‘Erkennen Palestijns leed te pijnlijk voor media in Israël’

‘Erkennen Palestijns leed te pijnlijk voor media in Israël’

[ad_1]


Aan oorlogskoppen geen gebrek in de Israëlische kranten van de afgelopen week: ‘100 kilometer Hamas-tunnels vernietigd’, ‘Huizen in Sderot, Ashdod geraakt terwijl raketaanvallen aanhouden’, ‘Bewoners steden aan grens met Gaza moeten in schuilkelders blijven’.Maar terwijl de westerse media vol stonden met foto’s van drama en verwoesting in Gaza, moet je in Israëlische media goed zoeken om enig nieuws over Palestijnse burgerdoden te vinden. De paar media die er wel aandacht aan besteden, zoals de krant Ha’aretz en de website +972, staan bekend als (zeer) links en zijn in het buitenland populairder dan in Israël.Israëliërs willen niets horen over leed van de andere kant. Dat komt niet doordat Israëliërs geen moreel besef of gevoel hebben, betoogt Ofer Shinar Levanon, die voor de Hebrew University of Jerusalem de psychologie van het conflict onderzocht. „Het leed van de ander erkennen is simpelweg onverdraaglijk.”Het sluiten van de gelederen gebeurt overal in oorlogstijd. Toch is het vrijwel totale gebrek aan alternatieve stemmen in Israëlische kranten en tv-programma’s opvallend. Want Israëlische media zijn over het algemeen tamelijk vrij te berichten wat ze willen. Maar de media weten wat het Israëlische publiek wel en niet wil horen, stelt Shinar Levanon. En wat ze niet willen horen, zeker nu niet, is dat zij misschien niet het enige slachtoffer zijn. „Ik suggereerde in een WhatsApp-groep met collega’s dat kinderen in Gaza net zo lijden onder aanvallen als Israëlische kinderen, of misschien wel meer, omdat ze geen waarschuwing krijgen”, vertelt hij. „Laten we onze radicale meningen voor ons houden, reageerde een collega. Toen ik antwoordde dat het lijden van Palestijnse kinderen toch geen radicale mening was, verlieten twee anderen de groep.”Er werden deze keer niet alleen raketten vanuit Gaza op Israël afgevuurd (en bommen vanuit Israël op Gaza), er waren ook gewelddadige incidenten tussen Palestijnse en Joodse Israëliërs binnen Israël. Des te meer reden om de hakken in het zand te zetten, zo leek het. Een cameraman van een grote nieuwszender werd op straat in elkaar geslagen toen hij een mars van rechtse jongeren in Tel Aviv wilde verslaan. Een linkse politicus kreeg serieuze doodsbedreigingen nadat hij op CNN kritiek had geuit op premier Netanyahu, die volgens hem het geweld had aangewakkerd. Shinar Levanon ziet dit soort aanvallen als „symptomen van een zieke maatschappij”. Wat er nu in oorlogstijd gebeurt, is een versterking van een mechanisme dat er volgens de onderzoeker altijd is en dat kenmerkend is voor langlopende conflicten: de partijen zijn murw geworden voor het leed van de andere partij. Iedereen wil en kan alleen zichzelf als slachtoffer zien. Dat betekent niet dat Israëliërs monsters zijn, zegt hij. Integendeel. „Het is omdát ze moreel bewustzijn hebben, omdát ze denken aan het lijden van anderen, dat ze het gewoon niet aankunnen.”Want stel je voor dat ze zouden erkennen dat het Israëlische leger burgerslachtoffers maakt – dat zou een stroom negatieve emoties losmaken. „Als Israëliërs zouden geloven dat zij de dood van kinderen in Gaza veroorzaken, dan zouden ze zich onmiddellijk schuldig voelen. Ook al hadden ze niet gestemd voor de verantwoordelijk politici. Schuldgevoel is een van de moeilijkste emoties.”SlachtofferNatuurlijk zijn Israëliërs slachtoffer, zegt Shinar Levanon, maar de Palestijnen zijn dat ook. „Voor veel mensen moet het beeld zwart-wit blijven. Als wij slachtoffer zijn, kunnen de Palestijnen dat niet ook zijn. Als het goed voor hen is, is het slecht voor ons.” Daar komt bij dat bij een conflict dat zo lang duurt als het Palestijns-Israëlische, mensen zich niet meer herinneren hoe het anders kan. „Na een oorlog van een paar jaar kun je nog zeggen: laten we teruggaan naar hoe het normaal was. Maar als een conflict al zeventig jaar loopt, is er niemand meer die zich herinnert wat ‘normaal’ was. Jonge Israëliërs en Palestijnen kennen alleen de conflictsituatie.” Misschien is er in rustigere tijden iets meer ruimte om het over dit soort dingen te hebben dan tijdens een geweldsescalatie, maar niet veel. „Israël kan zichzelf hier niet uit lostrekken”, zegt Shinar Levanon. „We hebben tussenkomst van Europa of de Verenigde Staten nodig.” Daarbij helpt het volgens hem niet als demonstranten in Europese hoofdsteden alleen maar „tegen het geweld” protesteren. „Het is begrijpelijk, maar het versterkt bij Israëliërs alleen maar het idee dat iedereen tegen hen is en dat ze er alleen voor staan.” Shinar Levanon is ervan overtuigd dat het conflict uiteindelijk alleen kan worden opgelost als er over de moeilijke kwesties wordt gepraat. „De Oslo-akkoorden (afgesloten in de jaren negentig, red.) lijken op een juridisch contract”, zegt hij. „Dat heeft niets met conflictoplossing te maken.” Hij geefty liever de Waarheids- en Verzoeningscommissie als voorbeeld die in Zuid-Afrika werd ingesteld aan het einde van de Apartheid. „Als je de kern niet onder ogen ziet, kom je nergens.”

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 25 mei 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *