De vrienden van Sywert wilden niet geloven dat hij miljoenen verdiende met zijn mondkapjes




Het was laat en er werd stevig gefeest, die septemberavond in Berlijn. De verse jaargang van de BKB Academie, een klasje voor politiek en maatschappelijk veelbelovende twintigers, was tijdens een tocht langs uitslagenavonden van de Duitse verkiezingen van 2009 beland bij de Piratenpartij. In een bunkerachtige club waren de Academiegangers aan het zuipen en dansen geslagen. Op één iemand na: de 19-jarige Sywert van Lienden. „Hij lag alleen in een hoekje op een bankstel, met zijn telefoon”, vertelt BKB-oprichter Alex Klusman. „Ik ging naar hem toe en vroeg: ‘Jongen, wat is er aan de hand, gaat het wel goed met je?’ ‘Ja hoor, prima’, antwoordde hij. ‘Ik ben m’n column voor HP/De Tijd aan het tikken.’”
Vrijwel iedereen die Sywert van Lienden persoonlijk kent, zegt: hij is slim, hyperambitieus en hij staat altijd ‘aan’. En hij is nog aardig ook, zeggen vrienden en collega’s. Vrijwel niemand wilde daarom in eerste instantie geloven dat Van Lienden via zijn Stichting Hulptroepen Alliantie vorig jaar miljoenen euro’s aan belastinggeld verdiende met de inkoop van Chinese mondkapjes – terwijl hij publiekelijk zei dat hij het allemaal „om niet” deed. „Ik hoopte dat de verhalen niet klopten”, zegt ontwerper Justus Bruns, die met Van Lienden op de BKB Academie zat en vorig jaar de presentaties, infographics en filmpjes ontwierp voor de Hulptroepen Alliantie – deels gratis.
Na de onthulling in de Volkskrant van de zakelijke constructie van Van Lienden en zijn twee compagnons, drie weken geleden, verdedigde Bruns hem op Twitter. Hij sprak van een „kansloze hetze tegen Sywert en kompanen” en schreef ook: „We moeten Sywert en zijn team dankbaar zijn.” Nu Van Lienden naar aanleiding van een publicatie van onderzoeksjournalistiek platform Follow The Money heeft moeten toegeven dat de omstreden mondkapjesdeal hem ten minste negen miljoen euro heeft opgeleverd, is Bruns „ontzettend geschrokken en teleurgesteld. Alsof Oranje de WK-finale verliest met 5-0.”
Een talent dat zich bij Sywert van Lienden (30) vroeg manifesteert, is zijn overtuigingskracht en vermogen iets voor elkaar te krijgen. Met zijn vlotte babbel, kennis van details en gevoel voor timing weet hij al op zeer jonge leeftijd dingen in beweging te zetten. In 2007, op zijn zeventiende, trekt hij als voorzitter van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) ten strijde tegen de zogeheten urennorm van het kabinet-Balkenende IV. Middelbare scholieren moeten minstens 1.040 uur les krijgen per schooljaar om de leerdoelen te halen. Volslagen onzin, vindt het LAKS: er zijn helemaal niet genoeg leraren voor zoveel uren. Gaat de conciërge hen voortaan gedwongen op school vasthouden? Een uitgekiende campagne volgt, met een groot protest op het Museumplein in Amsterdam. Bezorgde leraren en schoolleiders die evenmin iets zien in de urennorm, sluiten zich aan bij Van Lienden en zijn makkers van het LAKS. En raken onder de indruk.
Ophokplicht
„Ze kwamen met de term ‘ophokplicht’ voor scholieren”, vertelt Marten Elkerbout, destijds rector van het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam. „Dat was briljant. Iedereen kon zich er iets bij voorstellen, het was de tijd van de vogelgriep.” Van Lienden trok het initiatief naar zich toe door plotseling een persconferentie te organiseren, waar veel journalisten op afkwamen, vertelt Jan Jimkes, destijds oud-conrector van het St. Bonifatius College in Utrecht. Politici werden, aldus Jimkes, „een beetje bang” voor het LAKS. „Een club frisse jongens en meisjes die gemakkelijk in de media kwam.”
Van Liendens omgeving mocht dan onder de indruk raken van zijn effectiviteit, energie en zelfvertrouwen – hij maakte tevens een „wat allenige” en „verloren” indruk, zeggen mensen uit die tijd. „Vanuit huis kreeg hij niet echt steun, er waren conflicten”, vertelt Lennart Booij, mede-oprichter van campagnebureau BKB en tegenwoordig zelfstandig adviseur in de kunstwereld.
Van Lienden groeide met zijn moeder en twee zussen op in Ermelo als middelste van het gezin. Zijn vader was minder in beeld bij zijn opvoeding. Van Lienden wil, als NRC hem er nu over spreekt, niets kwijt over zijn thuissituatie in Ermelo, behalve dat hij na het LAKS „niet meer terug wilde” naar huis en zijn oude middelbare school. „Ik leefde op het LAKS-kantoor, had er een matras neergelegd en maakte gebruik van de douche.”
Kort na het LAKS-avontuur haalde Booij – zelf eerder voorzitter van de scholierenclub – hem vanuit Ermelo naar Amsterdam, waar hij terechtkon op het Barlaeus Gymnasium. Booij regelde een onderkomen, en nodigde hem thuis te eten uit. Booij vond Van Lienden „een leuk en leergierig iemand”, die „graag bij de grotemensenwereld wilde horen, in de positieve zin”. Maar in de kern was Van Lienden ook „een enorme einzelgänger”.
Het avontuur op het Barlaeus eindigde alweer na een paar weken, zegt Van Lienden, omdat hij een onoverbrugbare leerachterstand bleek te hebben. Uiteindelijk deed hij staatsexamen.
Snel kennis opnemen
De kracht van Van Lienden, zeggen vrienden en kennissen, is de snelheid waarmee hij kennis opneemt. Hij weet altijd méér dan de anderen, heeft altijd méér gelezen, zegt Alex Klusman: „Een van mijn vaste vragen bij het sollicitatiegesprek voor de BKB Academie was: welke columnist pak je er altijd bij? Bijna iedereen zei in die tijd: Bert Wagendorp. Sywert niet. Die kwam met een columnist van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. En ook nog eentje van The Guardian en een Franse krant.”
Carel Stolker, tot begin 2021 rector en bestuursvoorzitter van Universiteit Leiden, zat vorig jaar met Van Lienden in de verkiezingsprogrammacommissie van het CDA. „Hij was heel breed geïnformeerd”, zegt Stolker. „Sywert wist bijvoorbeeld veel over Europese samenwerking of de rol van de Europese Centrale Bank.” Dat Van Lienden bij het CDA actief werd en niet, zoals velen verwachtten bij D66, verbaasde Stolker niet . „Hij toonde echt affiniteit met het CDA-gedachtegoed. Zo had hij originele ideeën over een nieuwe gezinspolitiek”, aldus Stolker, die met Van Lienden de onderwijsparagraaf voorbereidde. „Dat zag je ook aan het soort vragen dat hij aan studenten en ouders stelde.”
Dat Van Lienden meteen bij de oprichting van de commissie via social media uitlegde, waarom hij met de CDA-commissie meedeed, vond Stolker van daadkracht getuigen. „Ik ga me in zo’n geval eerst ’ns rustig oriënteren, en wat nadenken. Sywert legde zijn kaarten meteen op tafel, dat vond ik mooi.”
Van Lienden kwam bij het CDA terecht na een ander veel besproken project: de G500 van acht jaar eerder. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 probeerde hij met een groep jonge hemelbestormers de Haagse politiek te veroveren. Door lid te worden van zowel VVD, PvdA als CDA en in te spreken op partijcongressen wilden ze een hervormingsgezind tienpuntenplan in de verkiezingsprogramma’s van de middenpartijen krijgen.
Voor het initiatief kreeg Van Lienden, inmiddels student aan de Universiteit van Amsterdam, naar eigen zeggen financiële steun van invloedrijke mensen – namen wilde hij niet noemen. De beweging hield kantoor in een kantoorpand aan de Amsterdamse Herengracht, via een bevriend contact gratis ter beschikking gesteld door adviesbureau CBE Consultancy. Voor de raad van toezicht wist Van Lienden namen te strikken als oud-VVD-minister Pieter Winsemius, econoom Barbara Baarsma en wetenschapper Louise Fresco.
Bij talkshow De Wereld Draait Door (DWDD) mocht Van Lienden herhaaldelijk komen praten over zijn initiatief – hij zou er nog jaren vaste tafelgast blijven. Ook NRC gaf hem een platform: de bijlage Opinie & Debat werd eenmalig geheel gewijd aan G500.

Lees ook: Sywert van Lienden was niet de enige dealmaker

Een van de geldschieters van G500 was tech-investeerder Allard Luchsinger. „Toen ik Sywert voor het eerst sprak, vond ik hem een indrukwekkende gast. Je hebt van die mensen die vijf tot tien keer zoveel voor elkaar krijgen als anderen – en hij was er zo eentje.” Luchsinger doneerde „een paar duizend euro” – en schoof op Van Liendens verzoek aan bij DWDD.
Van de ambities van G500 kwam weinig terecht, moest Van Lienden zelf ook toegeven: de oude politieke partijen bleken taaie bastions. Maar Van Liendens naam was definitief gevestigd. Terwijl hij de afgelopen jaren in dienst was als public affairs-adviseur van de gemeente Amsterdam, bleef hij via DWDD, radio-optredens en zijn Twitteraccount (bijna 60.000 volgers) een invloedrijke opiniemaker. Zo werd hij in augustus 2019 uitgenodigd door de ChristenUnie-fractie om een verhaal te houden over de verhouding tussen individualisme en gemeenschapsdenken. En toen hij zijn jarendertighuis in Hilversum duurzaam maakte – hij leeft er met zijn vrouw en twee jonge kinderen – nodigde hij ook daar een krant voor uit.
Zo groeide Van Lienden uit tot een even uitgesproken als ongrijpbaar fenomeen: een beetje journalist, een beetje politiek strateeg, een beetje ondernemer, een beetje maatschappelijk aanjager – maar bovenal een merk. Zijn voornaam was genoeg.
Zijn parate kennis blijkt tijdens zijn talrijke optredens niet altijd accuraat. Begin 2016, na de massale aanrandingen tijdens de nieuwjaarsnacht in Keulen, vestigt Van Lienden in DWDD de aandacht op cijfers over de oververtegenwoordiging van migranten bij zedendelicten. De cijfers die hij noemt, blijken alleen niet te kloppen – iets dat Van Lienden na een Twitterstorm over zijn optreden ruiterlijk erkent.
Van Lienden leeft van de reuring, zegt oud-rector Elkerbout. „Ik zag destijds al aan hem dat hij dat heerlijk vond, om midden in het politieke gewoel te staan, en te denken: wanneer gaan we nu aan wie de volgende klap uitdelen” En als er dan tegengas kwam, ging „straatvechter Van Lienden per definitie in de contramine”, zegt Elkerbout. „Zo van: ‘mij krijg je niet’”.
Oud-conrector Jan Jimkes aanschouwde Van Liendens alomtegenwoordigheid in de media met gemengde gevoelens. „Sywert werd overal voor gevraagd”, zegt hij. „Blijft dat wel goed gaan, vroeg ik me af. Ik heb destijds al eens een beetje vaderlijk tegen hem gezegd: misschien is het goed voor jou als je eens een jaar naar het buitenland gaat, een beetje de luwte in.”
Ook bij anderen leefden al vóór de mondkapjes-affaire twijfels. Maakt Van Lienden dingen niet mooier dan ze zijn? Oud-studiegenoten achten het onwaarschijnlijk dat Van Lienden aan de Universiteit van Amsterdam in vier jaar tijd vier bachelors afrondde, zoals hij op zijn LinkedIn-pagina schrijft (rechten, politicologie, economie, Europese studies).
Die scepsis blijkt gegrond. Gevraagd naar zijn universitaire carrière zegt Van Lienden dat hij niet vier maar twee bachelordiploma’s heeft gehaald: rechten en economie maakte hij nooit af. „Zo staat het ook op mijn cv. Staan er vier op LinkedIn? Dat wist ik niet. Ik kom nooit op LinkedIn.” Inmiddels heeft hij de pagina aangepast.
In mei 2020 diende Van Lienden zijn ontslag in bij de gemeente Amsterdam. Het was „tijd voor nieuwe plannen en avonturen”, verklaarde hij op Twitter. Bovendien eisten de mondkapjes, waar hij sinds enkele weken „om niet” mee bezig was, al zijn tijd en aandacht op.
Ook bij Stichting Hulptroepen profiteerde Sywert maximaal van zijn talent om mensen te mobiliseren, met een beroep op de publieke zaak. Daar waren ze weer, net als bij G500: de anonieme vermogende geldschieters („een pot met werkkapitaal” van „rijke Nederlanders en mkb’ers”), de steun van BN’ers zoals prins Constantijn, de media-aandacht, de vele vrijwilligers die hun diensten aanboden. Zoals Justus Bruns. „We hebben tientallen uren zitten rammen, weekenden doorgehaald.”
Eén ding was deze keer anders: achter de façade van de goede zaak en steun voor de ‘zorghelden’ werd een miljoenenwinst gemaakt, die werd doorgesluisd naar Van Lienden en zijn partners Bernd Damme en Camille van Gestel. En het ondernemersrisico waarvan Van Lienden repte en dat volgens hem een reservering nodig maakte, bleek helemaal niet te bestaan; de staat financierde de mondkapjesdeal honderd procent voor, zo werd deze week bekend.
Wat er gebeurd is – zijn vrienden kunnen er slechts over speculeren. Een geldwolf hebben ze nooit in Van Lienden gezien – wel iemand die zaken mooier kon voorstellen dan ze waren. Veel van hen zijn boos, verbijsterd en teleurgesteld. „Ik ken hem als een integer mens, iemand die iets goeds wil doen voor de maatschappij”, zegt Ingeborg Baltussen, mede-oprichter van G500 en bevriend met Van Lienden. „Wat nu naar buiten is gekomen, vind ik echt ingewikkeld en ik weet niet wat waar is.”
Investeerder Allard Luchsinger zegt: „Als hij écht negen miljoen euro verdiend heeft, vind ik dat obsceen. Blijkbaar was het genoeg geld om te zeggen: fuck you, ik neem het risico dat mijn reputatie eraan gaat.” Van Liendens mentor Alex Klusman voelt zich „bekocht”, en het verbaast hem hoe Van Lienden reageerde toen het nieuws over de bv’s naar buiten kwam: zich beroepen op een zwijgplicht, totdat hij de verdiende miljoenen wel móést erkennen omdat de feiten onweerlegbaar bleken. Klusman: „Hij is een ontzettend goede campagneman, maar bij deze eigen campagne heeft hij een totale mispeer gemaakt. Bij de loodgieter thuis lekt het blijkbaar.”
Mea culpa
Het enige waar Van Lienden nu nog mee kan komen, zegt Klusman, is een „heel grote mea culpa”. Justus Bruns vindt dat niet genoeg. Vorige week heeft hij de drie partners van de Hulptroepen een e-mail gestuurd. De strekking: „Geef volledige openheid van zaken, betaal al het geld terug aan de overheid en vraag vergiffenis aan alle Nederlanders. Alleen zo kunnen ze nog rustig een sixpackje bier kopen bij de supermarkt.”
Zo’n publieke boetedoening lijkt er voorlopig niet in te zitten. Tegen NRC zegt Van Lienden dat hij druk aan het nadenken is hoe hij „onze kant van het verhaal” openbaar kan maken. Hij voelt een „grote onrechtvaardigheid”. In zijn verklaring tegenover Follow The Money spreekt hij van „een verwoestende mediastorm”.

Lees ook: Sywert, digitale steen des aanstoots

En de 9 miljoen? Daarvoor heeft Van Lienden „een plan”, zegt hij. „Dat heb ik vorig jaar al laten vastleggen.” Alleen: openbaar maken wil hij dat document nu niet. „Er staan ook kwetsbare details in over mijn jeugd. Het voelt niet goed om daar nu over te vertellen.”
Dat klinkt als de zeventienjarige Sywert die oud-rector Marten Elkerbout ooit leerde kennen: de straatvechter die meteen in de tegenaanval gaat zodra hij kritiek krijgt. Als Elkerbout een vaderlijk advies zou moeten geven aan Van Lienden, zou het hierop neerkomen: toon zelfreflectie en ga mooie dingen doen voor de samenleving met die miljoenen. „Niets is onomkeerbaar”, zegt Elkerbout. „Je kunt altijd weer een wending geven aan je leven, zodat je jezelf weer in de spiegel kunt kijken. Maar dan moet Sywert wel eerst uit die vechthouding.”

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 5 juni 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 5 juni 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *