Een opzichtige fladderaar – NRC




In tijden van verkiezingen buitelen politici over elkaar heen om ons ervan te overtuigen dat zij de juiste persoon zijn om op te stemmen, en dat doen ze op de gekste manieren. Logisch ook, want een stem voor de een betekent automatisch dat die voor de ander verloren gaat. We kunnen maar één keer kiezen.Iets dergelijks geldt voor de vrouwelijke dagpauwoog, Aglais io. Zij paart in de regel maar met één man om haar eieren te bevruchten, dus is het zaak een goede te selecteren opdat haar nageslacht een rooskleurige toekomst tegemoet kan zien. Maar hoe weet ze wat een goede is? Voor een deel baseert ze haar keuze op uiterlijk vertoon: ze valt op de schreeuwerige, grotendeels oranjerode kleuren van een gezonde man die goed de winter is doorgekomen. Dagpauwogen horen tot de eerste vlinders die je in het vroege voorjaar kan zien vliegen. Ze hebben het hele koude seizoen als volwassene op een beschut plekje gewacht op dit moment en hoeven dus niet eerst uit hun ei te kruipen, zich als rups groot te vreten en te verpoppen, zoals de meeste andere vlinders. Dagpauwogen hebben vliegende haast. Tijdens de winterrust houden ze de vleugels opgeklapt en tonen ze de onopvallende, donkerbruin met zwarte tekening van de onderzijde. Zo’n saai ogend dier verandert bij de eerste zonnestralen van de lente in een opzichtige ijdeltuit. Die fladderaar met uitbundige kleuren wil aandacht. Zijn vleugels zijn bedekt met schubben die door de structuur aan hun oppervlak alleen het licht van bepaalde golflengten weerkaatsen. De kleuren die daardoor te zien zijn, worden dus niet gemaakt door pigment. Het zijn zogeheten structurele kleuren, veroorzaakt door selectieve reflectie van licht. Maar aan zelfreflectie doet een dagpauwoog niet. Naast de opvallend oranjerode basiskleur heeft hij op iedere vleugel een zeer geloofwaardige oogvlek, gevormd door prachtig geel, blauw, paars, oranje en wit binnen donkere cirkels. Met die forse oogvlekken doet hij zich anders voor dan hij is. In plaats van een vrij onschuldige vlinder doet hij alsof hij deel uitmaakt van iets veel groters en sterkers. Iets waarvoor je ontzag moet hebben. Het is ook een vechtersbaasje. Hij houdt een territorium bezet waar hij andere mannelijke dagpauwogen fel uit verjaagt. Dat territorium heeft bij voorkeur een duidelijk herkenbaar punt. Als lokkertje zijn er nectarrijke bloemen om uit te drinken en brandnetels om eieren op af te zetten, want dat is wat dagpauwoogrupsen eten. Komt een vrouwelijke soortgenoot daarop af, dan kan hij met haar paren. Ze kiest dus deels ook uit gemakzucht en hebberigheid. Grootdoenerij, onderlinge strijd en lokkertjes: niets menselijks is deze vlinders vreemd. Gelukkig hoeven wij ons niet al te veel aan te trekken van gekke capriolen. Wij kunnen onze keuze tijdens verkiezingen op iets substantiëlers baseren. Er zijn partijprogramma’s om te bestuderen en het stemgedrag van een partij in het verleden is ook een betrouwbare indicatie voor de toekomst. Bovendien krijgen wij over vier jaar een nieuwe kans, in tegenstelling tot de dagpauwoog.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 13 maart 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

nrc.next
van 13 maart 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *