Dit parlement verdient een motie van afkeuring




‘Ik sta hier aangeslagen”, zei Kees van der Staaij. Deze steile parlementariër was de enige die mijn gevoel verwoordde tijdens de vele uren van debat over de kwestie-Omtzigt. Inderdaad aangeslagen, want zelden zag ik zoveel onwaarachtigheid uit naam van waarheidsvinding. De uitbarsting van woede die zich ontlaadde over het hoofd van Mark Rutte was een treurig schouwspel. Het zinnetje „functie elders” is terecht hoog opgenomen. Velen van de 342.000 mensen die kozen voor Pieter Omtzigt zagen hun stem als een manier om de rol van het parlement te versterken. Het ging ze meer om de persoon dan om de partij: een parlementariër die de affaire met de toeslagen aan de orde stelde en ook een idee heeft over de verhouding tussen burger en bestuur. De behoefte aan een andere bestuurscultuur is voelbaar. De motie van afkeuring was zeer nodig, maar het „nieuwe leiderschap” bleek nogal dun te zijn. Vooral de manier waarop Sigrid Kaag de nabijheid van Geert Wilders zocht was pijnlijk. Dit monsterverbond laat zien dat de belofte van nieuw leiderschap voorlopig een voortzetting is van machtspolitiek met andere middelen.Het dieptepunt kwam toen Wilders de motie van afkeuring uitlegde als de ‘politieke onthoofding’ van Rutte. Kaag stemde er halfhartig mee in. Ze sprak letterlijk over „de motie van afkeuring, door de heer Wilders op bepaalde plekken veel beter verwoord dan ik nu doe”. Ze had kunnen zeggen: „Meneer Wilders, ik begrijp uw obsessie met het jihadisme, maar dat is niet wat ik bedoel met een motie van afkeuring.” En waarom liep de linkse oppositie achter Wilders aan? Ze schrokken niet terug voor het risico om zijn motie van wantrouwen aan een meerderheid te helpen. Een parlement waarin een partij zonder leden fungeert als democratisch geweten is er niet goed aan toe. We zagen het verval: uitgerekend Thierry Baudet omschreef de premier als een „pathologische leugenaar”. Toen niemand hem tegensprak wist ik wel hoe laat het was.Een Kamer die vernieuwing wil had ook afkeuring moeten uitspreken over de verkenners. De geloofwaardigheid van Kaag was groter geweest als ze het handelen van haar partijgenoot Kajsa Ollongren, vicepremier in dit kabinet, zonder omwegen had veroordeeld. Die schreef als verkenner: „Geen van de fractievoorzitters heeft met ons gesproken over de positie van de heer Omtzigt.” Haar herinnering haperde evenzeer. Ook Wopke Hoekstra moet bij zichzelf te rade gaan. Rutte vertelde dat beiden hadden gesproken over een ministerschap voor Omtzigt. Dat ontkende hij niet. Al eerder hadden ze samen in de ministerraad geprobeerd diens kritiek in te kapselen. De gedachte was telkens: hoe komen we van de boodschapper af. Niet: hoe nemen we zijn boodschap ter harte. Het is tijd voor een andere bestuurscultuur, maar een ‘politieke onthoofding’ brengt die niet dichterbij. Informateur Herman Tjeenk Willink vond woensdag meteen de goede toon: „Het gaat niet over persoonlijke schuld, het is de dynamiek van het stelsel zelf die heel moeilijk te doorbreken is. […] Iets wat veertig jaar in één richting is gegaan, draai je niet in veertig dagen weer terug.” Mocht het onderlinge wantrouwen toch te diep zitten, dan liggen nieuwe verkiezingen voor de hand. Het is ondenkbaar dat een andere liberaal als nieuwe premier de 34 zetels van de VVD meeneemt – bijna 90 procent van die kiezers stemde op Rutte. Dat zou echte zetelroof zijn. En het is even ondenkbaar dat een parlement met een rechtse meerderheid een overwegend linkse regering zonder liberalen in het zadel helpt.Ondertussen blijft de roep om nieuw leiderschap in de lucht hangen. We hebben gezien dat er autoritaire trekjes in kunnen schuilen. Kaag vraagt terecht om visie en wil voor de troepen uitlopen, maar misschien biedt het leading from behind van Rutte meer waarborgen tegen dwingelandij. Al laat de Toeslagenaffaire zien dat die waarborgen nooit vanzelf spreken. Ik heb ook een aarzeling bij de aandrang van Pieter Omtzigt. Een peiling laat zien dat een eigen lijst vooral ten koste zou gaan van de PVV. Dat verraste me niet. In zijn kritiek kun je een antwoord op het populisme zien, al raakt hij soms in het kielzog van die retoriek. Wie dit land als een bananenmonarchie kenschetst, zoals hij onlangs deed, draagt bij aan het bederf.We hebben volgens Omtzigt een gebrek aan tegenmacht. Daarin heeft hij zeker gelijk, maar ook tegenmacht is een vorm van macht. Dat vraagt om matiging in het gebruik ervan. Wat we zagen, was iets heel anders: een stuurloos parlement dat zelfonderzoek uit de weg ging. Ik denk niet dat deze verdrijving van een premier tot loutering leidt. Vandaar dat ik zo aangeslagen was.
Paul Scheffer schreef onder meer Het land van aankomst en De vorm van vrijheid.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 9 april 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *