Facebook traint mediabedrijven. Maar waarom?

Facebook traint mediabedrijven. Maar waarom?

[ad_1]


Facebook is druk bezig vrienden te maken. Niet voor zijn gebruikers, maar voor zichzelf. En het mag wat kosten. Het omstreden techbedrijf, dat regelmatig gehekeld wordt in de pers, werpt zich nu zowaar op als weldoener van de journalistiek. Met een uitgekiend charmeoffensief, gericht op media over de hele wereld.Facebook, de onderneming waartoe ook WhatsApp en Instagram behoren, heeft er 300 miljoen dollar (246 miljoen euro) voor opzijgezet. Aan belangstellende media lijkt geen gebrek. Wereldwijd nemen duizend nieuwsorganisaties deel aan de programma’s van Facebook. In Nederland plukken Het Financieele Dagblad (FD) en LINDA de vruchten van Facebooks vrijgevigheid. Met acht andere mediabedrijven uit de Benelux volgen ze een intensieve training die door het techconcern wordt betaald: het Facebook Accelerator-programma. De wekelijkse bijeenkomsten, twaalf verspreid over drie maanden, draaien om vragen waarop vrijwel alle media nieuwe antwoorden moeten zien te vinden in het digitale tijdperk: hoe bereiken we meer lezers, hoe houden we hun aandacht vast en hoe zetten we dat om in inkomsten? Aan het eind van het programma krijgen de deelnemende media elk 50.000 dollar (41.000 euro) om mee te experimenteren. In januari brengen ze daar verslag over uit.Oude bekendenOp een dinsdagmiddag in mei treffen de deelnemers uit de Benelux, de organisatoren van Facebook en de coaches die het Amerikaanse techbedrijf heeft ingehuurd, elkaar voor de achtste keer, steeds online. De stemming is zakelijk maar opgewekt, als een treffen van oude bekenden. Behalve het FD en LINDA schuift (als toehoorder) ook RTV Horizon aan, een streekomroep voor de Noord-Brabantse gemeenten Heeze-Leende en Cranendonck. Uit België zijn onder meer Le Soir en Mediafin (uitgever van zakenkrant De Tijd en diens Franstalige tegenhanger L’Echo) van de partij. Uit Luxemburg Editpress/Lumedia (van onder meer Tageblatt en Le Quotidien). Kortom: grote en kleine media door elkaar.De verslaggever van NRC mag ruim een uur meekijken en -luisteren, maar krijgt wel direct te horen dat hier de ‘Vegas Rules’ gelden, naar het motto van het Amerikaanse gokparadijs: What happens in Vegas stays in Vegas. Vertrouwelijkheid is cruciaal, legt een Facebook-vertegenwoordiger uit, want deelnemers praten hier over echte cijfers en andere concurrentiegevoelige gegevens van hun bedrijf.Lara Ankersmit, adjunct-hoofdredacteur van het FD en een van de deelnemers, wil een paar dagen later wel over het programma praten. Het FD, vertelt ze, werd door Facebook benaderd om aan het Accelerator-programma deel te nemen. Aanvankelijk voelde Ankersmit daar weinig voor.

Lees ook: Google helpt media de winter door

„Ze zeiden: we willen kijken wat we voor jullie kunnen doen. Al een paar jaar verzorgen Facebook en Google dergelijke projecten voor nieuwsorganisaties. Leuk voor jullie PR, dacht ik, maar wat levert het óns op?„Toen ik wat beter keek, zag ik dat het programma gericht was op het verbeteren van de inkomsten uit bezoek aan de site. Hoe laat je je journalistieke waarde het best zien aan je abonnees? Waar zitten die precies? Wat zijn populaire moment waarop je stukken worden gelezen? Hoe vergroot je met die kennis je opbrengsten?„Voor het FD, de eerste nieuwssite in Nederland met een betaalmuur, is dat interessant. Onze site is nooit door advertenties gedreven geweest, maar primair door wat lezers betalen.” Samen met drie FD-collega’s – een onlineredacteur, een marketingmedewerker en een vormgever – volgt ze nu het programma. „Het zijn echt heel goede coaches. Ze hebben deze kwesties eerder behandeld bij The Wall Street Journal en The New York Times, de succesvolste digitale nieuwsorganisatie ter wereld. Daar hebben ze de problemen waar wij nog mee zitten al opgelost. Natuurlijk is het heel leuk te horen hoe ze dat hebben gedaan.”Onbevangen?Maar kan een medium als het FD, dat veel over techbedrijven bericht, dat nog wel onbevangen doen als het geld en gunsten van Facebook aanneemt? Facebook is voortdurend in opspraak. Over politieke manipulatie via Facebook bij verkiezingen. Over welke uitingen Facebook wel en niet toelaat. Over de enorme hoeveelheid persoonlijke gegevens die het bedrijf van gebruikers vergaart. En over mogelijk economisch machtsmisbruik, waar de Europese en Britse toezichthouders afgelopen week nog een onderzoek naar openden. „Onze journalistieke onafhankelijkheid staat voorop”, verzekert Ankersmit. „En bovendien, álle grote Nederlandse media hebben afgelopen jaren geld gekregen van Google, Facebook of YouTube. Ook Mediahuis (onder meer NRC, red.) ontving geld. En zijn we allemaal minder kritisch over die grote techbedrijven gaan schrijven? Daar zie ik niets van. Niemand is zich anders gaan opstellen.”Zo makkelijk kunnen media zich er niet van afmaken, waarschuwt Alexander Fanta, verbonden aan Netzpolitik.org, een website over digitale burgerrechten. Hij spreekt van ‘strategische geschenken’ die Facebook aanbiedt, iets waarmee Google al in 2015 is begonnen. Fanta is co-auteur van een vorig jaar verschenen rapport met de titel Google, mecenas van de media; hoe een databedrijf de journalistiek in zijn netten verstrikt.
Facebook is veel goodwill kwijtgeraakt en probeert nu iets recht te zetten. Dat charmeoffensief kan je niet los zien van de vrees voor strengere regelgeving
Dominic Stas Algemeen directeur NRC
„Google ging conferenties voor mediamensen organiseren, deelde beurzen uit en giften voor innovaties”, zegt hij. „Facebook volgt dat voorbeeld nu, op een iets andere manier.”Fanta zelf profiteerde twee keer van een beurs die deels door Google werd gefinancierd. Hij keek er een jaar later in een column met spijt op terug. De kop: ‘Ik nam geld van Google aan. Waarom ik het nu niet meer zou doen.’Uit het rapport bleek dat 92 Duitse media-uitgevers geld van Google aannamen, waaronder gezaghebbende publicaties als de Frankfurter Allgemeine Zeitung, Der Spiegel en Zeit Online. Google’s Digital News Initiative, zoals het programma aanvankelijk heette, verdeelde in eerste aanleg 140 miljoen euro over Europa, waarvan 21,5 miljoen voor Duitse, 20 miljoen voor Franse en 5,5 miljoen voor Nederlandse media.

Lees ook: Europese digitale identiteit moet EU-burger bevrijden van Big Tech

In Nederland profiteerden onder meer persbureau ANP (700.000 euro), het FD (ruim 600.000 euro), de Volkskrant (een half miljoen) en ook NRC Media (bijna 75.000 euro, waarvan meer dan de helft ging naar het bouwen van een podcaststudio). NRC-ombudsman Sjoerd de Jong noemde dit fijntjes „opmerkelijk, in een land waar media zulke sponsoring door de overheid vaak taboe vinden”.Fanta vindt de „quasi-filantropische rol” van Facebook en Google riskant. „Uitgevers houden zich bezig met het vervaardigen van journalistieke producties, het verspreiden ervan en het daarmee geld verdienen. Op die laatste twee terreinen spelen de techbedrijven inmiddels ook een grote rol. En bij het vervaardigen van mediaproducties worden ze óók belangrijker, omdat journalisten gebruikmaken van allerlei gereedschap van Google en Facebook, zoals de zoek-, mail- en chatfuncties, kaarten en ga maar door.”Gecompliceerde relatieZo hebben de mediabedrijven langzamerhand een heel gecompliceerde relatie met Google en Facebook. „Die zijn tegelijk hun economische concurrent, leverancier van diensten, voorwerp van kritische journalistieke aandacht en dan ook nog eens royale sponsor. Vroeger zouden media spreken van belangenconflicten.”Netzomin als Ankersmit ziet Fanta directe invloed van Facebook en Google op de journalistieke inhoud van de media die ze sponsoren. Wel waarschuwt hij dat mediabedrijven steeds afhankelijker van ze worden. „Eerst aten ze de advertentiemarkt van de uitgevers grotendeels op, nu proberen ze de relaties met uitgevers te verbeteren, om hun aanzien te verbeteren en te kunnen samenwerken.”Ook vindt Fanta het verontrustend dat journalisten steeds meer rekening houden, al is het maar bij het schrijven van koppen, met hoe de algoritmes van zoekmachines en sociale media oppikken wat ze publiceren. „Bij de media is er veel te weinig discussie over de risico’s van dit alles, dat vind ik gevaarlijk.”Deelnemers vragen altijd: gaat dit programma over Facebook? Het antwoord is nee. Dit gaat over jullie, zeg ik danMaar volgens David Grant, een voormalig journalist die vanuit de Verenigde Staten manager van het Accelerator-programma is, is het Facebook maar om twee dingen te doen. „We willen ervoor zorgen dat media goede journalistieke producten kunnen maken. En we streven ernaar dat de uitgevers ons als een goede zakenpartner zien, en dat onze relatie in de toekomst gebaseerd is op vertrouwen.„Deelnemers vragen altijd: gaat dit programma over Facebook? Moeten we jullie producten gebruiken? Het antwoord is nee. Dit gaat over jullie, zeg ik dan. En het voornaamste onderwerp is hoe jullie je inkomsten kunnen verbeteren.”Wereldwijd heeft Facebook achttien Accelerator-trainingen gegeven sinds 2018 (inclusief trainingen die nog lopen), waaraan meer dan 250 uitgevers hebben deelgenomen. En dan is het Accelerator-programma nog maar één onderdeel van het overkoepelende Facebook Journalism Project, dat mediabedrijven („partners” in de woorden van Facebook) ook steunt met andere projecten, die onder meer gericht zijn op het versterken van lokale journalistiek en het bestrijden van desinformatie.Vrees voor regelgeving„Facebook is afgelopen jaren veel goodwill kwijtgeraakt en probeert nu iets recht te zetten”, zegt algemeen directeur van NRC Media Dominic Stas. „Hun charmeoffensief kan je niet los zien van hun vrees voor strengere regelgeving, die ze ook in Europa zien aankomen.” Bondgenoten in de pers en de publieke opinie kan het concern bij zijn verzet tegen nieuwe regels goed gebruiken.NRC neemt niet deel aan Accelerator, al sluit Stas niet uit dat NRC ooit wel aan zo’n programma zal deelnemen. „Zolang het er maar niet om draait dat Facebook ons nieuws kan verspreiden. Facebook had de ambitie onze concurrent te worden. Een paar jaar geleden haalden Facebook en Google de sector, die toen heel kwetsbaar was, al bijna onderuit, omdat zij de plek wilden worden waar mensen hun nieuws zouden consumeren.”Toch heeft NRC vijf jaar geleden bijna 75.000 euro van Google aangenomen. Heeft Stas daar geen spijt van? „Dat was voor ik bij NRC werkte. Maar het was een hele onzekere tijd voor de media. Het geld van Google stelde NRC in staat een zaadje te planten, dat mooi is uitgegroeid tot podcast„De opstartkosten voor het maken van podcasts waren hoog. Het geld van Google stelde NRC in staat een zaadje te planten, dat mooi is uitgegroeid. We hoeven nu niet meer gered te worden. Nu kunnen we het zelf betalen.”Maar blijft de schijn van belangenverstrengeling niet toch hangen? In de NRC Code staat: ‘Geschenken of andere materiële gunsten accepteren wij niet, omdat die kunnen leiden tot (de schijn van) beïnvloeding en belangenverstrengeling’. „Ik zie het punt. Juist omdat we een journalistiek medium zijn moeten we heel voorzichtig zijn. There is no such thing as a free lunch.„Dat NRC een gift accepteert is hoogst zeldzaam. En het raakt nooit aan de redactionele onafhankelijkheid. Maar we kunnen er niet omheen dat we in een digitale wereld zitten, met Facebook en Google erbij. Dat hoeft geen probleem te zijn, als de rollen maar duidelijk zijn.”

Lees ook: De grootste nieuwsgrazers betalen liever niet voor journalistiek

De toenadering van Facebook tot traditionele mediabedrijven begint inmiddels ook op puur zakelijk vlak vorm te krijgen. In de Verenigde Staten en Duitsland heeft Facebook daarbij grote vooruitgang geboekt.De vorige topman van The New York Times, Mark Thompson, gold nog als een van de scherpste critici van Facebook. Onder zijn opvolger sloot het mediabedrijf een deal met Facebook, dat nu tegen betaling stukken van de New York Times kan gebruiken in zijn nieuwe dienst Facebook News.In Duitsland was topman Mathias Döpfner van Axel Springer (Bild, Die Welt) jarenlang een van de felste critici van Facebook en Google, die hij verweet als vertegenwoordigers van het „surveillancekapitalisme” burgers te bespioneren. Vorige maand sloot ook hij een akkoord met Facebook, dat nu in Duitsland tegen betaling artikelen uit Die Welt en Bild voor Facebook News kan gebruiken. Je kan je afvragen of de gebruikers van Facebook zitten te wachten op nóg een nieuwskanaal, dat los van hun tijdlijn verschijnt. Maar voor Facebook is het een extra manier om media geld toe te stoppen en gunstig te stemmen.

Nieuwsbrief
NRC Future Affairs

De spannendste stukken over de toekomst van tech, economie, klimaat en megatrends

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *