Een nieuwe, open cultuur van besturen, hoe mooi zou dat niet zijn




Praten tegen een laptop met een papier in de hand. Met op het scherm een mozaïek van gezichten. Het voelde als oefenen voor een schoolspreekbeurt. Een afstandscollege ‘recht voor journalisten’, was het idee. De opgave: sla het gehele recht in zestig minuten plat voor nieuwe collega’s, die net als de meeste lezers vooral in strafrechttermen denken. En voor fouten behoed willen worden.Hoe doe je dat zonder de indruk te wekken dat ‘het recht’ een overwoekerd kasteel uit predigitale tijden is, alleen veilig te betreden na vijf jaar letter-vreten? Bewaakt door juristen wier verdienmodel neerkomt op álles weten over steeds kleinere rechtsgebieden? Ik moest heel vaak zeggen: dat is zo gegroeid, dat hebben we van de Romeinen, nee, van Napoleon, dat komt uit Brussel. Of, ook heel vaak, geen idee! Waarom we nog steeds drie soorten procesrecht hebben? Of net zoveel hoogste bestuursrechters als België regeringen. Recht, de woudreus met jaarringen en littekens, waar bestuur en beleid steeds iets nieuws in hangen. Of USB-poorten in trachten te timmeren. Waardoor het geheel nu krom en afzichtelijk is. Kort erna zag ik de voormannen van de drie Hoge Colleges van Staat bij Buitenhof aanschuiven. Aanleiding: het actuele politieke verlangen naar een ‘nieuwe open bestuurscultuur’ die door het kennelijke knevelen van Omtzigt en, verrassing, Helma Lodders, nieuwe urgentie had gekregen. Dit is de tijd van schuld en boete – met de Toeslagenaffaire als zweep en ‘de ouders’ als martelaren. Een ideaal zwart-wit mediaframe. Rekenkamer, Ombudsman en Raad van State waren óók al onmachtig gebleken – naar hun adviezen was maar met mate of niet geluisterd. Het netto tv-resultaat was mager, hoezeer de presentator de verwachtingen ook opschroefde over de ‘historische’ line-up aan tafel. Of beter gezegd – wat zij te berde brachten, was al duizend keer eerder verteld, vastgesteld, onderzocht. Het beleid moet simpeler, de menselijke maat ‘moet terug’, de regelgeving is te complex, de uitvoering wordt genegeerd. Zie de woudreus met jaarringen.

Tegenmacht? Leuk, maar nu even niet

Dat het in politiek Den Haag makkelijk is om de drie hoge colleges te negeren, werd door de drie mannen bevestigd. Bijvoorbeeld omdat de politiek het op het cruciale moment toch anders wenst, bijvoorbeeld. De Kamer biedt dan te weinig tegenspel, ingesnoerd in een regeerakkoord, gedirigeerd door partijbelang en profileringsplicht. Dan hebben ook de drie wijzen het nakijken. En mag vervolgens een enquête- of onderzoekscommissie een rondje obligaat opruimen komen doen. Intussen verzwakt de Kamer zelf en ook nogal spectaculair. Met iedere verkiezing van nog weer méér nieuwelingen verliest die honderden jaren parlementaire ervaring. Het aantal fracties staat nu op 17, die gemiddeld kleiner zijn geworden. En nauwelijks worden ondersteund. Waardoor de ruimte voor specialisatie en wetgeving afneemt. Partijen belonen hun parlementariërs nu voor media-aandacht – de ophef – en paniekindex. Gaan een nieuw kabinet en een nieuwe Kamer nu automatisch simpeler regels aannemen, beter letten op de ‘uitvoering’, meer onderlinge afstand betrachten, luisteren naar de hoge colleges? Naar de rechtspraak? Komt er ruimte om te leren van debacles, of hervat de inquisitiedemocratie, waarin almaar koppen moeten rollen? „Vertrouwen en matiging”, beval ‘Super Tjeenk’ vorige week aan, naast uiteraard een minder gedetailleerd en dwingend regeerakkoord. Ik help het hem hopen. Nu lijkt er wel iets te bewegen. Slangenmens Rutte filosofeert over minder coalitieregie en spiegelt ‘radicale ideeën’ voor over een nieuwe bestuurscultuur. Dat de Kamer institutioneel versterkt moet worden lijkt mij alvast een no brainer. Meer staf en onderzoekscapaciteit. En meer autonomie, ook tegenover de media. Dus aandacht voor de adviezen die ze toch al krijgen, van de Ombudsman bijvoorbeeld, wiens jaarverslag beleefd en consequent wordt genegeerd. Luisteren, naar de rechtspraak, die nu ‘meer betrokkenheid’ belooft en voortaan ieder jaar expliciet wil vermelden welke wetten in de rechtszaal problematisch zijn. Dit om nieuwe toeslagenaffaires te voorkomen. En vooral geen wetten aannemen waarvan de uitvoerders nú al zeggen dat daar brokken van komen. Lees ook Recht en Onrecht, de digitale nieuwsbrief van juridisch redacteur Folkert Jensma

Nieuwsbrief
NRC Recht & Onrecht

Een gids door de rechtsstaat – de beste stukken over veiligheid, misdaad en mensenrechten

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 8 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 8 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *