Deens vluchtelingenbeleid is allesbehalve een voorbeeld




Denemarken staat al jarenlang boven Nederland op de Wereld Gelukkigheidsindex. In 2020 werden ze tweede, achter Finland. Nederland werd vijfde. Toch is het geluk niet voor iedereen in Denemarken even groot. Als vluchteling kun je de Deense hygge wel op je buik schrijven, zo bleek recent weer uit het voorstel van de Deense regering om Syrische vluchtelingen terug naar Damascus te sturen.

Berdien van der Donk is promovendus rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Kopenhagen.
Naar aanleiding van het afgeven van 50.000 Nederlandse paspoorten door de IND werd demissionair staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD) gevraagd of zij bereid was dit ‘voorbeeld’ te volgen. Het antwoord op deze vraag luidt vooralsnog ‘nee’. Terecht, lijkt mij. Enkele meters van mijn appartement in Kopenhagen hangen al enkele weken protestspandoeken tegen dit Deense beleid en vonden er in 25 Deense steden protestmarsen plaats. Het Deense vluchtelingenbeleid is namelijk allesbehalve een voorbeeld. Allereerst druist het beleid van de Deense regering al jarenlang in tegen internationale mensenrechtenverdragen. In 2016 voerde de regering de ‘sieradenwet’ in. Op basis hiervan kunnen kostbare bezittingen van vluchtelingen worden geconfisqueerd om zo de kosten voor hun verblijf in Denemarken te bekostigen. In 2018 kwam de regering met het plan om een geïsoleerd vluchtelingeneiland te maken, een soort moderne versie van Alcatraz, in de Deense Sont. In 2020 stelde het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT) vast dat de behandeling van vluchtelingen in het Deense asielzoekerscentrum Ellebæk onacceptabel was. Volgens de CPT zijn de omstandigheden in het kamp vergelijkbaar met de omstandigheden in een Russisch gevangeniskamp. Toenemende polarisatieDe huidige sociaaldemocratische regering lijkt met het intrekken van de verblijfsstatus van vluchtelingen uit Damascus naadloos het meedogenloze beleid van de vorige regering voort te zetten. Het beleid moet met name uitstralen dat buitenlanders in Denemarken slechts welkom zijn om de kleine zeemeermin te bezoeken en om op de foto te gaan met pastelkleurige vikinghuisjes, om daarna vooral ook snel weer huiswaarts te keren.

Lees ook deze reportage: Denemarken stuurt vluchtelingen terug: ‘Als we in Syrië aankomen, wordt mijn man vermoord’

De gevolgen van dit beleid zijn tot ver buiten het immigratiebeleid te voelen. Het Deense ‘voorbeeld’ heeft namelijk een vergevorderde Deen-versus-de-rest samenleving gecreëerd, waardoor niet alleen vluchtelingen benadeeld worden, maar ook elke andere rechtmatige immigrant. Ook ik, als geïmmigreerde Nederlander, ervaar dit. Ondanks dat ik vloeiend Deens spreek, tot de top van mijn Deense universiteitsklas behoorde, en mijn professor op schrift verklaarde dat ik het Deense juridische systeem van binnen en buiten kende, werd mijn verzoek tot onvoorwaardelijke toelating tot de advocatenopleiding afgewezen. Ik en mijn diploma waren immers Nederlands; ik kon dus niet gelijk zijn aan een Deense rechtenstudent. ‘Voorbeeld’ is dan ook wel het laatste woord dat in mij opkomt om de huidige Deense politiek te omschrijven. Broekers-Knol wilde niet zover gaan om het Deense beleid actief te veroordelen. Een gemiste kans. De woorden „ongewenst en ongepast” lijken mij namelijk nog mild uitgedrukt om het Deense vluchtelingenbeleid te beschrijven. Gelukkig lijkt het risico op protestspandoeken in Nederland vooralsnog geweken. Laten we dat zo houden.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *