De Perscoparadox – NRC

De Perscoparadox – NRC

[ad_1]


Herinnert u het zich nog, een jaar geleden? We bevonden ons in de wittebroodsweken van de coronacrisis. Het was de tijd waarin een persconferentie al bij voorbaat van historische glans leek voorzien. Onze bewindslieden leken ineens heuse staatslieden, uitstijgend boven hun tijd. We voelden ons als kijkers algauw zó ‘ingewijd’ dat we het in appgroepen en op straat bijna liefkozend over ‘persco’s’ hadden. Als waren we allemaal doorgewinterde journalisten. Dat ‘perscogevoel’ deed haast denken aan voetbalwedstrijden van het Nederlands elftal op een eindtoernooi. Onze ziel in lijdzaamheid bezittend, zagen we collectief onze lotsbestemming onder ogen. Of we nu zouden of winnen of verliezen, we zaten verenigd in onze vrees voor het virus voor de buis.Oh how the mighty have fallen, denk je tegenwoordig onwillekeurig als je de beide demissionaire bewindslieden zich door zo’n ‘persco’ ziet slaan. Het aantal kijkers is nog altijd hoog, maar met 2,6 miljoen kan het kabinet allang niet meer op het leeuwendeel van de bevolking rekenen. De eerste conferenties werden door ruim acht miljoen Nederlanders bekeken. Volgens Wouter de Winther van De Telegraaf, bekend van zijn opzichtige gefluister over Haagse fluistercampagnes, maakt het kabinet zich al zorgen. Aan tafel bij talkshow Beau stelde hij afgelopen donderdag dat er ontevredenheid over het format zou zijn. Slides of infographics, opperde presentator Van Erven Dorens daarop, zou dat niet wat zijn? Voor de vorige editie, van dinsdag jongstleden, waren op het spreekgestoelte al drie icoontjes met de basisregels geplakt. Het zou kunnen dat dit de voorbode is van meer grafisch geweld. Maar mij dunkt dat het probleem met de persconferenties dieper gelegen is dan de vorm waarin ze zijn gegoten. Er lijkt sprake van een ‘perscoparadox’: hoe méér persconferenties we krijgen voorgeschoteld (en hoe meer vergezichten), hoe minder vertrouwen die persconferenties weten te wekken. Ze doen me denken aan sommige colleges die ik in een vorige functie als docent heb gegeven. Ik voelde de scepsis en de desinteresse van een deel van de studenten en ging steeds sneller praten om ze tóch bij de les te houden. Waardoor ze van de weeromstuit soms geheel en al afhaakten.Je kunt je dan ook afvragen wat zo’n persconferentie het kabinet nog te bieden heeft. En ook voor de opgetrommelde pers is het steeds meer de vraag wat zo’n live uitgezonden persconferentie precies toevoegt. Zou het niet beter zijn, kun je denken, wanneer een persconferentie gewoon ergens overdag plaatsvindt, met hoogstens een livestream op NPO Politiek, waarna de aanwezige journalisten er zélf een journalistieke productie van maken? Ik zie de leden van het kabinet veel liever in een zuiver journalistieke setting geïnterviewd worden waarin je dóór kunt vragen in plaats van met zijn allen de hand op te moeten steken om allemaal één snelle vraag te stellen. Politieke interviews zoals Nieuwsuur die hield zou je niet alleen in campagnetijd willen zien.Want door de vloed aan persconferenties zou je bijna vergeten dat burgers geen kijkers, maar kiezers zijn. Die verdienen het om beter te worden geïnformeerd dan in een persconferentie waarin twee mannen vooral zichzelf overtuigen met telkens weer nieuwe stippen aan een almaar wijkende horizon. Van mij mag dinsdag wel even de laatste persco zijn.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 20 april 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *