Een vertrekkende topambtenaar over Den Haag als ‘geestelijke gevangenis’

Een vertrekkende topambtenaar over Den Haag als ‘geestelijke gevangenis’

[ad_1]


Vorig najaar bekeek Erik Gerritsen (59) „zo’n praatshow” op televisie. De secretaris-generaal van het ministerie van VWS zag hoe er weer werd ingehakt op zijn ambtenaren en begon zijn vrouw routinematig uit te leggen hoe onredelijk dat was.Ze onderbrak hem. „Nee, het moet gewoon ophouden!”Later in het jaar, 20 december, overleed zijn vader (89). Hij had een herseninfarct, en wegens corona mochten familieleden bijna nooit langskomen in het ziekenhuis. Vader ging naar de revalidatie, en liep corona op. De eerste zeven dagen leek het mee te vallen, zei Gerritsen, „daarna ging het snel”.Zo merkte hij opnieuw dat de coronamaatregelen woede in zijn familie wekten. Ze legden zich neer bij de bezoekrestricties wegens corona. „En toch kreeg hij corona.”Het waren privé-ervaringen die correspondeerden met het groeiende nationale ongenoegen over de virusbestrijding. Als Gerritsen die probeerde te verklaren, kwam hij vaak uit bij de eerste coronapersconferentie van Mark Rutte, 12 maart vorig jaar, toen de premier zei: we moeten met 50 procent van de kennis 100 procent van de besluiten nemen.Hij had begrip voor die keuze, hij verwijt Rutte niets. „Maar feit was: we hadden nog geen 5 procent van de kennis.”De heftigheid van de eerste uitbraak, de asymptomatische besmettelijken, tekorten aan hulpmiddelen – zijn ministerie werd overweldigd. „Het was de gebroken schepping.”En wat Gerritsen zich afvraagt: „Hadden mensen het gepikt als we meteen hadden gezegd: geen idéé wat op ons afkomt?” Of: „U wilt perspectief? Hébben we niet.”Nu gebeurde het omgekeerde. De 50 procent kennis suggereerde bestuurlijke controle die er niet was. „Het gevolg: een bevolking die later intolerant voor de werkelijkheid werd.” Nationaal chagrijn als gevolg van uitvergroot bestuurlijk zelfvertrouwen. Hij zei: „Daar moeten we wel over nadenken.”Het politieke wereldje had andere zaken aan het hoofd – maar dit was de laatste werkweek van Erik Gerritsen op VWS. Een excentriek karakter in de ambtenarij, een anti-bureaucraat in de bureaucratie, de ambtelijk eindverantwoordelijke voor de coronabestrijding. Een man met Haagse en niet-Haagse ervaring. In de jaren tachtig begon hij op Financiën, waar hij later zag dat minister Gerrit Zalm (VVD) weddenschappen afsloot over de begroting. „Een fles whisky op een meevaller, zei Gerrit dan.” Op Buitenlandse Zaken (1996-2000) vertelde hij zijn politieke baas Hans van Mierlo (D66) dat hij zijn D66-lidmaatschap had beëindigd: luie partij. Waarop Van Mierlo zei: „Maar Erik, wat is er tegen slapend rijk worden?” Als gemeentesecretaris van Amsterdam (2000-2007) leerde hij van burgemeester Job Cohen (PvdA) hoe je vergadert: „Neem altijd als laatste het woord.”Maar zijn diepste inzichten over „Den Haag als geestelijke gevangenis” deed hij op in zijn „mooiste baan”, bij de Amsterdamse Jeugdzorg (2007-2015). Hij zag er, ruim voor de Toeslagenaffaire, hoe Haagse regels zich „tegen de kwetsbaarste mensen” keren. De vader die zijn baan verliest, die gaat drinken, zijn kinderen slaat – en de kinderen die uit huis worden geplaatst. „De overheid die ingrijpt maar niets oplost, zodat alles verergert.”Door oude abstracties (‘scheiding van beleid en uitvoering’) zag Den Haag het effect van de eigen maatregelen op mensen niet meer. „Ambtenaren als vissen in een kom die niet weten wat water is.” Het kwam ook terug in de Toeslagenaffaire, en hij bejubelt hoe journalist Jesse Frederik (De Correspondent) dit in zijn boek analyseerde – niet als product van ambtelijke schuldigen maar van een schuldig systeem: „Als 90 procent van de ambtenaren hetzelfde gedrag vertoont, ligt het niet aan de individuen.”Daarom brak hij sinds 2015 als ambtelijke baas van VWS met dat oude denken: ambtenaren moesten individuele klachten niet meer doorverwijzen maar juist in behandeling nemen. „Denk niet: wat schreeuwen die mensen. Denk: waarom voelen ze onmacht?” De Toeslagenaffaire bewees later zijn gelijk, andere ministeries vroegen hem om advies. „De tijd is rijp voor een omslag.”Maar toen zat hij door corona allang in een andere rol. Zijn ministerie stond vanaf dag één onder immense druk. In een online-café voor topambtenaren voor zijn afscheid vertelden collega’s er dinsdag over. Een plaatsvervangend directeur-generaal die ineens „in een krankzinnig tempo” coronatesten moest kopen. „Ik wist niets van die wereld.” Een collega die zonder voorkennis op jacht moest naar beademingsapparatuur in China. Ze sprak een ondernemer die apparaten aanbood maar kwaliteitscontroles weigerde: „Als je ze nu niet koopt, gaan mensen dood.” Later klaagde hij in media over gewetenloze ambtenaartjes.VWS reageerde nooit op dit soort onredelijkheid, Gerritsen gaf zijn mensen binnenskamers rugdekking. Dus als Defensie ’s nachts in een ziekenhuis gehaast Chinese spullen afleverde en de pakbon vergat, zette hij toch zijn handtekening. „Ik ga wel naar de parlementaire enquête, zei ik dan.”Gevolg was dat het land voortdurend hoorde van Gommers en Kuipers, virologen, zorgpersoneel, ministers – maar nooit over de afmattende werkelijkheid op de VWS-werkvloer. „Achteraf onverstandig.”Daarbij claimde VWS nationale regie over een gedecentraliseerd veld. „Dat ging natuurlijk niet.” En VWS maakte fouten, zoals nazomer vorig jaar, toen het virus was teruggedrongen en het ministerie „even rust nam”, zei Gerritsen, en te laat zag dat de tweede golf onverwacht vroeg kwam. Hierna lag VWS pas echt onder vuur, ook vanuit de ministerraad. De perfecte storm. Hugo de Jonge, net CDA-leider, kreeg er een fluistercampagne uit zijn partij bij. Zelfbeeld en (media)werkelijkheid groeiden uit elkaar. Gerritsen zag VWS nog steeds „topprestaties” leveren, in Den Haag en media heette het ministerie „traag en incompetent”.Zo bleef de vroege suggestie van bestuurlijke controle VWS parten spelen. Conflicten met de buitenwereld namen toe – met kenners, burgers, de Kamer, de Rekenkamer, media. Contacten met verslaggevers werden vijandig. „Soms dacht je: zullen we zo’n zuigende mailwisseling van een journalist met ons een keer publiceren?”Hij waardeerde Adriaan van Dis, die naar zijn mening over de ‘falende corona-aanpak’ werd gevraagd en alleen zei: daar vind ik even niets van, maar ik hoop dat mensen nieuwsgierig naar elkaar blijven. „Een verademing.”Nu verlaat Erik Gerritsen Den Haag. Hij gaat een Amsterdamse corporatie leiden die mensen met lage inkomens huisvest. Vergelijkbaar met het werkveld van Jeugdzorg. Al weet hij ook dat hij nog lang niet van corona af is. Hij begrijpt de parlementaire enquêtes – naar Groningen, toeslagen, corona. „Er komen vast nog sappige mails van mij naar buiten, met scheldwoorden en verwijten”, zei hij. „Dat gaat zo als je geen tijd hebt.”Maar hij waarschuwt voor een ‘inquisitiedemocratie’. Analyses over Den Haag als geestelijke gevangenis kunnen wat hem betreft niet genoeg gemaakt worden. „Maar dat los je niet op door steeds ‘schuldigen’ aan te wijzen.” Daar worden ambtenaren én politici schuw van. Dan neemt niemand nog risico’s. „Dan hadden we er nu met corona slechter voorgestaan.”Vaak denkt hij: Den Haag, voorkom dat je wordt bevangen door ‘faalmanie’, een fiasco-complex, waarbij elke regering wordt afgemaakt door de oppositie, niet omdat alles fout gaat, maar omdat de oppositie de macht wil. Het resultaat: uiteindelijk wantrouwt iedereen Den Haag.Eik Gerritsen: „Dus je moet je wel afvragen: wat doen al die enquêtes met de ziel van je land?”

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 29 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 29 mei 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *