Een vrouw als voetbaltrainer is nog niet zo gewoon

Een vrouw als voetbaltrainer is nog niet zo gewoon

[ad_1]


Als het Nederlands vrouwenelftal in 2017 Europees kampioen wordt in eigen land, is het vrouwenvoetbal populairder dan ooit. Meer dan vier miljoen mensen zien de Oranjevrouwen op televisie winnen van Denemarken. Duizenden fans komen af op het heldenontvangst in Utrecht. Het is dé dag voor een tak van het voetbal die tot het succesvolle EK wat aandacht betreft niet in de schaduw stond van het mannelijk equivalent. De interesse is gewekt; jonge meiden zien dat het ook voor een voetbalster in Nederland mogelijk is de status van topsporter of BN’er te bereiken.In een visie voor de jaren na 2017 schrijft de KNVB dat het naast de verwachte toename van het aantal voetballende vrouwen en meisjes ook een „sterke toename” van vrouwelijke trainers en scheidsrechters wil realiseren. Het vrouwenvoetbal mag dan langzaamaan gemeengoed worden, te vaak nog doemt volgens de bond de ouderwetse rolverdeling op van moeders die gevraagd worden de tenues te wassen en vaders die de rol van trainer toebedeeld krijgen. Belangrijkste pijlers in de jaren tot 2022 zijn volgens de KNVB uitbreiding van zowel het voetbalaanbod (competities en teams) als het opleidingsaanbod (cursussen), zodat het trainerschap voor vrouwen toegankelijker wordt.Dat de aantrekkingskracht van het vrouwenvoetbal groeit, ziet de KNVB terug in het aantal inschrijvingen. Waar het totaal aantal leden in de jaren na de EK-winst afneemt, groeit het vrouwenvoetbal juist. Inmiddels telt de KNVB meer dan 162.000 vrouwelijke leden, bijna tienduizend meer dan in 2016, het jaar voor het Europees kampioenschap in eigen land. Ook de goede prestaties van het Nederlands elftal op het WK in 2019 – Oranje verliest de finale van de Verenigde Staten – zijn een stimulans voor het aantal inschrijvingen.Beperkte groeiTwee jaar na de WK-finale is de groei van het aantal vrouwelijke trainers in „absolute aantallen nog redelijk beperkt”, zegt Thomas van der Staak, manager voetbal bij de KNVB Academie. Cijfers van de bond onderschrijven zijn opmerking. In het door corona niet uitgespeelde seizoen 2020-2021 hebben 125 vrouwen een actieve trainerslicentie, van wie meer dan de helft (68) het UEFA-C diploma in handen heeft – het minimale vereiste voor het trainen van seniorenteams. Het aandeel van vrouwelijke trainers ten opzichte van het totaal is nihil: alles bij elkaar zijn er dit seizoen 7.307 trainers met een actieve licentie. Vijf seizoenen geleden waren nog 110 vrouwelijke trainers bevoegd om teams in verschillende klassen te trainen.

Actieve licenties vrouwelijke | totale aantal voetbaltrainers

(peildatum 1 mei 2021) 110|7.595Seizoen 2016/17
110|7.686Seizoen 2017/18
109|7.394Seizoen 2018/19
111|7.273Seizoen 2019/20
125|7.307Seizoen 2020/21
Een cursist kan een licentie aanvragen als een trainersopleiding goed is afgerond. Ook dit seizoen volgen weer honderden trainers-in-wording een opleiding bij de KNVB. Exacte cijfers van dit seizoen zijn nog niet bekend. Vorig seizoen volgden ruim 2.500 cursisten een opleiding, van wie er 117 vrouw waren. Ook die verhouding komt overeen met voorgaande jaren, blijkt uit cijfers van de KNVB.Ook bij vakblad De Voetbaltrainer is de groei van het vrouwenvoetbal maar weinig zichtbaar. Van de ruim vierduizend abonnees is inmiddels 2 procent vrouw, tegenover nagenoeg geen enkele vrouwelijke abonnee tien jaar geleden. Het aantal vrouwelijke inschrijvingen op de wekelijkse nieuwsbrief van het blad groeit wel: 13 procent van de ontvangers is vrouw.Waarom blijft de aanwas van vrouwelijke trainers achter bij de groei van het aantal vrouwelijke leden? Een onderzoek naar de drempels voor vrouwen om actief te worden als trainer, uitgevoerd door accountancy- en adviesbureau Price Waterhouse Coopers in opdracht van de KNVB, is bijna afgerond. Belangrijkste, voorlopige uitkomsten: het is nog altijd niet breed bekend dat vrouwen ook voetbaltrainer kunnen worden en er is weinig perspectief op een baan of inkomsten met een diploma op zak.ArbeidsperspectiefDe voorlopige resultaten komen voor een groot deel overeen met de conclusies uit 2016 na een jarenlang onderzoek van de Universiteit Leiden naar vrouwenvoetbal. Uit dat onderzoek kwam onder meer naar voren dat de trainersopleidingen relatief veel tijd en geld kosten, terwijl vrouwen weinig zicht hebben op een redelijk inkomen daarna. Ook zouden vrouwen met de benodigde diploma’s uit de markt worden gedrukt door mannelijke trainers.„Voor vrouwen is er inderdaad minder zicht op een baan als trainer”, zegt Van der Staak. Voetbalverenigingen spelen daarbij volgens hem ook een belangrijke rol. „We zijn als KNVB aan het kijken hoe we meer arbeidsplaatsen voor vrouwen kunnen creëren.” Ook betaalt niet iedere vereniging mee aan de cursus van een trainer of trainster, wat volgens de bond een drempel kan zijn. Voor vrouwen en meiden die willen beginnen met trainen stelt de Europese voetbalbond UEFA subsidie beschikbaar. Van der Staak: „Maar ook daarvan is nog niet genoeg bekend dat het bestaat.”De KNVB schreef zelf vier jaar geleden al dat moeders en vrouwen niet snel gevraagd worden op bijvoorbeeld een jeugdteam te trainen. „Je wordt toch eerder trainer als je vroeger zelf ook gevoetbald hebt”, zegt ook André Groenewoud, binnen de KNVB medeverantwoordelijk voor de docentenopleiding. „Vrouwen- en meisjesvoetbal groeit, maar dat is pas iets van de afgelopen jaren. Er zijn nog niet zoveel vrouwen gestopt met voetballen die klaar staan om te gaan trainen en het vertrouwen hebben om iemand anders te leren voetballen.”Volgens Groenewoud is het wachten op de volgende groep speelsters, die op een leeftijd zijn gekomen dat ze willen trainen. Of omdat ze gestopt zijn met voetbal, of omdat ze inmiddels genoeg speelervaring hebben en dat over willen dragen aan anderen. „Een na-ijleffect” noemt KNVB-manager Van der Staak dat. „Maar daar moeten we niet op gaan zitten wachten.”Ook voor de hogere regionen heeft de KNVB als doel om meer vrouwelijke trainers op te laden. Sinds dit seizoen geldt voor speelsters die meer dan veertig interlands hebben gespeeld dat zij direct de opleiding voor de UEFA A-licentie kunnen volgen en twee fases mogen overslaan. Voor mannelijke internationals gold die regel al langere tijd. Om de huidige internationals en net gestopte speelsters warm te maken voor het trainersvak is de bond ook met hen in gesprek, zegt Van der Staak. De bond wil weten wat hun behoeften zijn voor na hun carrière. Een trainersopleiding op het hoogste niveau (UEFA Pro en UEFA A) combineren met de actieve voetballoopbaan blijkt haast onmogelijk.VoorrangsregelVan de voorrangsregel heeft Jessica Torny, zelf goed voor 62 interlands, geen gebruik kunnen maken. Als vierde vrouw ooit rondde zij eind vorig jaar de UEFA Pro-opleiding af en sindsdien is ze bevoegd om in het betaald voetbal coach te zijn. Torny leek favoriet om Sarina Wiegman op te volgen als bondscoach – zij vertrekt na de Olympische Spelen van Tokio. Maar de KNVB koos voor een man, de Engelse Mark Parsons (34) – Torny wordt zijn assistent.Of het ook voor een vrouw mogelijk is om op het hoogste niveau bij de mannen trainer te worden, daar twijfelt manager Groenewoud van de docentenopleiding niet aan. Toch is het binnen de KNVB geen doel op zich om vrouwen ook in het mannenvoetbal aan de slag te krijgen. Wel is het een bewuste keuze geweest om trainers gemengd op te leiden en geen cursusgroepen met alleen vrouwen op te zetten. „Uiteindelijk gaat het om hetzelfde spelletje, met dezelfde regels”, zegt Groenewoud.
Manon da Thesta (49) Technisch jeugdcoördinator voetbalclub NSVV in Numansdorp
„In vrijwel alle trainersopleidingen die ik tot 2002 heb gevolgd was ik de enige vrouw. Ook bij bijscholingen of extra cursussen zat ik vaak in mijn eentje tussen de mannen. Mede daardoor ken ik zelf relatief weinig vrouwen die een aantal KNVB-opleidingen hebben gevolgd en afgemaakt en daarna ook echt trainer zijn geworden bij een club.Ik ben naast mijn werk als KNVB-docent technisch jeugdcoördinator onderbouw bij NSVV in Numansdorp. Daarvoor ben ik bijna dertig jaar trainer geweest, vooral van jongensteams. Dat paste denk ik beter bij mijn karakter, om jongens te trainen. Bij mijn eerste club was het heel normaal dat ik dat deed. Maar bij een volgende vereniging was het minder gewoon, een vrouw als trainer. Daar werden wel vragen gesteld waarvan ik dacht: ‘Had je dat ook aan een man gevraagd?’ Maar na een paar weken waren de ouders er vaak wel aan gewend.Toch zie ik wel dat het inmiddels meer geaccepteerd wordt dat een vrouw een team traint en coacht. Hoe normaler het wordt om als meisje te voetballen, hoe normaler het ook wordt om trainer te worden. Ik geloof ook wel dat het mogelijk is voor vrouwen om in de hogere regionen van het mannenvoetbal als trainer aan de slag te gaan.Daarom moeten de cursussen ook zoveel mogelijk gemixt blijven, gewoon mannen en vrouwen samen. Vrouwen kunnen wat van mannen leren en andersom. Je werkt samen, ook in het dagelijks leven, dus die balans ook vinden in het voetbal is heel belangrijk.”
Leah Schoffelmeer (30) Haalde in 2018-2019 haar UEFA C-licentie
„Voor ik begon aan de opleiding tot trainer had ik zelf al twintig jaar gevoetbald. En in het dagelijks leven was ik gymdocent, dus ik had ervaring met voor een groep staan. Toen ik als enige vrouw in de opleidingsgroep bij de eerste les een mini-proeftraining in elkaar moest zetten, ging mij dat eigenlijk makkelijk af. Ik zat vooral op de cursus voor het voetbaltechnische aspect.Na een jaar training te hebben gegeven aan het eerste vrouwenteam van vv Limmen wilde ik eigenlijk wel weer heel graag zelf voetballen. Trainen, voetballen en daarnaast nog werken; het is niet te combineren.En ik dacht: ‘Trainen kan ik eigenlijk nog mijn hele leven doen’. Toen ben ik gestopt. Nu ben ik ruim dertig weken zwanger, dus zit het voetbal er ook even niet meer in.De coach van het herenelftal bij mijn club verdiende drie, vier keer zoveel als ik in de maand kreeg. Ik heb daar toen ook gesprekken over gevoerd bij de club. Als ik had bijgetekend zou ik in het seizoen erop iets meer gaan verdienen. Maar ook dat zou niet opwegen tegen de twee avonden en zondag die je kwijt bent aan het coachen. Als je door het bedrag dat je verdient een of twee dagen minder zou kunnen, wordt het al haalbaarder.”

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 29 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 29 mei 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *