Douze points voor de krant die nu ook weer flink uitpakt met hoge cultuur




Glitter en glamour waren ver te zoeken, toen de verslaggever van NRC neerstreek in Lissabon, voor het 63ste Eurovisie Songfestival, begin mei 2018. Ze was ondergebracht in een „gehorig buitenwijkhotel”, ver van de festiviteiten maar bij een metrostation. Buiten graasden paarden in de berm. Bij het joggen werd ze nagezeten door honden die hapten naar haar kuiten.Echt vervelend was dit: ze had niets te doen.Kort nadat ze was geland, kreeg verslaggever Romy van der Poel plotseling te horen dat ze niet geacht werd kopij te sturen. Het was wel genoeg geweest, vond hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Van der Poel had al een grote productie gemaakt, als opmaat naar de finale – maar meer hoefde niet. Het moest niet te gek worden, vond de hoofdredacteur, die door lezers werd aangesproken op de populairder koers die de krant onder zijn leiding was ingeslagen.Niettemin bleef de verslaggever een week in Lissabon. Kwam beter uit door haar ticket. Maar ook, zegt ze nu, omdat ze niet wist of morgen toch niet alles weer anders zou zijn en ze alsnog moest gaan tikken. Maar witte rook bleef uit. Als u het vergat: Israël won.Inmiddels is de achterstand allang ingehaald – en hoe.Vorige week bracht NRC een uitgebreide special over het festival, met een podcast over de emancipatoire waarde ervan én een Commentaar over de viering van „diversiteit en gekkigheid”.Journalistiek is die aandacht goed te verdedigen, al is het maar omdat het spektakel na een jaar uitstel in Rotterdam plaats heeft . Het was een vrolijke maar ook serieuze, veelzijdige bijlage. Eerder bracht Kunst een special over slavernij, deze week een steengoede over activisme. Overigens, het festival resoneert tot in het Israëlisch-Palestijnse conflict, zoals elders in Opinie & Debat te lezen.Niettemin, vonden sommige lezers, mag het een onsje minder? Festivalgekte gierde toch al door de media. En waarom negeerde NRC het gereputeerde Elisabeth Concours voor muzikanten?Over dat laatste: aan de Nederlandse halve-finalist Aidan Mikdad besteedde de krant de afgelopen jaren geregeld en ruim aandacht. Nu kwam er een bericht online, zegt de muziekredacteur, een plan om Mikdad een dagboek te laten schrijven ketste af.Intussen tekenen die bijlage én de Portugese odyssee van de verslaggever in 2018 wel de ambivalente verhouding van NRC met het Songfestival en, breder, ‘lagere’ cultuur. NRC Handelsblad begon als een krant van hoge cultuur – al was dat beeld eenzijdig. Het adagium was eerder ‘licht schrijven over zware onderwerpen, en zwaar over lichte’. Dat dat kán, bewees Bas Heijne al in 1996 met een ijzersterk stuk over de film Saturday Night Fever.Sindsdien is er veel veranderd. De samenleving staat inmiddels in het teken van identiteit en viering van je eigen lifestyle, dus geen wonder dat dit festival nu zo hoog scoort. Wat ooit marginale camp was, is nu een maatschappelijke magneet. Sociale media, de doe-het-zelf-cultuur van YouTube en het culturele kapitaal van influencers zullen allemaal een steentje hebben bijgedragen aan dit democratische hedonisme.Ook NRC nam die afslag. Beslissend was het aantreden van Vandermeersch in 2010, die vond dat NRC naast het hoofd ook „het hart” moest bedienen – maar die ook weer niet ordinair gevonden wilde worden. Gaandeweg kwam de krant zo los van zijn journalistieke Über-Ich, met top 10-hitlijsten, ballen bij boekrecensies, en een bij vlagen bewonderend oog voor het stralen der sterren.Maar de gestage herwaardering van het Songfestival gaat wat verder terug in de historie. Tot begin jaren negentig werd het plichtmatig afgehandeld, zoals de waterstanden of beursberichten.Een kentering begon zich af te tekenen in 1993, toen presentator Paul de Leeuw aantrad. Dankzij hem werd het festival „voor het eerst eens leuk”, noteerde redacteur Kasper Jansen. De Leeuw maakte het festival weer „salonfähig”, aldus recensent Henk van Gelder, „met zijn volle gewicht”. De berichtgeving bleef nog wel tongue in cheek, zoals het hoorde in een tong-in-chique krant.Groot was dan ook de schok in 2002 toen verslaggever Japke-d. Bouma, bij de finale in Tallinn, erachter kwam dat de Esten en Letten de competitie „echt serieus” namen. Voor die kleine naties was dit geen „triviaal” festival maar een zaak van nationaal belang.Op de krant begon dat breder door te dringen. In 2008 klaagde een lezer dat het bericht dat Franco in 1968 de jury zou hebben omgekocht in drievoud was vermeld: bij Buitenland, Kunst én Media. Douze points voor de junta!Hoofdredacteur Birgit Donker noteerde, wat verontschuldigend: „Het festival werd in de ochtendvergadering door geen van de redacties gemeld.” Het gewicht ervan was kennelijk nog niet volledig bij het kader ingedaald.Onder haar opvolger was het festival object van forse verslaggeving, zij het dus wisselvallig. De respectabele status ervan werd in 2013 bezegeld door zangeres Anouk. Songfestival leeft weer, juichte NRC. Ook toen kwam de beste analyse van Bas Heijne, die vaststelde dat Nederland Anouks finaleplaats vierde „alsof een nationaal trauma was overwonnen”. Hij prees haar lied als een correctie op „de brutale wansmaak” waarin het populisme had gezwolgen.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.
Tegen wansmaak zal NRC zich blijven teweerstellen, mag je verwachten. Verslag doen van populaire cultuur heeft de krant inmiddels wel onder de knie – zozeer dat je soms bijna snakt naar een paar maten Beethoven, of een onbeschaamd snobistische uitspatting over, vooruit, een Duitstalige dissertatie over atonale muziek. De jury uit Ombudistan zou daar in elk geval ook graag twaalf punten voor geven.Sjoerd de JongReacties: ombudsman@nrc.nl
De lezer schrijft … Het is in Urk, niet op Urk!
Zou u willen stoppen met „op Urk”? Voor de inwoners leeft het eilandgevoel nog steeds, volgens Wikipedia: men is of woont niet ‘in’ maar ‘op’ Urk. Maar kranten moeten zich houden aan algemene feiten – Urk is geen eiland meer – niet aan gevoelens van een kleine groep. J. Huizenga
… de krant antwoordt Aan het Rokin kan het consequenter
Inderdaad, sinds de aanleg van een dijk (1939) en het droogleggen van de polder (1942) is Urk geen eiland meer. Anderzijds, dat inwoners hun woonplaats nog zo aanduiden is ook een relevant feit. Het zegt iets over het zelfbeeld van een lokale gemeenschap. Zoals Rotterdammers het hebben over ‘op Zuid’ en niet ‘in Zuid’.Je kunt je voorstellen dat NRC het in feitelijk nieuws houdt op „in Urk” en dat in reportages ook het lokale woordgebruik voorkomt. Zo consequent is de praktijk niet. Vorig jaar kopte nrc.nl Tien aanhoudingen in Urk, maar een paar dagen later was het Opnieuw onrustige avond op Urk. Dat kan dus consequenter, daar aan het Rokin.

Nieuwsbrief
NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 22 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 22 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *