Farmaceuten ontwikkelen bijna geen medicijnen voor kinderen




Van de bijna 1.100 geneesmiddelen en vaccins die farmaceutische bedrijven in ontwikkeling hebben, zijn er maar 69 bestemd voor kinderen. Deze geneesmiddelen dreigen kinderen in arme landen bovendien niet te bereiken.Dit blijkt uit een donderdag gepubliceerde inventarisatie door de Access to Medicine Foundation (ATM), een organisatie die regelmatig onderzoekt wat ’s werelds grootste farmabedrijven doen om hun medicijnen beschikbaar te maken voor mensen in arme en middelrijke landen. De top drie van de nieuwe medicijnen voor kinderen is bedoeld voor de behandeling van lageluchtwegontstekingen (15), kanker (10) en hiv/aids (9).Voor bijvoorbeeld luchtwegontstekingen zijn veel meer geneesmiddelen nodig dan vijftien, zegt Jay Iyer, directeur van ATM. „Elke volgende pandemie wordt veroorzaakt door een muskiet of door iets wat via de lucht wordt ingeademd. De biggest killer onder kinderen is longontsteking en dat blijft zo zonder investeringen in onderzoek en ontwikkeling.”Nu al overlijden volgens Unicef jaarlijks ruim vijf miljoen kinderen onder de vijf jaar aan ziekten die te voorkomen of te behandelen zijn. Elke 39 seconden sterft een kind aan longontsteking, elke 3 minuten een aan kanker. Waar in de rijke landen 80 procent van de jeugdige kankerpatiënten geneest, is dat in de arme landen maar 20 procent. Dat verschil komt doordat het in arme landen veelal ontbreekt aan diagnostiek, medisch personeel, ziekenhuizen en geneesmiddelen.Kleinere marktVoor farmaceutische bedrijven is de ontwikkeling van geneesmiddelen voor kinderen lastig. Zo doen kinderen om ethische redenen doorgaans niet mee aan klinische onderzoeken naar geneesmiddelen; de dosering voor een kind moet vaak worden afgeleid van de dosis voor een volwassene. Tegelijkertijd is de markt voor kinderen veel kleiner dan die voor volwassenen. Als er al een geneesmiddel op maat is gemaakt voor kinderen, dan is het financieel niet aantrekkelijk het te verkopen in arme landen.„Er gebeurt veel te weinig om de juiste geneesmiddelen bij zoveel mogelijk kinderen te krijgen”, vindt Iyer. Als voorbeeld noemt ze een recent goedgekeurd middel voor een vorm van acute leukemie, dat oraal – dus kindvriendelijker dan bijvoorbeeld via een infuus – kan worden toegediend: dasatinib van Bristol Myers Squibb. Het middel staat in het rapport genoemd als een potentiële game changer. „Maar alleen als er een access plan wordt gemaakt, een plan om te zorgen dat het middel komt waar dat het meest nodig is”, zegt Iyer. „Dat is er nog niet.”

Lees hier hoe farmabedrijven zich (niet) voorbereiden op de volgende pandemie

Hoe het volgens haar wel moet, laat farmaceut GSK zien met hiv-middel dolutegravir, dat is aangepast voor jonge kinderen. GSK zal het laten registreren in tal van (arme) landen en heeft gratis vijftien licenties afgegeven, zodat andere bedrijven het kunnen produceren. Merck doet samen met Astellas iets vergelijkbaars voor een middel tegen schistosomiasis, een parasitaire wormziekte waaraan mondiaal 200 miljoen mensen lijden, vooral kinderen.De voorbeelden tonen dat slechts een handjevol reuzen de bulk van de geneesmiddelen voor kinderen ontwikkelt. „Een erg kwetsbare situatie”, vindt Iyer. „Die paar bedrijven kunnen hun strategie wijzigen, zoals GSK dat zich meer gaat richten op rijke landen. Als dat gebeurt en andere bedrijven het gat niet vullen, komen er nog minder geneesmiddelen voor kinderen op de markt. Dan zullen veel meer kinderen sterven.”

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

nrc.next
van 25 maart 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *