Deze muziek voelt als de soundtrack van mijn vrijheid




Voor me ligt de Bob Dylan-encyclopedie. Het is een turf met op elke bladzijde over twee kolommen een eindeloze hoeveelheid wetenswaardigheden over de singer-songwriter. Toen ik dat boek kreeg wist ik dat het niet meer goed zou komen. De blinde bewondering had het gewonnen. Sindsdien is de plank met Dylan verder uitgedijd. Het wachten is op het eerste deel van de nieuwe biografie. Nu Dylan komende week 80 jaar wordt, realiseer ik me dat er vrijwel geen dag voorbijgaat zonder zijn muziek – al zeker veertig jaar lang. Soms zit ik devoot mee te lezen met de verzameling van zijn teksten op mijn schoot. Dat helpt, want zijn stem is niet altijd even navolgbaar. Zeg maar gerust: hij heeft een stem als schuurpapier waarmee heel wat conventies zijn weggeslepen. We weten hoe het begon. In de maanden dat The Beatles de hitparades beklommen met ‘I Want To Hold Your Hand’ stond Dylan als dé protestzanger van zijn generatie op het podium van de grote March on Washington. Martin Luther King sprak daar zijn beroemde woorden I have a dream: „Toen King die speech gaf stond ik vlak bij hem. Tot de dag van vandaag ben ik daardoor diep geraakt.”Als ik luister naar prachtige nummers waarin hij zich vereenzelvigt met de burgerrechtenbeweging denk ik soms: wat een zegen dat toen nog niemand het had over zoiets als ‘culturele toe-eigening’. De grenzen van kleur hielden hem niet tegen. Het ontroerde dat hij zong over de zwarte tiener Emmett Till die in 1955 werd gelyncht.En luister nog eens naar zijn lied over de dood van de keukenhulp Hattie Carroll. Het is een aanklacht tegen een rechtssysteem dat de blanke dader mild straft: „But you who philosophize, disgrace and criticize all fears/ Take the rag away from your face, now ain’t the time for your tears.” Nina Simone zag er op haar beurt geen probleem in om veel muziek van Dylan te coveren. Dat is kern van alle kunst: over en weer lenen. Dylan had zijn hele leven kunnen voortgaan als protestzanger, maar voelde al snel de beklemming van het genre. Hij liet ‘the finger-pointing songs’ achter zich en botste hard met de behoudzucht van de progressieve goegemeente. Die vergaf hem ook niet dat hij de akoestische gitaar van de folkmuziek inruilde voor de commercieel geachte elektrische gitaar. Het publiek jouwde hem uit als ‘judas’.De muziek van Dylan ademt vrijheid. Het leven als een lange roadtrip: de ruimte van het landschap vermengt zich met een zwerftocht door het innerlijk. De zanger van ‘The Times They Are A-Changin’’ zoekt naar de dingen die niet veranderen. Terwijl de wereld om hem heen uit zijn voegen raakt, zit hij in de bibliotheek kranten te lezen uit de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw, de tijd van de Burgeroorlog. In zijn autobiografische Chronicles schrijft hij: „I had already landed in a parallel universe, anyway, with more archaic principles and values; one where actions and virtues more old style and judgmental things came falling out on their heads.” Die lange lijn van de geschiedenis schept ruimte. Zijn muziek is onmiskenbaar verbonden met het land van herkomst en tegelijk ver daarbuiten herkenbaar.We weten hoe het verder ging. Vaak is hij afschreven, maar Dylan is godzijdank nog steeds in vorm. Vorig jaar kwam midden in de coronatijd ineens Rough and Rowdy Ways met een nummer als ‘I Contain Multitudes’. Daarin laat hij de meest uiteenlopende invloeden zien: van Edgar Allen Poe tot Anne Frank, van William Blake tot Indiana Jones. Hij maakt de balans op, ook al zong hij ooit ‘Forever Young’.Ik heb heel wat concerten van Dylan bijgewoond die teleurstellend waren. Vaak staat hij half afgewend van het publiek en kost het moeite de tekst te volgen. Dat geeft allemaal niet. Ik wil erbij zijn, net zoals ik al zijn cd’s wil hebben, ook die uit mindere periodes. Toch altijd weer een nummer dat je niet wilt missen. Je kunt eindeloos in Dylan ronddwalen. Neem ‘Ain’t Talkin’’. Een slepend nummer van zo’n negen minuten waarin hij door een dromerig landschap wandelt. Daar heb ik wel honderd keer naar geluisterd. Zinnen die je niet helemaal hoeft te begrijpen: „I practice a faith that’s been long abandoned/ Ain’t no altars on this long and lonesome road.”Het is fijn om over deze weg mee te wandelen – ook als ongelovige. Dat doe ik al heel lang. Het verveelt nooit: er valt altijd iets nieuws te ontdekken. Luisteren naar Dylans muziek woelt een verlangen los. Ik krijg altijd enorme zin om eropuit te trekken, beter nog: om te verdwalen. Zijn muziek voelt als de soundtrack van mijn vrijheid.
Paul Scheffer schreef onder meer Het land van aankomst en De vorm van vrijheid.

Nieuwsbrief
NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 21 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *