Deze uitspraak over Shell laat zien: het klimaat is een mensenrechtenkwestie

Deze uitspraak over Shell laat zien: het klimaat is een mensenrechtenkwestie

[ad_1]


Revolutionair en bijna even belangrijk als het klimaatakkoord van Parijs waarop het vonnis is gebaseerd. Ed Nijpels, regisseur van de uitvoering van het nationale klimaatakkoord, komt woorden te kort om het belang van de uitspraak van de Haagse rechtbank te beschrijven. Dat de rechters Shell sommeren om voor 2030 zijn uitstoot van broeikasgassen met 45 procent te beperken, had hij niet verwacht. „Het revolutionaire is dat de rechter een bedrijf houdt aan afspraken die niet door het bedrijf, maar door regeringen zijn gemaakt”, aldus Nijpels. „En de verplichte reductie liegt er niet om. Dit gaat internationaal tot grote bezinning leiden.”
Dit zal een hausse aan andere rechtszaken geven, wereldwijd
Marjan Minnesma directeur Urgenda
En niet alleen internationaal. De oud-minister van Milieu namens de VVD denkt dat de uitspraak ook grote gevolgen zal hebben voor het nieuwe kabinet. „Er worden nu in het klimaatbeleid grotere stappen gezet dan we ons nog maar een half jaar geleden konden voorstellen. Klimaat was al een van de belangrijkste dossiers bij de formatie, maar de partijen die nu aan tafel gaan zitten, kunnen hun borst natmaken.”

Lees ook het nieuwsbericht: Shell moet zich van rechter aan Akkoord van Parijs houden

Nijpels is niet de enige die er zo over denkt. Tweede Kamerlid Joris Thijssen (PvdA) spreekt van „een mokerslag”. Volgens hem gaat met deze uitspraak „het hele denken op zijn kop”. Thijssen voorspelt dat de overheid „de grote vervuilers niet langer uit de wind gaat houden”. CDA’er Agnes Mulder reageert terughoudender. Ze noemt de uitspraak „een serieus signaal”. Bij de strijd tegen klimaatverandering spelen bedrijven volgens haar een grote rol. Maar, voegt ze eraan toe: „Die strijd kunnen we niet alleen in Nederland winnen, daar hebben we Europa hard voor nodig.”
Deze uitspraak voert de druk op voor grote vervuilers
Bas Eickhout Europarlementariër (GroenLinks)
Dat bedrijven een rol hebben bij het bestrijden van klimaatverandering wordt ook door Shell erkend. Dat Shell en Milieudefensie, een van de partijen die de rechtszaak aanspanden, het eens waren over de feiten én de ernst van het probleem en de noodzaak daar iets tegen te doen, hielp de rechtbank juist om tot dit besluit te komen. Meebewegen met de samenlevingIn een summiere en onderkoelde schriftelijke reactie op het vonnis herhaalt Shell dat er „dringend actie nodig [is] om klimaatverandering aan te pakken”. Het bedrijf schrijft: „Daarom hebben we onze inspanningen versneld om tegen 2050 een energiebedrijf met netto nul uitstoot te worden, meebewegend met de samenleving, met kortetermijndoelstellingen om onze vooruitgang te volgen.” Het grootste deel van de verklaring bestaat uit een opsomming van de miljarden die Shell nu al in duurzame plannen investeert. Het bedrijf schrijft: „We zullen ons blijven concentreren op deze inspanningen en verwachten in beroep te gaan tegen de teleurstellende uitspraak van de rechtbank van vandaag.”
Dit is bijna van even groot belang als het Akkoord van Parijs zelf
Ed Nijpels regisseur uitwerking Klimaatakkoord
Het is vooral het werk van advocaat Roger Cox, die in 2015 voor duurzaamheidsorganisatie Urgenda met succes een rechtszaak tegen de Nederlandse staat voerde om het klimaatbeleid aan te scherpen, dat nu Shell wordt gedwongen zijn beleid aan te passen. En volgens Cox heeft de uitspraak gevolgen voor veel meer bedrijven dan alleen Shell. Hij noemde het vonnis in een eerste reactie „een keerpunt” in de geschiedenis. „Deze uitspraak kan voor andere grote vervuilers grote consequenties hebben. Want het vonnis biedt in binnen- en buitenland heel veel mogelijkheden om vergelijkbare bedrijven op zijn minst aansprakelijk te stellen.” Dat was ook de vrees van Shell. Tijdens een zitting in december zei advocaat Dennis Horeman van advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek, dat namens Shell het verweer voerde, dat een veroordeling van het bedrijf een situatie zou kunnen creëren „waarin talloze partijen elkaar via de rechter kunnen aanspreken op hun rol in de [energie]transitie”. Met het risico dat dit rechters „een centrale rol kan geven in een actieve en delicate politieke werkwijze”.
We zitten in de goede richting, maar gaan dus niet snel genoeg
Harry Brekelmans directeur Shell
‘Revolutie met recht’Het is precies wat Cox wil, schreef hij in 2011 in zijn boek Revolutie met recht. Daarin legt hij uit dat hij onvoldoende vertrouwen heeft in westerse regeringen en in de markt om burgers te beschermen tegen klimaatverandering. De opwarming vormt daarmee volgens hem ook een directe bedreiging voor de democratische rechtsstaat. Zijn boek was een pleidooi om met behulp van het recht „een alomvattende energierevolutie” te ontketenen. Volgens klimaatjurist Laura Burgers is het opvallend dat Shell in het oordeel van de rechtbank „via de mensenrechten wordt gebonden aan een klimaatverplichting”. Burgers promoveerde eind vorig jaar op klimaatrechtspraak en schrijft desgevraagd in een e-mail dat deze uitspraak bevestigt dat „een stabiel klimaat een mensenrechtenkwestie is”.De rechtbank vindt weliswaar dat Milieudefensie geen beroep kan doen op mensenrechten zoals vastgelegd in onder meer het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, omdat die gelden in relatie tussen staten en burgers. Maar, schrijft de rechtbank letterlijk: „Vanwege het fundamentele belang van de mensenrechten en daarin belichaamde waarden voor de samenleving als geheel, kunnen de mensenrechten echter wel een rol spelen” in de verhouding tussen Milieudefensie en Shell.Shell zal olie en gas in de grond moeten laten zitten, waar die hoort Ook Gerrit van der Veen, bijzonder hoogleraar milieurecht in Groningen en advocaat, noemt mensenrechten een opvallend element in de uitspraak. Samen met het begrip soft law, dat hij omschrijft als juridische instrumenten die niet wettelijk kunnen worden afgedwongen maar die toch een regulerende werking kunnen hebben, vormen ze volgens Van der Veen het hart van de uitspraak. „In deze zaak draait het om de zogeheten ongeschreven zorgvuldigheidsnorm”, zegt Van der Veen in een telefonische reactie. „Die kan door rechters min of meer worden ingevuld zoals zij vinden dat die moet luiden. Hier is die norm zeer verstrekkend gebruikt.”

Lees ook: Olieconcerns staan nu van alle kanten onder druk

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 27 mei 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *