De wildernis in, voor een nieuwe politieke cultuur




Herman Tjeenk Willink, de nieuwbenoemde informateur, begon donderdag aan zijn herculestaak om de gestrande formatie vlot te trekken. Hij moet twee tegengestelde doelen in het oog houden: de vertrouwelijkheid van het formatieproces en de door de Kamer geëiste openheid. Radicale openheid gaat Tjeenk Willink niet geven. Hij zei woensdag: „Ik sluit niet uit dat ik tegen een fractievoorzitter zeg: ‘Zijn er nog dingen die ik onder vier ogen met u moet bespreken?’ Er zijn ook dingen die je niet hoeft op te schrijven.” Zonder vertrouwelijkheid geen vertrouwen, redeneert Tjeenk Willink.En formaties kunnen niet zonder vertrouwen, weet ook Herman Wijffels. In 2006 was hij informateur van het kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA, ChristenUnie). Tussen Jan Peter Balkenende (CDA) en Wouter Bos (PvdA) bestond „pijn en ongemak”. Balkenende had in de campagne tegen Bos gezegd: „U draait en u bent niet eerlijk.” Waar een informateur meestal begint „met punten van verschil”, liet Wijffels de leiders van de beoogde coalitiepartijen vertellen waarom zij in de politiek waren gestapt en wat ze voor het land wilden bereiken. Zo wilde hij uitzoeken wat „onder de ambities” zat. Het gesprek vond, op een landgoed in het Friese Beetsterzwaag , buiten het oog van de media plaats. Het delicate proces van elkaar vinden moet met zo min mogelijk bemoeienis van buitenaf gebeuren, zegt Wijffels. De formatie van Balkenende IV verliep vlot, na zes weken onderhandelen lag er een akkoord. Maar het wantrouwen bleek hardnekkig; dit kabinet stond bekend als een ‘vechtkabinet’ en het viel in 2010.Ook voormalig D66-Kamerlid Boris van der Ham, ziet het belang van vertrouwelijkheid. „Wil je tot compromissen komen, dan moet je een mate van veiligheid creëren, op voorwaarde dat daar integer mee wordt omgegaan”, zegt hij.‘Keutel intrekken’Kan dat nu nog? Dinsdag nam de Tweede Kamer een motie aan die oproept de gespreksverslagen van de informatieronde openbaar te maken. Volgens Carsten de Dreu, onderhandelingsexpert en hoogleraar psychologie en gedragseconomie aan de Universiteit van Amsterdam en Leiden, staat de roep om meer transparantie „op zeer gespannen voet” met coalitieonderhandelingen. Juist in vertrouwelijkheid kunnen partijen creatief brainstormen, omdat ze negatieve reacties vanuit de samenleving niet hoeven te duchten. De Tweede Kamer staat niets anders te doen dan „deze keutel intrekken, meent hij. „Je kan er gif op innemen dat onderhandelaars elkaar buiten de officiële onderhandelingen zullen spreken.” In de wandelgangen worden soms dingen gezegd die cruciaal zijn voor het vlot trekken van netelige kwesties. „Het formatieproces is natuurlijk wat anders dan straks een regering hebben met een nieuwe bestuurscultuur”, zegt Janka Stoker, hoogleraar leiderschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. Stoker vindt dat de informateur duidelijk moet maken dat „formeren niet regeren” is. Dat moet je uit elkaar halen, benadrukt ze. De Tweede Kamer zal moeten accepteren dat een formatieproces „gebaat is bij enige beschutting”.Kan het vertrouwen in de vertrouwelijkheid van het formatieproces op een andere manier worden hersteld? „Partijen zijn zelf onderdeel van dit proces”, zegt Stoker. De informateur kan bijvoorbeeld „onderhandelingsregels” opstellen en ingrijpen waar nodig. Boris van der Ham zegt dat de informateur de opdracht die hij van het parlement heeft gekregen „moet blijven bewaken”. Zodra fractievoorzitters beginnen over personele bezettingen moet Tjeenk Willink ze stoppen, omdat de invulling van kabinetsposities pas aan het einde van de formatie aan bod komt. Maar het parlement moet de opdracht van de informateur ook niet té veel vastleggen. „Die moet naar bevind van zaken kunnen handelen, het is een organisch proces.”Fractievoorzitters moeten met een „eigentijds antwoord op de cruciale kwestie van hoe zij willen omgaan met dualisme en een meer open bestuursstijl” komen, zegt Wijffels. Plechtige beloftes over een nieuwe bestuursstijl zijn niet afdoende. Eigenlijk zouden alle fractievoorzitters en de ambtelijke staf van bewindslieden van hun oude reflexen moeten afkomen door deze te vervangen door meer openheid en minder hiërarchisch denken. Laatstgenoemde reflex duidt op de verhouding tussen het kabinet (de macht) en het parlement (de tegenmacht). Met andere woorden: de manier van politiek bedrijven aan het Binnenhof moet anders. Hoe bereik je dat? „Dat is heel lastig, mensen gaan bijvoorbeeld de wildernis in”, vertelt Wijffels. In de natuur wordt iemand „helemaal teruggeworpen op wie hij is”. Therapie of leiderschapstrajecten zijn andere mogelijkheden, zegt hij.

Lees ook dit profiel: Formatie vastgelopen? Bel Herman Tjeenk Willink

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 9 april 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *