De oud-hoofdredacteur die blijmoedig de overstap naar ‘the dark side’ maakte

De oud-hoofdredacteur die blijmoedig de overstap naar ‘the dark side’ maakte

[ad_1]


Het verlangen naar een dun regeerakkoord en meer dualisme: het zijn tot nu toe de winnende principes van deze kabinetsformatie.
Maar waar je politici minder over hoort: het zijn ook winnende omstandigheden voor Haagse lobbyisten.
Hoe minder coalitiepartners vastleggen, hoe meer verschillen van mening zij in debatten uitvechten, des te groter de kans voor lobbyisten om de uitkomst te beïnvloeden.
Wat voor de één cruciale principes zijn, is voor de ander een groeimarkt.
Sommigen zeggen het zelf. Een paar weken terug circuleerde een mail van lobbykantoor Hague Corporate Affairs. Er stond in dat de open houding die de politiek nastreeft de speelruimte voor lobbyisten en hun cliënten vergroot. „Werk aan de winkel.”
Hague Corporate Affairs is sowieso een bedrijf om op te letten. Eerder verbond VVD-kopstuk Loek Hermans zich eraan. Hermans werkte in alle bestuurslagen en is de vader van Sophie en Caroliene Hermans, de fractievoorzitter van de VVD en de politiek adviseur van Mark Rutte. Ook oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn associeerde zich laatst met Hague.
En deze week kwam daar voormalig premier Jan-Peter Balkenende (CDA) bij.
Het maakte tongen los in het lobbycircuit, en zo kwam het dat ik de baas van Hague, oud-journalist Peter ter Horst (62), appte of ik eens langs mocht komen.
De verbintenis met Balkenende was uiteraard „een moment” voor hem, vertelde Ter Horst. „Hij kan veel voor ons betekenen.”
Voor veel lobbykantoren is de tijd voorbij dat oud-politici zelf lobbyen bij ministeries of Kamerleden. Balkenende richt zich primair op Brussel en is strategisch adviseur, geen lobbyist. Hij kan bedrijven bijpraten over Europese en geopolitieke ontwikkelingen. „En hij kan jonge lobbyisten op kantoor uitleggen hoe de politiek werkt.”
Zijn reputatie onderstreept de opkomst van Hague, dat van 2014 is. „De Haagse lobbyscene was toe aan disruptie”, zei Ter Horst. Hague zet geen namen van oprichters op de gevel. Het speelt niet de alwetende lobbyist. Cliënten – meestal bedrijven – krijgen advies over hoe ze hun verhaal in Den Haag kunnen vertellen. Lobby als communicatie. „Alsof het een stuk voor de krant is.”
Hij kent de scepsis van verslaggevers voor dit soort geplastificeerde werkelijkheden. Ter Horst was 28 en leidinggevende bij NRC toen ik er ooit begon. Hoe noemde hij lobbyisten en voorlichters destijds? „De vijand.” Hij kon er nog steeds vies bij kijken.
Met Harm Taselaar, nu hoofdredacteur van RTL Nieuws, was hij in het begin van zijn loopbaan ‘het wilde duo’ op de stadsredactie van de toenmalige Haagsche Courant. Taselaar geeft nog steeds leiding aan onderzoeksjournalisten die de macht uitdagen – zie de Toeslagenaffaire. Voelt hij de pijn?
„Mijn leven is anders gelopen”, zei Ter Horst. Hij deed correspondentschappen voor NRC en werd hoofdredacteur van de Haagsche Courant, een oude liefde die verdween in het AD. „Ik heb de krant moeten begraven.” Daarna dezelfde ervaring met weekblad Intermediair. „Ik was vijftig en héél goed in mensen ontslaan.”
Hij moest zichzelf opnieuw uitvinden. „En dus heb ik blijmoedig de overstap naar the dark side gemaakt”, zei hij. „Ik ben altijd een blije eikel geweest.”
Hij vertelde hoe slecht de lobbywereld beviel. Op een maandagochtend in 2010, zijn eerste werkdag, wandelde hij naar zijn nieuwe baan, hij passeerde een etalageruit en zag zichzelf: een dasdragende man in kostuum. „Het klopte niet.”
In die eerste baan, op kantoor bij de ervaren lobbyist Rob Meines, merkte hij dat hij te lang hoofdredacteur was geweest. Hij moest zelf de baas zijn. Hoezeer hij Meines ook waardeerde: hij wilde het anders doen. „Rob zei: ik doe alleen lobby.” Ter Horst dacht: daar moet communicatie bij. „Ik wilde het hele orgel bespelen.”
„Voor mij is dit werk een andere manier van verhalen vertellen”, zei hij. „Maar in de politiek noemen ze verhalen vertellen lobbyen.”
En in de politiek groeit de scepsis over lobbyen, vooral over ‘de draaideur’: oud-politici die als lobbyist terugkeren – Ter Horst weet daar iets van.
Al blijft de politieke afkeer dubbelzinnig. De toenmalige PvdA-Kamerleden Lea Bouwmeester en Astrid Oosenbrug dwongen in 2017 af dat er een circulaire kwam die oud-bewindslieden tot twee jaar na vertrek verbiedt te lobbyen op hun vroegere beleidsgebieden. Maar de Leidse lobbyhoogleraar Arco Timmermans wees me erop dat die circulaire eind 2019 stilletjes is ingetrokken – ik kon niet terugvinden dat de Kamer erover is ingelicht. Binnenlandse Zaken zei dat de intrekking technisch van aard was; er komt een nieuwe. Kamerleden zelf werden destijds uitgezonderd van het verbod. Ook bijzonder. Zo is Oosenbrug nu onbetaald lobbyist voor het COC, terwijl Bouwmeester, destijds PvdA-zorgwoordvoerder, sinds 2017 functies stapelt in de zorg, zij het niet als lobbyist. „Het blijft grijs gebied”, zei hoogleraar Timmermans.
Volgens Ter Horst heeft competentie het in de lobbywereld gewonnen van het old boys network. Niet dat dit laatste zonder betekenis is: toen hij als 21-jarige begon als parlementair verslaggever had hij contact met het jongste Kamerlid destijds: „Loek Hermans.” Nu kan Hermans cliënten „als geen ander” vertellen hoe het eraan toegaat in Den Haag. Dan wil een bedrijf een brief posten aan de informateur. „Zegt Loek: daar hebben ze al een kamer vol van.”
Een lobby draait vooral om deskundigheid. Politiek is belangenafweging, politici zijn passanten. Goede lobbyisten zijn al in beeld als beleid in de bureaucratie wordt voorbereid. „In Den Haag staan ambtenaren altijd open voor een bedrijf met een doortimmerd verhaal en een oplossing voor een maatschappelijk probleem.” Ook fractiemedewerkers zitten er meestal langer dan Kamerleden. „Als je hen voedt met correcte informatie heb je al veel gewonnen.”
De verschraling van de journalistiek helpt daarbij niet. „Hoeveel verslaggevers lezen nog Kamerstukken?” Hij bepleit meer ondersteuning van het parlement: geef elk Kamerlid een miljoen voor minimaal tien medewerkers. „Verdien je zo terug.”
Groei geeft ook reputatierisico’s. Zo werkt Hague voor telecomgigant Huawei, een mogelijk verlengstuk van de Chinese overheid, die volgens AIVD-advies buiten de ‘kern’ van het 5G-netwerk moet blijven. Het kabinet blijft vaag waaruit Huawei precies wordt geweerd, maar nog vorige maand onthulde de Volkskrant dat Huawei ‘in de kern’ van het KPN-netwerk zit. Huawei zelf meldde vrijdag dat het hiervoor geen leverancier meer is.
Ter Horst vertelde dat zijn kantoor de keuze intern uitvoerig besprak. Bewijs dat Huawei fout zit, zei hij, was er niet. Moesten ze nee zeggen „tegen de grootste markt ter wereld”? Hij vindt het „vreemd” te klagen dat Nederlandse data naar China gaan terwijl ze ingevolge de Patriot Act allang in de VS terechtkomen. „Europa moet de eigen positie tegenover Chinese en Amerikaanse techgiganten versterken.”
Toen ik terugliep naar de Kamer dacht ik: je kunt de krimp van de journalistiek en de groei van de lobbysector in een bredere trend plaatsen. Een maatschappij die onafhankelijke informatie al jaren bijna gedachteloos inruilt voor gratis informatie als instrument van beïnvloeding.
Kon Peter ter Horst het helpen? We hadden besproken wat hij uiteindelijk mooier vond – journalist of lobbyist. „Dat is kiezen tussen twee kinderen.”
Daarna vertelde hij dat hij met dit bedrijf twintig jonge mensen een vaste baan heeft bezorgd. „Geen tijdelijk contract, zoals in de journalistiek.” De „oude sociaaldemocraat” in hem was er tevreden over.
„Ik blijf geloven in de verheffing”, zei hij.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 22 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 22 mei 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *