De mensheid verdeeld in tekens van water en vuur




Op weg om een staartstuk te kopen en paardenhaar. Niet als nieuwe onderdelen voor een paard, maar voor een strijkinstrument. Een staartstuk om de snaren aan vast te maken en haar voor de strijkstok. Het stormt vandaag, de auto duikt door de golven op de weg, in de havens worden donkere boten door de wind opgepakt en neergesmeten; de radio speelt een Prelude op Genesis. De passagier die ik onderweg heb opgepikt, vertelt meeslepend over een negentiende-eeuwse rechtszaak tussen de schilder James Whistler en de kunstcriticus John Ruskin. Rond 1870 had Whistler besloten minder narratief te gaan schilderen, hij voer ’s nachts met een boot op de Thames om flarden van de Londense duisternis te verzamelen; geen gebeurtenissen of verhalen, maar de zintuiglijkheid van de nacht. Zijn Nocturne in zwart en goud – de vallende raket uit 1875 riep de illusie op van een vuurwerkshow in de mist. De criticus Ruskin vond het helemaal niks. In een pamflet schreef hij geïrriteerd dat Whistler maar wat had aangerotzooid; dat hij een pot verf in het gezicht van het publiek had gesmeten. Daarop begon Whistler een rechtszaak wegens laster tegen de beroemde criticus en hij won die nota bene; maar hij ging vervolgens failliet aan de proceskosten. Hoe dan ook, zegt mijn passagier, het is interessant dat de rechtszaak draaide om de inhoudelijke vraag wat kunst is. Het verhaal komt nog net op tijd voor de verkiezingen en ik blijf erover nadenken terwijl ik onder donkere wolkenluchten de volgende haven binnenrijd. Wat is kunst? Ook de politieke partijen hebben daar in hun partijprogramma’s zo hun eigen opvattingen over. En ook die staan allemaal lijnrecht tegenover elkaar. „Steeds meer culturele ondernemers zijn niet afhankelijk van overheidssubsidies.” Dat is natuurlijk de VVD. Geen flauw idee wat kunst is en het kan ze niet schelen ook. „Waar voor KLM de miljarden klaarstaan, moet de culturele sector keihard knokken voor een fractie daarvan.” De SP? Nee, toch GroenLinks. „Weer betalen kunstenaars en mensen achter de schermen de rekening.” De partij is in oppositiestemming: „De waarde van kunst en cultuur wordt al jarenlang miskend.” Je hebt partijen die het gaat om broedplaatsen en partijen die het gaat om het achterstallig onderhoud van de kerken. Om muziekinstrumenten voor scholieren (Volt). Fanfares (PvdA). Popmuziek (Partij voor de Dieren). Om geen geld voor de Nederlandse cultuur (PVV) en een cultuurbudget voor elk kind (Bij1). De kunstparagrafen werken als een horoscoop: ze verdelen de mensheid in vuurtekens en watertekens, in lucht- en aardetekens. Verplicht Wilhelmus zingen? SGP. Hervorming van het Europese Auteursrecht online? D66. Na zijn faillissement schreef de schilder Whistler het wraaklustige boek The Gentle Art of Making Enemies. Een schilderij is een schilderij, schreef hij, en geen vehikel voor een verhaal of boodschap. „Art should be independent of all clap-trap”: kunst moet vrij zijn van prietpraat en holle frasen. Met emoties als devotie, medelijden, liefde en patriotisme heeft ze niets te maken. En het duurde niet lang of andere kunstenaars vonden dit ook. Tijdens mijn Whistleriaanse autoritje door windvlagen en waterflarden ben ik deze zelfde apolitieke opvatting toegedaan. Altijd eigenlijk wel. Voor mij is kunst een buitenmaatschappelijke mix van ontzagwekkendheid, eenzaamheid en spel, een Prelude op Genesis, jawel, en liefst zonder prietpraat. Maar goed, de politieke partijen moeten nu eenmaal uitspraak doen over de maatschappelijke kanten van kunst, dat snap ik ook wel. En eerlijk gezegd denk ik dat het communicerende vaten zijn: dat de kunst vrij kan zijn van devotie, medelijden en patriottisme zolang die aanwezig zijn in de maatschappij. Dan kan kunst wild zijn. „Confronteren, stilzetten, wakker schudden” (ChristenUnie), „nieuwe werelden voorstellen” (GroenLinks), „dingen anders bekijken” (SP). Maar neemt de wildheid in de maatschappij toe, dan wordt van de kunst verwacht dat ze orde schept, liefde, medelijden en patriottisme verbeeldt, vuurwerk inslikt, spel achterwege laat, serieus en fatsoenlijk wordt. Dan krijg je kunst om „trots op te zijn” (FVD), een sector die „haar verantwoordelijkheid neemt voor haar aandeel in onder andere de koloniale geschiedenis” (Bij1) en bijdraagt aan „verbinding en saamhorigheid en het gevoel één gemeenschap te zijn” (CDA). Als een familiereünie waar je voor de lieve vrede naar toe moet. O, mijn god, de avondklok! Ik trap op het gaspedaal. Het donker valt en ik ben ver van huis. Wat wil ik nou eigenlijk zelf? „Meer voorstellingen overdag”? (50plus) Of toch de nacht en de mist in? Nog achtenveertig uur om te beslissen wat kunst is.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

nrc.next
van 16 maart 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *