Een leven gewijd aan de zon

Een leven gewijd aan de zon

[ad_1]


Tot een jaar of vijf geleden stuurde Kees de Jager om de paar maanden een mail naar de redactie. Hij schreef dat hij net een artikel had gepubliceerd in een astronomie-vakblad. Hij vroeg aandacht voor een collega-astronoom aan wie een prestigieuze prijs was toegevallen. Of hij wees op een gebeurtenis aan de hemel. Want ook al was De Jager al sinds 1988 met emeritaat en woonde hij alweer jaren op Texel, toch bleef hij een man van de sterren. En vanaf het Waddeneiland waar de sterren nog ouderwets fonkelen tegen een donker firmament, bleef hij samenwerken en mailen met collega’s overal op aarde.In 2011 vertelde De Jager in een interview in deze krant hoe hij als vijfjarig ventje op datzelfde eiland in de ban van de sterren was geraakt. Onderweg na een laat afscheidsbezoek aan een tante, had een rode en groene gloed de avondhemel betoverd. Het was het noorderlicht en het had geleid tot een fascinatie voor het heelal, die hij nooit meer was kwijtgeraakt.Integendeel, toen het gezin een paar maanden later was geïnstalleerd op het Indonesische eiland Sulawesi waar De Jagers vader onderwijzer was geworden, bleek de tropische hemel boven de sawa’s minstens zo betoverend. En toen hij in Soerabaja op Oost-Java op de hbs zat, lag hij heel wat avonden met vrienden naar de sterren te turen. Volgens Duotsje (Doetie) Rienks, die hij op die hbs had leren kennen en met wie hij in 1947 zou trouwen, liep hij ook altijd met hetzelfde boek onder de arm: De wonderen des hemels van de Franse astronoom en wetenschapsschrijver Camille Flammarion.De zon, gewoon en dichtbijIn 1939 reisde De Jager met de boot terug naar Nederland, een paar maanden later gevolgd door zijn ouders. Zijn studie wis- en natuurkunde verruilde hij er al snel voor een sterrenkundestudie, tot ongerustheid van zijn ouders die vreesden dat er in dat vak „geen droog brood te verdienen viel”. Maar De Jager was gegrepen door de colleges van de Utrechtse astronoom Marcel Minnaert – een, volgens De Jager zelf, „radicale en anarchistische man die prachtig college kon geven”.De Jager voelde zich thuis in de sterrenkunde, die hem trouwens ook letterlijk onderdak bood. Toen hij weigerde de loyaliteitsverklaring aan de Duitsers te ondertekenen en zich moest schuilhouden, kon hij onderduiken op sterrenwacht Sonnenborgh. Hij bracht er de rest van de oorlog in afzondering door en had alle tijd om collegedictaten en boeken door te nemen. Zo kon hij bijna meteen na de oorlog afstuderen – „een voorrecht”, noemde hij dat zelf. Wel was hij een beetje teleurgesteld toen Minnaert hem, voor het promotieonderzoek waar hij daarna aan begon, de zon liet bestuderen. Hij moest wel even slikken, vertelde hij later: „De zon? Zo gewoon en zo dichtbij, terwijl daarachter dat grote heelal ligt?” Toch beleefde hij de rest van zijn leven naar eigen zeggen veel plezier aan die zon.Zijn werk aan de zonneatmosfeer zie ik ook als zijn belangrijkste bijdrage aan de sterrenkunde, zegt emeritus-hoogleraar astronomie Ed van den Heuvel, die De Jagers derde promovendus was, tussen 1963 en 1968. In het proefschrift waarop De Jager zelf in 1952 cum laude gepromoveerd was, gebruikte hij het spectrum van de zon om de opbouw van die zonneatmosfeer te bestuderen. „Het leidde tot een toonaangevend model dat weergaf hoe de temperatuur en druk in die zonneatmosfeer van binnen tot aan de buitenrand ervan afnamen. In de jaren daarna deed hij iets soortgelijks voor de chromosfeer en corona, die zich buiten die zonneatmosfeer bevinden.”Een eigen satellietDe Jager had het in die jaren ontzettend druk, herinnert Van den Heuvel zich. Dat kwam mede doordat hij één dag in de week, op vrijdag, college gaf aan de vrijzinnige en antiklerikale Vrije Universiteit Brussel. „Die was toentertijd Franstalig en ze wilden ook colleges laten verzorgen in het Nederlands”, licht Van den Heuvel toe, „door iemand die niet katholiek was, zoals bijvoorbeeld de collega’s in Leuven wél waren.” De in Brussel gespendeerde werkdag haalde De Jager vervolgens in Utrecht elke zaterdag weer in. Daar kwam nog bovenop dat het Utrechts Laboratorium voor RuimteOnderzoek (tegenwoordig Stichting RuimteOnderzoek Nederland, SRON) in die jaren onder De Jagers leiding uitgroeide van een groepje van drie man in een klein wit gebouwtje tot, tien jaar later, een instituut waar 150 mensen werkten.De Jagers lab voor ruimtevaartonderzoek was niet het enige in Nederland. De universiteiten in Leiden en Groningen hadden in 1961 van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen eveneens geld gekregen om zo’n instituut te beginnen. Aanleiding daarvoor was de eerste Spoetnik, die in 1957 tot verrassing van velen door de Russen in een baan rond de aarde was gebracht. Ook De Jager had deze satelliet niet voorzien. Maar zei hij in 2011: „Het was meteen duidelijk dat dit betekenis had voor de astronomie. […] Met zo’n kunstmaan kon je dagen en weken vanuit de ruimte metingen verrichten. Dus ja, toen werd in Nederland gezegd: wij moeten ook een satelliet hebben.” In het meer concrete plan dat hij vervolgens bij de KNAW-commissie voor Geofysisch en Ruimtevaartonderzoek indiende, stelde De Jager voor om röntgenstraling van de zon te gaan meten. „En zijn laboratorium werd al snel de grootste van de drie”, zegt Van den Heuvel.Beminnelijke stijlMede doordat hij het altijd druk had, gaf De Jager zijn promovendi alle vrijheid. „Maar als je hem een artikel voorlegde dat je had geschreven, kreeg je dat altijd binnen een paar dagen met uitgebreid commentaar terug”, zegt Van den Heuvel. Hij herinnert zich bovendien De Jagers beminnelijke stijl van leidinggeven en de vriendelijke sfeer op het lab. Ook anderen merkten diens „opgewektheid” op, zijn „fantasie om kwesties eens van een heel andere kant te belichten” en de „kalmerende werking van zijn lichte stem”, zoals het in 1998 in een Liber Amicorum werd samengevat. En misschien vooral „het respect voor zijn toehoorders dat uit zijn woorden blijkt”.Kwam dat doordat De Jager al zo jong met verschillende culturen in aanraking was gekomen en met verschillende manieren van onderhandelen en communiceren? In elk geval was het „ontzettend moeilijk om ruzie met hem te krijgen”, aldus Van den Heuvel. „In die tijd was er een sociale wet waarmee je mensen die moeilijk aan de slag konden komen kon aannemen. Kees had altijd een paar van die mensen in dienst. Daaronder was er één echt heel moeilijke. Maar Kees had besloten dat deze man juist wegens al die eerdere mislukkingen, tot zijn pensioen zou moeten blijven. En het lukte hem nog ook om de man in dienst te houden. Zelfs nadat die per ongeluk het halve lab onder water had gezet en iedereen aandrong op zijn vertrek.”

Kees de Jager bij de Merz-telescoop op sterrenwacht Sonnenborgh in 1953.

Die diplomatieke gaven zorgde er ook voor dat De Jager al snel gevraagd werd voor allerlei nationale en internationale commissies. Naast zijn directeurschap van SRON, 22 jaar lang, was hij tussen 1963 en 1977 ook directeur van de Utrechtse Sterrenwacht Sonnenborgh (1963-1977), secretaris-generaal van de Internationale Astronomische Unie (1970-1973), tweemaal voorzitter van de internationale organisatie voor wetenschappelijk ruimteonderzoek COSPAR (1972-1978 en 1982-1986), en hoofdredacteur van de vakbladen Space Science Reviews (1962-2003) en Solar Physics (1967-1997).In 1980 kwam dat nationale en internationale werk samen toen de in Utrecht gebouwde röntgendetector HXIS (Hard X-ray Imaging Spectrometer) aan boord van NASA’s Solar Maximum Mission satelliet. Dat het instrument zijn eerste zonnevlam vastlegde op 30 april, Koninginnedag, gaf extra glans aan deze kroon op zijn werk, zei De Jager later zelf. Maar in grote lijnen is belangrijker dat Europa mede dankzij De Jager zijn achterstand in de ruimtevaart inliep. Hoe groot die aanvankelijk was, had De Jager gezien toen hij in 1961 namens de voorloper van het Europese Ruimtevaart Agentschap ESA een werkbezoek aan NASA bracht: „Je mond viel open.” Tegenwoordig is Europa met de VS leidend op het gebied van de onbemande ruimtevaart, en huist mede dankzij De Jager het technologie- en onderzoekscentrum van ESA (Estec) in Noordwijk. Waarschuwen voor kwakzalversIn 1986 ging De Jager met pensioen, maar stoppen met werken deed hij niet. Alex de Koter, hoogleraar sterrenkunde in Amsterdam, studeerde twee jaar later nog bij De Jager af. „Een man met plezier in het leven”, zegt De Koter, „die in deze periode juist veel tijd had voor zijn studenten”. Ook aan het onderzoek kwam De Jager weer meer toe: niet aan de zon dit keer, maar aan de allergrootste sterren die er bestaan, groter nog dan reuzen en superreuzen. Hyperreuzen, noemde hij ze, en zijn artikel over hun levensloop werd zijn meest geciteerde, zegt De Koter.Daarnaast stortte De Jager zich op publiekslezingen bij de door Nederland verspreide publiekssterrenwachten, en op de talloze stukjes die hij schreef voor Zenit, het blad van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde. Net als zijn leermeester Minnaert zag hij het als zijn plicht om wetenschap onder een groot publiek te verspreiden. Én om datzelfde publiek ook te waarschuwen voor pseudowetenschap en complottheorieën, voegen Van den Heuvel en De Koter toe. Zo werd De Jager in 1997 de oprichter en eerste voorzitter (tot 1998) van de Nederlandse afdeling van de stichting Skepsis, een internationale organisatie die pseudowetenschap – denk aan astrologen en UFO-jagers – en kwakzalverij aan de kaak stelt.

Kees de Jager op 99-jarige leeftijd.
Foto Bob Bronshoff

Toen De Jager in 2003 met Doetie naar Texel verhuisde, kreeg hij daar een ‘vrijwilligers-werkkamer’ bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Tussen de zeeonderzoekers richtte hij zijn aandacht opnieuw op de zon, nu om het verband tussen zonneactiviteit en klimaat te bestuderen. Na de dood in februari 2016 van Doetie namen zijn krachten langzaam af en zagen de Tesselaars, die hem tot ereburger hadden uitgeroepen, hem minder vaak buitenshuis. De laatste jaren bracht hij door met Margriet Buisman Boele aan zijn zijde. De Jager laat vier kinderen achter, vele vrienden en een lange rij (achter)kleinkinderen.

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *