De ‘schaduwsector’ in het onderwijs dijt door de pandemie verder uit

De ‘schaduwsector’ in het onderwijs dijt door de pandemie verder uit

[ad_1]


Schaduwonderwijs. Jiles Luyt heeft een bloedhekel aan de term sinds die in 2016 voor het eerst opdook in het jaarverslag van de Onderwijsinspectie. „Alsof we stiekem ons geld verdienen met kinderen lesgegeven op donkere zolderkamertjes”, zegt hij verontwaardigd.Luyt is succesvol ondernemer op het gebied van huiswerkbegeleiding, examentraining, schoolondersteuning en wat al niet meer. Had zijn bedrijf (Lector Studiebegeleiding) veertien jaar geleden nog één vestiging in Den Haag en omstreken, inmiddels zijn het er twaalf. Waren activiteiten als die van Lector lange tijd ‘aanvullend’, een term die Luyt al een stuk beter bevalt, inmiddels lijken ze een ‘sine qua non’ geworden. Een steeds groter deel van schoolgaand en onderwijzend Nederland drijft erop, constateert ook de Onderwijsinspectie in haar woensdag verschenen jaarverslag. Hoe groot de ‘schaduwsector’ precies is, blijft enigszins gissen, dat ze is gegroeid staat wel vast. Volgens de Onderwijsinspectie maakt inmiddels een op de drie middelbare scholieren er gebruik van, een op de vier basisschoolleerlingen, en een op de vijf studenten in het hoger onderwijs. De laatste gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de uitgaven van huishoudens aan aanvullend onderwijs dateren van twee jaar geleden. Werd in 2016 door huishoudens volgens het CBS zo’n 200 miljoen euro uitgegeven, drie jaar later was dat gestegen naar 320 miljoen euro.VraaguitvalCorona en de lockdowns in het onderwijs vormden een belangrijke episode in de ontwikkeling van de branche, zeggen betrokken ondernemers In eerste instantie viel een belangrijk deel van de vraag weg. „Voor de zomer – normaliter een van de drukste periodes – hadden we het zwaar”, zei Iro Edobor, mede-eigenaar van de BijlesAcademie (Amsterdam, Utrecht) , in november 2020 tegen De Nationale OnderwijsGids. „Veel ouders stopten, waarschijnlijk uit financiële overwegingen.”Ook Jiles Luyt in Den Haag zag een jaar geleden een flink deel van de vraag plotsklaps verdwijnen. „Toetsen werden geschrapt, veel horeca-ondernemers en zzp-ers hadden van de een op de andere dag geen geld meer”, zegt hij. „Bovendien keken veel ouders de kat uit de boom. Welke toetsen en examens gingen wel en welke niet door?” Verder gingen veel thuiswerkende ouders hun kinderen zelf bijspijkeren.Inmiddels is tot iedereen doorgedrongen dat de lockdowns tot serieuze achterstanden bij schoolkinderen kunnen leiden of dat al hebben gedaan. Luyt: „Ouders openden Magister (het digitaal volgsysteem voor schoolprestaties, red.) en zagen tot hun schrik dat de laatst ingevoerde cijfers van hun kind alweer van een paar maanden geleden dateerden. Die gingen zich zorgen maken en begonnen ons te bellen.” Vanaf september, oktober zag hij de vraag weer flink aantrekken.Helpen bij practicumInmiddels zit zijn bedrijf qua omzet zelfs boven het niveau van voor de coronatijd. Daarbij hielp nog iets anders: scholen gingen (nog) zwaarder leunen op de instituten, voor ‘in house’ huiswerkbegeleiding, maar ook voor andere taken zoals klasse-assistentie, practicumbegeleiding en hulp op de administratie. Het duale lesgeven (zowel online als fysiek) is een enorme opgave voor veel scholen, merkt Luyt. Ook heeft corona de verzuimpercentages onder kinderen en onderwijzend personeel opgejaagd.„Sommige scholen in onze regio die normaliter zestig meldingen van zieke kinderen per dag hadden, kregen er ineens twee keer zoveel. Dat konden die scholen niet meer bijbenen, zeker omdat er sowieso al minder personeel op school rondliep. Dus we hebben nu ook mensen op school rondlopen die puur en alleen afmeldingen van kinderen en quarantaine-meldingen afhandelen.”Personeel aantrekken voor het extra werk is voor de aanbieders op de studiehulpmarkt veel minder een probleem dan voor het reguliere onderwijs waar juist een enorm tekort is aan leerkrachten. „Studenten zijn makkelijker inzetbaar sinds het begin van de coronacrisis”, aldus Thomas Smit van De BijlesStudent (Leiden, Den Haag) in de Nationale Onderwijsgids. „Ze hebben meer tijd, omdat andere (horeca)bijbanen wegvielen. We krijgen extreem veel goede sollicitaties binnen.”Risico van achterstandenJiles Luyt kent de bezorgde geluiden van de Onderwijsinspectie over de grotere ongelijkheid die de gegroeide commerciële invloeden van het ‘schaduwonderwijs’ met zich meebrengen. „Daar zit een zeker risico”, erkent hij. Cruciale factor om dat risico in de hand te houden, is volgens hem dat de stroom overheidssubsidies naar scholen voor de specifieke bestrijding van achterstanden in stand blijft. Onlangs maakte het kabinet bekend daarvoor 8,5 miljard euro (inclusief hoger onderwijs) ter beschikking te stellen. „Maar daarmee is niet gegarandeerd dat dit geld echt naar de kinderen gaat die de hulp het meest nodig hebben”, aldus Luyt.De koepelorganisatie Landelijke Vereniging van Studiebegeleidingsinstituten (LVSI) waarschuwt voor ‘wild-westtoestanden’ nu overheidsgeld de scholenmarkt overstroomt. „Allerlei eenpitters bieden studenten aan die behalve biologie ook wel even scheikunde of andere vakken komen uitleggen”, zegt bestuurslid Marianne Zuurendonk. Schooldirecteur Marco Janssen van basisschool ‘t Startblok in Cuijk (Noord-Brabant) klaagde eerder deze week in het Financieele Dagblad: „Ik word doodgegooid met e-mails van scholingsbureaus, bijlesinstituten, uitzend- en detacheringsbureaus. (..) Zelfs de capoeiravereniging [een soort Braziliaanse vechtdans, red.] wil na school wat lessen aanbieden.”De LVSI probeert de ‘wildwest’toestanden tegen te gaan met kwaliteitsmeters, en dito monitoring, maar staat met pakweg honderd aangesloten leden nog grotendeels met lege handen. Op de markt is een veelvoud aan bedrijven en bedrijfjes actief. Het bestuur van de LVSI lag lange tijd op z’n gat. Het nieuwe is pas sinds een paar maanden actief, aldus Zuurendonk. Door alle discussie over de commerciële initiatieven, is er minder aandacht voor de groei van het aantal maatschappelijke projecten ter bestrijding van leerachterstanden. Al voor corona ving bijvoorbeeld Abdelhamid Idrissi in Amsterdam-Noord veel migrantenkinderen op voor extra studiebegeleiding na schooltijd. Zijn project Studiezalen moest het vooral hebben van donaties en inzet van vrijwilligers. Idrissi deed er vorig jaar maart een schepje boven op. Geholpen door diezelfde vrijwilligers en soortgelijke stichtingen kon hij kinderen van ontbrekende wifi en soms zelfs laptops voorzien. „Als alles lukt”, zei Idrissi tegen de NOS, „hebben veel Amsterdamse gezinnen straks toegang tot internet. De ervaringen die we nu opdoen met online lessen, kunnen we ook na de crisis inzetten.”

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *