Flink meer bedrijven vorig jaar ‘vrijwillig’ gestopt




Het aantal bedrijven dat gestopt is, zonder dat daarbij sprake was van een faillissement, bedroeg vorig jaar 140.325. Dat is 20 procent meer dan in 2019. Dat blijkt uit voorlopige cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek dinsdag publiceert. Vooral in het tweede halfjaar nam het aantal sluitingen toe.
Sinds het CBS in 2007 begon met het bijhouden van bedrijfsopheffingen, is het aantal nog niet zo hoog geweest. Op het hoogtepunt van de economische nasleep van de kredietcrisis, in 2012, lag het aantal sluitingen op ruim 127.000.
Bij een bedrijfssluiting kiest een ondernemer er zelf voor om te stoppen met zijn of haar bedrijf. Er komt geen faillissementsrechter aan te pas en ook als een bedrijf ervoor kiest afgeslankt door te gaan telt die niet mee. Het CBS baseert het aantal sluitingen op uitschrijvingen bij de Kamer van Koophandel en op gegevens van de Belastingdienst: als een bedrijf meer dan negen maanden geen enkele omzet heeft doorgegeven aan de fiscus, wordt deze als gesloten beschouwd.
Het hoge aantal ‘vrijwillige’ bedrijfssluitingen is extra opvallend, omdat juist het aantal faillissementen vorig jaar op een laagterecord lag. Door zelf te stoppen voordat er te grote financiële problemen ontstaan, voorkomt een ondernemer mogelijk dat hij of zij nog lang met schulden kampt. Volgens ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland zien zij ondernemers inderdaad vaak uit zichzelf stoppen om een faillissement te voorkomen – vooral in de door coronapandemie gedwongen gesloten sectoren. „De overheidssteun die zij krijgen is niet 100 procent. Ondernemers leggen er dus elke maand op toe en als er niks aan omzet binnenkomt teren ze snel in”, laten de organisaties in een gezamenlijke reactie weten.

Lees ook: Crisis en maar zó weinig bedrijven die in de problemen komen? Dat is verdacht

Vooral eenmanszaken
Bij de meeste opheffingen in 2020, 125.155, ging het om eenmanszaken. Daar zijn er sowieso al het meeste van, maar ook relatief was dat aantal hoog. Van de 1,9 miljoen bedrijven die er in Nederland zijn, is bijna 78 procent (1,5 miljoen) eenmanszaak. Van de gestopte bedrijven draaide bijna 90 procent op één persoon.
Het grootste deel van de sluitingen vond plaats onder ondernemers die actief zijn in de ‘specialistische dienstverlening’. Dat is een verzamelnaam voor ondernemers die doorgaans hoogopgeleid zijn, zoals architecten, ingenieurs, interimmanagers en managementadviseurs. Daarbij gaat het grotendeels om eenmanszaken.
Onder bedrijven met meer dan één werknemer voeren restaurants de lijst aan met meeste sluitingen: 470 sluitingen, ongeveer 10 procent meer dan een jaar eerder. Ook stopten er 450 cafetaria’s, lunchrooms, snackbars en andere eetkramen, ook ruim meer dan een jaar eerder. Het aantal cafés dat stopte bedroeg 230. Dat zijn er echter ongeveer evenveel als afgelopen jaren.
Volgens de twee ondernemersorganisaties zijn er waarschijnlijk nog meer ondernemers die willen stoppen. „Maar zij kunnen dat vaak niet meer betalen. Ze moeten dan immers afrekenen met de Belastingdienst, wellicht met de verhuurder en andere partijen, en transitievergoeding betalen voor medewerkers. Dat geld is er in veel gevallen niet meer.” VNO-NCW en MKB-Nederland pleiten daarom voor een goede stopregeling. „Anders is het wachten tot deze bedrijven alsnog failliet gaan.”

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

nrc.next
van 9 maart 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *