De duivel is er meestal bij




Lieve mensen van de Provinciale Staten in Flevoland. Jullie willen wel het kunstwerk van Rudi van de Wint op jullie Knardijk, maar jullie willen niet weten dat het ‘De Tong van Lucifer’ heet. Aanstootgevend vindt een aantal van jullie dat, het beeld mag alleen staan en bestaan als het De Tong heet. Het is volgens een cultureel gedeputeerde „een neutraal, a-religieus kunstwerk”. Dus Lucifer hoeft niet. Vergeet het maar. Uit een kunstwerk wegpoetsen wat je niet wilt weten, dat kan niet. De titel is deel van het werk, Van de Wint noemde deze sculptuur De Tong van Lucifer, dus die gevallen engel is part of the deal. En het is hartstikke religieus.Soms maakt kunst bang. Geeft niet, daar word je helder van, want wie bang is gaat nadenken. Mij overkomt dat in de Amsterdamse galerie Vriend van Bavink, waar ik de foto’s van Kadir van Lohuizen en Yuri Kozyrev bekijk. Ik zie sneeuw en ijs. En ecologische rampzaligheid. Enerzijds geniet ik, want het zijn prachtige beelden. Anderzijds word ik onverdraaglijk verdrietig. De duivel likt hier lustig rond.Zullen we die nare foto’s dan maar afdekken? Weghalen? Ontkennen? Alsof de ramp dan stopt, het ijs niet meer smelt, de witte beren er weer tegen kunnen. Alleen kleuters geloven dat iets verdwijnt als je je handen voor je ogen slaat.

Kadir van Lohuizen: Kangerlussuaq – Greenland. Uit de serie Arctic New Frontier.
Foto Kadir van Lohuizen/Gallery Vriend van Bavink

Lees ook: ‘De Tong’ keert terug op de Flevolandse Knardijk

Twee wereldberoemde fotografen, de ene bewonder ik, van de ander heb ik nog nooit gehoord, maar ze zijn aan elkaar gewaagd en hun thema is hetzelfde. Verwoestende ijsbrekers, godgeklaagde fabrieken (stel je dat zo’n ding op de Veluwe voor en je wordt misselijk), een monumentale foto van een zwaar halfnaakt mannenlijf – een soort prematuur In Memoriam: dit is de laatste traditionele Inuit, terwijl buiten het ijs slinkt en het wild uitsterft. Alles wat de fotografen laten zien is zo mooi, zo mooi. En het voelt zo lelijk. Ga je nog even mee naar onze opening?, vraagt Ruben, de galeriehouder. Opening? Natuurlijk! Voor het eerst in een jaar. Daar ontmoet ik een jonge man met een dromerig gezicht en een Ajax-das en een jonge vrouw vol woestigheid, een soort instant vriendin. Ze heten Anan Striker en Renée van Trier en hun expositie heet Frivolous Demands. Ook al kenden ze elkaar niet, ze schilderden letterlijk samen, op rolgordijnen die ze plat op de grond legden, vertellen ze. „Gaf dat geen ruzie?” Nou dat niet, al schrok Anan wel eens als Renée iets van hem overschilderde. Maar dan accentueerde hij in haar kleurgeweld weer onverwachte lijnen – hij wijst op een been en ik zie ineens een gebogen figuur op de wc. Het resultaat is, wil ik maar zeggen, vervaarlijk. Magische taferelen, die vragen om lang bekeken te worden, dan zie je steeds meer. Of de duivel ermee speelt.

Nieuwsbrief
NRC In Beeld

De mooiste fotografie en de beste tips, geselecteerd door de fotoredactie

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *