De bieb heeft macht en is niet onschuldig




Als bewaarplaats van boeken lijkt de bibliotheek niet meer van deze tijd. Boeken bewaar je tegenwoordig virtueel in de cloud. En de papieren vorm ervan stoppen we in depots die beter beschermen tegen gevaren als branden dan de openbare ruimte die we associëren met ‘bibliotheek’.Beide praktijken zijn oninteressant en deprimerend. Zinloos. Want boeken hebben nu juist de potentie van de eigen ondergang in zich. In mijn eigen boekenkasten ontdek ik steeds meer boeken die kláár zijn, veelal vergeelde, verkruimelende paperbacks. Met boekenlijm, vloeipapier en stanleymes probeer ik ze te redden. Maar nog liever verslind ik ze.De bibliotheek wil het boek beschermen, het eeuwige leven schenken, maar dit is misleidend. Want tentoongesteld in de kast en klaar om opnieuw te worden gelezen, is het kwetsbaar, ontvlambaar zelfs. Óók figuurlijk. Het boek bevat kennis, geeft macht, zet aan tot denken. In deze paradox – de power van het boek versus zijn broze verschijning – vinden we de kernbetekenis van ‘bibliotheek’.Opvallend vaak staat de bibliotheek in de fik, onlangs weer toen een uitslaande brand een kostbare collectie van de Universiteit van Kaapstad in de as legde. Het beroemdste voorbeeld van de brandende bibliotheek is de Koninklijke Bibliotheek van Alexandrië in 48 v. Chr., waar vele duizenden geschriften in vlammen opgingen toen Julius Caesar tijdens zijn burgeroorlog zijn eigen schepen in brand stak.Beide bibliotheken waren vrijplaatsen voor radicaal denken. De getroffen Jagger Library in Kaapstad huisvestte documenten over voorheen verzwegen geschiedenissen in Afrika, vertelde een onderzoeker. En in Alexandrië was Hypatia de laatste beroemde wetenschapper in de antieke Koninklijke Bibliotheek. Zij was behalve wiskundige en filosoof vooral een doorn in het oog van christenen voor wie kennis een bedreiging vormde. In 415 werd Hypatia gestenigd.

Londen, Holland House, 23 oktober 1940.
Foto Harrison/Fox Photos/Hulton Archive/Getty Images

Onschuldig is ‘de bieb’ allesbehalve. De gevaarlijkste bibliotheek ooit is die in Umberto Eco’s De naam van de roos (1980) waarin een monnik, William van Baskerville, en zijn hulpje Adson in de middeleeuwen een reeks moorden in een Benedictijns klooster in Noord-Italië onderzoeken. De abt waarschuwt William: pas op je tellen als het om de bibliotheek gaat – die is ertoe in staat zichzelf te beschermen. „De bibliotheek is onmetelijk als de waarheid die zij huisvest, bedrieglijk als de leugens die ze bewaart. Ze is een spiritueel én aards labyrint. Je zou binnen kunnen stappen, en je zou er nooit weer uit kunnen komen.”Het blijken profetische woorden. Aan het einde van het verhaal staat de bibliotheek in lichterlaaie en komt de stokoude, blinde monnik Jorge van Burgos om in de vlammenzee. Hij was het die als een seriemoordenaar te werk ging, omdat hij de inhoud van een heidens manuscript geheim wilde houden: het deel van de Poetica dat gaat over comedy. Een boek met „de macht van een duizend schorpioenen”, volgens Jorge. Hiermee doelt hij op Aristoteles die de lach verheft tot kunst waarmee de autoriteit van God in het gedrang komt.Zo toont Umberto Eco ons de brandgevaarlijke bibliotheek waar het boek, vrij toegankelijk voor de massa, explosief kan zijn. En Eco, vijf jaar geleden overleden, kon het weten. Van hem bestaat er een prachtig filmpje waarin hij door zijn eigen bibliotheek in Milaan loopt. Dan stopt hij om een boek te pakken. En blijkt dat hij een dun sigaartje in zijn mond heeft, klaar om te worden aangestoken.

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *