De grote drie keken in Sanremo naar elkaar toen de sterkste renner ging




Alles gaat z’n zaterdagse gangetje, in de straten van Sanremo, als driehonderd kilometer verderop in kouwelijk Milaan nog voor tienen een peloton wielrenners de schoenen aan de pedalen klikt, en begint aan een jaarlijkse monstertocht de winter uit en de lente in. De grootste van ‘de grote drie’ draagt een witte koersbroek; de tot halfgod gemaakte wielrenner begaat geen heiligschennis, en een modeflater evenmin. Het gaat nog wel zeven uur duren voordat aan de Via Roma tumult losbarst. Voordat helikopters als gieren boven de straten zwermen, speurend naar renners die sterven in schoonheid. En voordat winkeliers op last van de gemeente hun zaken moeten sluiten. Alleen dan kon La Primavera doorgang vinden. Het moest maar. Voor de koers wijken is doenlijk in Italië. Maar nu nog worden er marktkramen uitgestald, met fruit, verse vis, prullaria. De regio Ligurië heeft coronacode rood voorlopig weten te omzeilen, dus men doet er goedgemutst de boodschappen, is in hardloopschoenen geschoten of op een racefiets gesprongen, waarvoor soms meer geld is uitgetrokken dan werd besteed aan de auto voor de deur. Oostwaarts gaat het over een piekfijne pista ciclopedonale, langs de uitgestrekte Middellandse Zee. De onbelemmerde zon is een groot cadeau voor alles en iedereen die dat eind maart niet gewoon is. Zie de palm- en olijfbomen swingen in de wind, de boten die met gebolde zeilen op de horizon af varen – hoop in een atmosfeer van besmettelijkheid. Op de toppen van de Ligurische heuvels nemen mannen op de terrassen van koffiebars in hun winterjas weggestoken de voorbije week door, als ze niet verkozen zich op hun rijwiel met een generatie jonger te meten tot het snot ze tijdens een eindsprint in bellen uit de neus kwam. „Quanti anni”, roept de verslagene, na even op adem te zijn gekomen. „Dertig, meneer”. Hij kan opgelucht zijn zaterdag vervolgen. „Ik ben 54!” Hij keert om en wacht zijn fietsmaten op, die nog lang niet boven zijn, terwijl zijn meerdere het gelaat tevreden in het zonlicht steekt.Slaperige oasesDe rust van het dorpje Cipressa, op een zaterdagochtend in maart. Geen kind in het klimrek, geen rijen voor een koffie en een abrikozentaart to go. Een Duits heerschap woont er al twintig jaar. Je kunt wel zien dat de gemoedelijkheid van het mediterrane land hem goed heeft gedaan. Vreemdelingen heet hij welkom, in het gehucht hoog boven de zee, waar wielrenners die bezeten jacht maken op een plek in de sportgeschiedenis, pas over uren met hun krachten zullen smijten. De pieken van de heuvels zijn nog slaperige oases. Een kerktoren tuurt al eeuwen over dezelfde golfslag. De toegangswegen zijn geen scherprechters, maar Via’s van gebarsten asfalt.Het peloton op weg naar Sanremo in ‘La Primavera’.
Foto Fabio Ferrari/LaPresse
Ergens op de Povlakte is een kopgroepje van acht met de wind schuin in de rug aan een kansloze exercitie begonnen: Italianen, een Noor, een Fransman en een Nederlander die Taco heet. Zonderlingen. Bij voorbaat verslagenen. Ze zetten een traditie voort en houden de betonnen mal van het eerste monument in stand. De wielersport is een maffe, als je bedenkt dat er al decennia jongemannen zijn die zich het snot voor de ogen fietsen terwijl de mensen die voornemens zijn de tv aan te zetten dat nog lang niet zullen doen. Niemand die ze ziet, maar toch hebben ze het idee dat wat ze doen het juiste is; over decennia is het in elk geval een mooi verhaal. Schrijvers en content creators hebben zich ondertussen verspreid over het gebied dat als de finale van de wedstrijd wordt bestempeld – op 27 kilometer en een beetje van Sanremo. Ze bespeuren de windrichting en vertellen in hoeverre die een invloed op de wedstrijd zal hebben, en in hoeverre die invloed de uitslag zal bepalen. Een aantal fietst de heuvels zelf op, om te ervaren hoe 5 kilometer aan 6 procent eigenlijk voelt. Ze zetten hun tijden op Strava, om ze te vergelijken met records die zijn neergezet door mannen die hier met een slagersverzet omhoog rijden terwijl ze al bijna driehonderd kilometer hebben gefietst – de ketting voor om het grootste tandwiel, en achter om een kleine. De chroniqueurs schieten in de kramp als ze hetzelfde proberen, om dan te concluderen dat de lui over wie ze berichten inderdaad sporters zijn die tot uitzonderlijke dingen in staat zijn, en dat hun superlatieven niet vaak overtrokken zijn.In vervlogen tijden zetten lieden van de media, in noodgang vanuit Milaan naar Sanremo gereden en netjes in pak gehuld, zich nu aan een goed gevulde tafel in een etablissement aan zee, dat in de loop der jaren steeds mystieker was geworden, tot de naam niet meer precies terug te halen viel. Op kosten van prominenten uit de sport deden ze zich tussen de sigaren en sigaretten door tegoed aan dure flessen wijn en een grappa toe, om de nieuwe wielerjaargang te vieren en de tijd te doden. Ook dat is Milaan-Sanremo. Wachten, tot het moment dat de heren renners daar zelf schoon genoeg van hebben.Gebeuk en gewringHet oog van de storm. De straten van Sanremo zijn verlaten. De donderwolken die zich al uren boven zee bijeenschraapten, hebben de groep avonturiers in een flits bijgehaald, opgeslokt en als oude mannen uitgebraakt, op die dekselse Nederlander na, die Taco van der Hoorn heet en zich grijzend van pijn en endorfinen omhoog wroet, tot ook hij het hoofd moet buigen, overvleugeld door mannen die hun inspanning tot hier uitstelden en niet de hele dag met hun hoofd in de wind fietsten voor een goed verhaal. Gebeuk, gewring, het peloton is op hol geslagen en trekt zich als bij een massasprint op een lint naar de voorlaatste hindernis van de dag: het dorpje met de kerktoren, het Duitse heerschap en de goede abrikozentaart. De grootste van de grote drie houdt zich wat van achteren op, niet zelden een teken dat het beste er wel vanaf is. De hoop was dat hij hier misschien een verrassingsaanval zou plaatsen, zodat de koers vroegtijdig zou ontploffen en er nog een half uur chaos zou ontstaan. Maar het tempo ligt te hoog. Renners die vorstelijk worden betaald om zich op te offeren voor hun sterkste ploegmaat rijden zo hard naar de top dat zelfs hij met de witte koersbroek niet harder kan. Niet op deze hellinkjes. Daarvoor zijn ze niet zwaar genoeg en kan hij zich niet van de rest onderscheiden. Nu toch aanvallen is zelfmoord, zou hij later zeggen. Dus houdt hij zich gedeisd. Het zijn de adjudanten die dicteren en die hem zijn onbezonnenheid ontnemen. Zo denderen ze naar de laatste helling, met bovenop Poggio di Sanremo, het dorpje dat rijk werd van de bloementeelt, maar al jaren in verval is. Iemand moet onderweg toch ten aanval trekken? Straks mondt een van de meest gehypete edities van Milaan-Sanremo in jaren nog in een massasprint uit.Jasper Stuyven na de mooiste overwinning in zijn carrière.
Foto Luca Bettini/EPA
Aan de streep wordt een nummer gedraaid met een bas als een oplopende hartslag. Zweethandjes in het witte tentje der journalisten. Geen versnelling, niemand kan om de kamikazeknechten heen. Een opgewonden stem zoekt via de beelden van de RAI naar Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Julian Alaphilippe, mannen die in de Italiaanse ochtendkranten als de drie musketiers werden afgebeeld. Van der Poel zit nog steeds te van achter. Hij schudt zijn benen los, die niet almachtig aanvoelen. Uit de bidonhouder van een ploegmaat trekt hij een drinkbus. Hydrateren en herstellen. Voor een laatste krachtexplosie.Jakkerend gaat het door het Ligurische heuvelland, zo hard dat ze bergop moeten remmen voor een haarspeldbocht. Gekwak, geklets, geduw – reglementair of iets minder. Inzet is een kansrijke positie. Na zes uur koers is timing key.Zij aan zijDaar is het moment, daar, op 6 kilometer van het einde, als de weg richting Poggio heel even wat steiler wordt en Alaphilippe zijn vedergewicht kan uitspelen. Hij gaat waar hij vorig jaar ook ging. Van Aert kan mee, en ook Van der Poel. Het witte tentje slaakt een opgewonden zucht, want het gedroomde trio rijdt zij aan zij. Maar ze komen niet los. Van achteruit sluiten mannen aan, tot elf renners zich in de afdaling storten. Naar de Via Roma, waar de wind ze naartoe blaast en de zon ze in het gezicht schijnt. Waar de inwoners zich over hun balkons draperen om een glimp van de wedstrijd op te vangen.De weg vlakt af. Een moment van twijfel. Geen renner wil zijn concurrent in zijn zog naar de streep brengen. De groten houden de benen stil. Scannen over hun schouder hoe de ander op zijn zadel zit. Scheef, het gezicht verkrampt? Precies op dat moment vertrekt hij naar wie niemand keek; de Belg Jasper Stuyven, tevens eigenaar van een chocolade-atelier in het Vlaamse Betekom. Zijn demarrage is perfect getimed. De musketiers krijgen hem niet meer te pakken; Van Aert wordt derde, Van der Poel vijfde, Alaphilippe zestiende. „Er waren drie favorieten, dus ik dacht niet aan winnen”, geeft Stuyven toe. „Maar ik was in vorm. En nu pak ik de mooiste zege uit mijn carrière.” Bij de podiumceremonie staan twee van zijn collega’s te zwaaien. Jasper is mijn held, zegt degene met een fles prosecco in zijn handen.

Jasper Stuyven is verrassende winnaar Milaan-Sanremo

Als zo vaak krijgt Milaan-Sanremo een verrassende winnaar. Daarom is Van der Poel ook niet teleurgesteld. Hij is geklopt door de betere renner. „Als je zo’n versnelling kunt volhouden, ben je de sterkste. Ik heb gelukkig nog een x-aantal jaren voor me”, zegt hij aan de Via Roma met zijn armen over elkaar. Hij komt graag terug om het nog eens te proberen. Om de koers te winnen die voor hem het lastigste is. Dat is iets om naar uit te kijken. Want daar zijn er niet zoveel van.

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *