Een bescheiden held, die vond dat hij gewoon zijn werk deed

Een bescheiden held, die vond dat hij gewoon zijn werk deed

[ad_1]


Het was de jaarlijkse herdenking op het Britse Ereveld in Venray, in 2011. Veteranen van het Suffolk Regiment, de eenheid die de omgeving bevrijdde, waren er bij. En één van hen viel op; naast de vier Britse onderscheidingen voor dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog zat op zijn borst de Militaire Willems-Orde.Kenneth George Mayhew, vrijdag overleden op 104-jarige leeftijd, had inderdaad deze allerhoogste Nederlandse ridderorde gekregen. In 1946 benoemde koningin Wilhelmina hem tot Ridder 4de klasse voor „het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw” bij de bevrijding van Nederland. Hij had „daarbij herhaaldelijk blijk gegeven van buitengewone plichtsbetrachting en groot doorzettingsvermogen.”Maar tot die septemberdag in 2011 wist niemand dat Mayhew nog leefde. Voor zover bekend was er nog maar één buitenlandse veteraan in leven die de Militaire Willems-Orde droeg, een Amerikaan. Mayhew was in de vergetelheid geraakt, deels omdat Nederland niet had bijgehouden waar de veteranen woonden, deels omdat hij zelf geen adreswijzigingen stuurde en uitnodigingen aan hem daardoor onbeantwoord bleven. Maar ook omdat „hij niet helemaal doorhad hoe belangrijk en zeldzaam zijn onderscheiding werkelijk was”, zegt Roel Rijks, die het lintje die dag herkende. Mayhew had de onderscheiding per post gekregen, zoals hij ook zijn Britse onderscheidingen had gekregen. Het grootse militaire vertoon waarmee andere Willems-Orden waren uitgereikt, was hem ontgaan. Evenals het feit dat er in die tijd slechts 150 man waren geridderd.„Zoals zoveel veteranen had hij na de oorlog zijn leven weer opgepakt”, vertelt Simon Smits, oud-ambassadeur in Londen, die Mayhew de afgelopen jaren regelmatig opzocht in diens woonplaats Norwich en bevriend met hem raakt. „Dit illustreert zijn bescheidenheid”, zegt luitenant-kolonel Rob Arts, militair attaché bij de ambassade en tot diens dood degene die contact had met Mayhew namens de Nederlandse overheid. „Hij wilde nooit op de voorgrond treden.”Cricket en hockeyKenneth George Mayhew werd op 18 januari 1917 geboren. Hij groeide op in de landelijke omgeving van Helmingham in Suffolk, vlakbij Ipswich, in een gezin met vier zoons. Hij ging naar het nabijgelegen Framlingham College, een kostschool, waar hij onder meer uitblonk in cricket en hockey. Die sporten beoefende hij ook op hoog niveau: hij speelde cricket voor het graafschap Suffolk en hockey voor Norfolk. Na zijn middelbare school werkte hij bij Fisons, een bedrijf dat onder meer medicijnen en landbouwmiddelen produceerde.Tot de oorlog uitbrak. In 1939 had de toen 22-jarige Mayhew zich aangesloten bij de reservisten en hij volgde begin 1940 een officiersopleiding aan de prestigieuze Royal Militairy Academy Sandhurst. Na afronding werd hij ingekwartierd bij het Suffolk Regiment, als tweede luitenant bij het eerste bataljon.Dat bataljon werd onderdeel van de British Expeditionary Force, die de Duitse opmars had moeten voorkomen. De Britse troepen moesten zich echter terugtrekken, het eerste bataljon werd vervolgens ingezet als anti-invasie-eenheid in Engeland en getraind voor D-Day.

Mayhew in 2019 bij de Dodenherdenking op Militair Ereveld Grebbeberg.
Foto ANP/Vincent Jannink

Slag bij Overloon en VenrayMayhews eenheid landde op 6 juni 1944 op Sword Beach in Normandië, en was onder meer betrokken bij het innemen van het Duitse bunkercomplex Hillman bij Coleville en de Slag om Château de la Londe bij Caen.Inmiddels bevorderd tot commandant (met de rang van kapitein) kwam Mayhew met zijn infanterie-eenheid via Frankrijk en België in september aan in Weert. Daar werden ze belast met het verkennen van de Duitse posities, die soms door het Suffolk Regiment alleen opgespoord konden worden door zich bloot te geven om zo bewust vijandelijk vuur uit te lokken. Kwetsbaar dus, doordat ze oog in oog met de vijand stonden.In oktober nam Mayhew (bevorderd tot tijdelijk majoor), deel aan de Slag om Overloon en Venray. De geallieerde tanks moesten daar een beek over, de Loobeek, maar de bruggenlegger liep vast. Mayhew ging – volgens degene die hem voordroeg voor een onderscheiding – „zonder aarzeling” voorop om zijn eenheid aan te voeren.

Lees over de bevrijding van Nederland: de verhalen van ooggetuigen

„Hij besloot door te zetten, wat werd bemoeilijkt door vijandelijk vuur. Hij moedigde zijn mannen aan, ging van peloton naar peloton om het bevel te geven, in plaats van zijn pelotonleiders naar zich toe te roepen, terwijl de vijand om elke meter van Overloon naar Venray streed.”Hij raakte zelf gewond door granaatscherven. Door de zware verliezen bij de oversteek, kreeg de beek de bijnaam ‘Bloedbeek’. Mayhew werd naar Brussel geëvacueerd voor een operatie. Maar binnen drie weken was hij terug bij zijn bataljon en bracht de winter door in de ijskoude uiterwaarden van de Maas bij Blitterswijk. In februari 1945 raakte hij opnieuw gewond, nu tijdens de opmars naar de Rijn, en keerde toen terug naar Engeland.

Lees over de ‘bloedbeek’ bij Venray: Britten worstelden zich op de Peel door de modder

Minachting eigen veiligheid„Hij heeft zichzelf uit het ziekenhuis ontslagen om terug te keren naar zijn eenheid”, vertelt luitenant-kolonel Gerrit Pijpers, secretaris van het Kapiteel der Militaire Willems-Orde, dat de minister van Defensie adviseert over onderscheidingen. „Daarin ging hij verder dan de gemiddelde man of vrouw. Dat werd gezien.”In de voordracht staat dat Mayhew zichzelf „bewezen heeft als een geweldige en heldhaftige commandant, die minachting voor zijn eigen veiligheid toonde, en daarmee het respect van ieder onder zijn leiding kreeg”. Mayhew genoot van de aandacht die hij sinds zijn ‘herontdekking’ in 2011 kreeg. „Maar niet voor zichzelf, maar voor zijn kameraden”, zegt luitenant-kolonel Arts. Hij vertelt dat Mayhew bij de herdenking van 75 jaar Market Garden in 2019 vroeg of het ongevoelig was dat hij zijn andere onderscheidingen ook droeg. „Hij vond die niet minder waardig .” Roel Rijks zegt: „Hij zag zijn Willems-Orde als een manier om eer te bewijzen aan al zijn mannen. Hij nam ook de tijd voor iedereen die een praatje met hem wil maken of meer wil weten.”Oud-ambassadeur Simon Smits vertelt hoe ontroerd Mayhew was tijdens de herdenking van Market Garden door het vele publiek. Generaal-majoor b.d. Henk Morsink, Kanselier der Nederlandse Orden, vertelt dat Mayhew verbaasd was dat mensen dankbaar waren voor wat hij had gedaan. „Hij vond: ‘ik deed gewoon mijn werk’.”Arts herinnert zich hoe tijdens het staatsbezoek van Willem-Alexander aan Londen, in 2019, de koning Mayhew zag bij het staatsbanket en hem meenam om aan koningin Elizabeth voor te stellen. „Daar was hij vol van.” Smits zag bij de herdenking van Market Garden hoe prinses Beatrix uit de krans die zij legde één witte roos haalde, en die aan Mayhew gaf.Na de oorlog begon Mayhew een bedrijf in landbouwbenodigdheden, waaronder kunstmest. Hij bleef sportief: hij speelde nog steeds op hoog niveau cricket, hockey en squash, en tot zijn 97ste golf. En hij had een seizoenskaart voor Norwich City. Mayhew trouwde en kreeg een zoon en twee dochters met zijn eerste vrouw. Hij hertrouwde met de jongere Patricia (Trish). Zij was volgens Kenneth Mayhew het recept voor zijn lange leven.

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *