De coronacrisis laat diepe sporen achter in de Nederlandse sportwereld




Het plan lag er al een tijdje. Rond Kerst bedachten ze bij de judobond JBN (30.000 leden) een campagne om de sport te promoten. Honderdduizend gratis judolessen voor kinderen, een jaar geldig, bij zeshonderd clubs over het hele land. Olympisch kampioen én vader van twee dochters Mark Huizinga wilde het gezicht wel zijn van de campagne, er werd een speciale website opgetuigd. En vervolgens gebeurde er maanden niks.Pas afgelopen week kon de judobond de campagne lanceren. Al die tijd moest worden gewacht op versoepelingen van de coronamaatregelen. Binnen sporten mocht niet. Het duurde tot afgelopen zondag, toen werd duidelijk dat het kabinet de ‘pauzeknop’ niet ging indrukken omdat de besmettingscijfers een goede trend lieten zien. De judobond durfde het aan. Dinsdag ging het persbericht eruit en de site in de lucht.Afgelopen woensdag was voor veel sporten een heuglijke dag. Binnensporten, zoals judo en turnen maar ook fitness, badminton en squash, zijn sindsdien weer toegestaan. Dat geldt ook voor buiten sporten in groepsverband, ook voor volwassenen ouder dan 27 jaar. Zolang er maar anderhalve meter afstand gehouden wordt en de groep niet groter wordt dan dertig man. En naast de sportvelden kunnen ook de kantines en clubhuizen weer open voor een biertje, broodje kroket of wat anders lekkers na het sporten.De versoepelingen kunnen echter niet verhullen dat de coronacrisis diepe sporen heeft achtergelaten in de Nederlandse sportwereld. Deze week bracht sportkoepel NOC-NSF nieuwe cijfers uit over sportend Nederland. Het aantal mensen dat wekelijks sport nam in een jaar tijd met een half miljoen af. Meer dan de helft van de sporters ging minder sporten dan ze voor de coronacrisis deden – voor kinderen tussen de 5 en 18 jaar lag dat percentage zelfs op 62. „Dit zijn geen goede cijfers”, zegt voorzitter Anneke van Zanen van NOC-NSF. „We zien dat er sprake is van grote bewegingsarmoede in Nederland. En dat terwijl sporten je niet alleen plezier geeft, maar je ook fitter en weerbaarder maakt. In een pandemie zouden we dus juist meer moeten bewegen. Maar helaas hebben we het omgekeerde zien gebeuren.”Dubbelrol voor bondenVoor veel sportbonden zijn de gevolgen van de coronamaatregelen direct zichtbaar in hun ledenbestanden. Bij 48 sportbonden nam het ledenaantal sinds het begin van de coronacrisis met meer dan 2 procent af. Ook de aanwas van nieuwe leden stokt. Bij turnbond KNGU (251.000 leden) ging de instroom van nieuwe leden van 20.000 naar 3.400, voetbalclubs zagen volgens de KNVB (1,16 miljoen leden) 20 procent minder kinderen zich inschrijven. Nu de beperkingen langzamerhand weer worden opgeheven, vinden de sportbonden zich terug in een soort dubbelrol. Aan de ene kant komt de opdracht Nederland weer aan het bewegen te krijgen deels op hun bord te liggen; een verantwoordelijkheid die ze niet uit de weg willen gaan. „Het is natuurlijk primair de verantwoordelijkheid van mensen zelf om weer te gaan sporten, maar wij kunnen wel proberen ze daarbij te helpen”, zegt Huub Stammes, directeur van de judobond.

Lees ook: De NLsportraad pleit voor een sportwet: ‘Iedere Nederlander heeft recht op beweging’

Aan de andere kant zijn de sportbonden op zoek naar nieuwe leden, soms ten koste van elkaar. De judobond verloor 10 procent van haar leden tijdens de coronacrisis. Directeur Stammes geeft grif toe dat de campagne voor gratis judolessen daarom niet alleen bedoeld is om kinderen weer aan het bewegen te krijgen. „De gezondheidsoverweging is het belangrijkst, maar deze actie heeft ook een economisch motief. We kunnen de leden goed gebruiken. Als iemand maar één sport kan beoefenen, dan toch liever de onze.” Turnbond KNGU lanceerde afgelopen week op sociale media een hashtag (#heteerstemoment) en zette allerlei dans-, gym- en turnfilmpjes online. „Dit moment is voor ons cruciaal”, zegt directeur Marieke van der Plas. „In de zomer gaan de meeste gymzalen weer dicht en dan valt de instroom helemaal weg. We moeten er nu voor zorgen dat het nog een beetje op gang komt.”Bonden geven aan daarbij vooral een ondersteunende rol te spelen. Het is aan de aangesloten clubs en verenigingen leden te behouden en nieuwe aan te trekken, zeggen zij. „Wij proberen ze een soort menukaart van mogelijkheden te bieden”, zegt directeur Erik Gerritsen van hockeybond KNHB (250.000 leden). „Clubs kunnen dan zelf kiezen of ze een zomerkamp organiseren, of proeflessen gaan geven.” In welke mate de bonden daarbij betrokken willen zijn, verschilt. „Wij vinden het echt onze verantwoordelijkheid om onze verenigingen in leven te houden”, zegt Barbara Mura, directeur van Badminton Nederland (37.000 leden). Haar bond heeft een landelijke samenwerking tussen verenigingen opgezet om mensen kennis te laten maken met badminton. Veel van de sportbonden richten zich op de jeugd – deels omdat met name kinderen minder zijn gaan sporten. Maar ook omdat hoe eerder een kind begint met een sport, hoe groter de kans dat het voor langere tijd lid blijft. De badmintonbond heeft speciaal voor kinderen tussen 4 en 12 jaar een jeugdprogramma ontwikkeld. Een sponsor is al vastgelegd, pilots zijn uitgevoerd, en nu is het wachten tot er in de zaal ook groepen kinderen mogen sporten, zegt Mura. Nu mogen er nog maximaal twee mensen de baan op. „We zien dat badminton bijna nooit de eerste sport is voor een kind, vaak omdat ze daarvoor al iets anders zijn gaan doen”, zegt Mura. „Met dit programma willen we ze eerder bij de sport betrekken.”‘Coronasporten’Er zijn ook voorbeelden van bonden die samen optrekken. De turnbond besloot het ‘Nijntje beweegdiploma’, een programma dat in de eigen gelederen werd ontwikkeld voor kinderen van 2 tot 5 jaar, te delen met de voetbal-, volleybal- en hockeybond. „Dat was wel echt even wennen”, zegt Van der Plas. „Samenwerken met andere bonden is van oudsher ingewikkeld. Maar voor concurrentie waren we niet bang, kinderen beginnen bij ons en gaan dan later een andere sport erbij doen.” Wat meehielp bij de beslissing samen te werken, zegt Van der Plas, was dat de andere sportbonden ook veel jeugdleden hebben. „En het is simpelweg ook zo dat we het als directeuren goed met elkaar kunnen vinden.” Niet elke bond zag leden vertrekken. Sporten als tennis en golf profiteerden juist, omdat die wel beoefend mochten worden. „Tennis heeft wel garen gesponnen bij de coronacrisis”, zegt Erik Poel, algemeen directeur van de KNLTB (567.000 leden). „We waren een van de eerste sporten die weer open mochten, en daarna mochten we ook open blijven.” Sinds mei 2020 heeft de bond er 51.000 nieuwe leden bij gekregen.Voor deze sporten geldt weer een ander gevaar: bestempeld worden als ‘coronasport’. „Als we zo afgeschilderd worden”, zegt Poel, „zou het kunnen dat mensen massaal afhaken als alles weer normaal wordt. Dat moeten we voorkomen.” Daarom biedt de tennisbond haar verenigingen onder meer verschillende wedstrijdformats via een app aan. „Als mensen een potje kunnen spelen, blijven ze vaker hangen”, zegt Poel.Los van hun eigen situatie zeggen de sportbonden dat de versoepelingen voor de sport veel te lang op zich hebben laten wachten. Het overleg met het kabinet over versoepelingen verliep „moeizaam”, zegt Poel van de tennisbond. „Het lijkt wel alsof ze in Den Haag sport niet als oplossing, maar als onderdeel van het probleem zien.” In de tussentijd hebben de sportbonden in de wacht gestaan. „We hebben al maanden plannen klaarliggen voor regionale competities”, zegt Jan Dirk van der Zee, directeur amateurvoetbal bij de KNVB. „Maar het was almaar wachten op een ‘go’ van het kabinet.” Hij hoopt dat er in juni nog een jeugdcompetitie kan worden opgezet. De hoop voor een seniorencompetitie heeft Van der Zee inmiddels opgegeven.Want er mag buiten dan wel weer gesport worden in groepsverband, de verplichte anderhalve meter afstand voor volwassenen ouder dan 27 jaar maakt trainingspotjes bij sporten zoals voetbal en hockey onmogelijk, en wedstrijden tegen andere clubs zijn nog niet toegestaan. „Eerlijk gezegd waren wij erg teleurgesteld over deze versoepelingen”, zegt Gerritsen van de hockeybond. „Je mag bij onze clubs inmiddels wel op het terras zitten, maar geen wedstrijdje spelen. Terwijl dat heel belangrijk is om onze leden weer even te laten beseffen hoe leuk de sport is.” Net als de voetbalbond acht Gerritsen competitiewedstrijden voor senioren niet haalbaar, maar hij hoopt wel dat „trainingspotjes op de eigen club ook voor iedereen ouder dan 27” nog toegestaan worden. SportzomerGelukkig voor de bonden komt er een drukke sportzomer aan. Met onder meer het EK hockey (in Amstelveen, vanaf 4 juni), het EK voetbal (vanaf 11 juni) en de Olympische Spelen (vanaf 23 juli) in het verschiet, willen de sportbonden de verwachte toename in aandacht kapitaliseren. „We gaan wel proberen het EK en de Olympische Spelen in te zetten voor ledenwerving en ledenbehoud”, zegt KNHB-directeur Gerritsen. Hoe precies, daar wordt nog aan gewerkt. Bij de voetbalbond zijn ze blij dat zowel het Nederlands elftal mannen (bij het EK) als de vrouwen (bij de Spelen) deze zomer in actie komen. „Bij zulke toernooien zijn er altijd weer mensen die het voetbal zullen omarmen, dus dat gaat ons zeker helpen”, zegt directeur Van der Zee. Maar dat valt in het niet, zegt hij, bij wat het meest zou helpen: verdere versoepelingen. „Zodat je weer normaal kunt voetballen.”

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *