gestuurd om te zorgen dat niet alles kort en klein werd geslagen. De Ambonezen waren de enigen die het bloed van de vijand dronken.”

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.
De vaders zaten nog tjokvol oorlog. Er werd veel gedronken en veel geslagen. Johnny Manuhutu: „Bovenin de barak hing een dwarsbalk. Daar werd ik aan opgehangen tot ik net boven de grond zweefde. Dan werd ik geslagen met de militaire koppelriem.” Habiboe was een kind dat zijn veters niet goed strikte. „Vader deed het een keer voor, daarna moest ik het zelf proberen. Elke keer dat het mislukte kreeg ik een pets met hout op mijn vingers. Tot ik helemaal niets meer kon strikken.”„De pijn is wat de Molukkers allemaal delen,” zegt oud-politicus Sam Pormes. De Nederlandse autoriteiten stonden erbij, keken ernaar en zetten soms een hek om een kamp. De burgemeester van Westkapelle stuurde bij onrust de karabijnbrigade; een man verloor zijn oog. Gevraagd waarom hij op ongewapende mannen liet schieten, zei de burgervader in 1956: „Dat geeft toch niet?” Daar werd gezaaid voor de terreurdaden in de jaren zeventig.‘Vertrouw de Nederlander nooit’ Non Aponno kookt nog steeds van woede over de behandeling van de vaders: „Ze hebben voor Nederland moeten moorden, die erkenning wil ik hebben.” De excuses die de koning in 2020 maakte voor het geweld bij de politionele acties, kwetsen haar. Ze roept: „Willem-Alexander, noem ons op! We hebben nooit iets gekregen van die lafaards aan het Binnenhof.” Noes Solisa kreeg het al jong voorgehouden, zegt ze: „Vertrouw de Nederlander nóóit.” Na een aflevering van het ontluisterende Molukkers in Nederland lijkt dat inderdaad verreweg het beste advies.

Nieuwsbrief
NRC Kijktips

Wat moet je deze week kijken? Tips voor boeiende programma’s, series en films

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *