Geluk is een boek met een leeslampje er bij




Hoera! denk ik, de boekwinkels gaan weer open. Wat verwacht je daar dan precies van, vraagt de wat nuchterdere versie van mijzelf. Je hebt toch boeken genoeg. En ja dat is waar, boeken genoeg. Bovendien in al die maanden ook steeds boeken besteld, er liggen er nog best veel waar ik nog niet aan toe gekomen ben, maar toch is er dat verheugde gevoel dat ik eerdaags, (gauw!) weer een boekwinkel kan binnen lopen.Gewoon, zeg ik vaag tegen die nuchtere. Even kijken.Kijken, in een echte boekwinkel. Hoe onvervangbaar die blijkt, ondanks de websites en de thuisbezorging. Het bladeren in een dichtbundel, paar regels lezen, beetje aan ruiken en dan denken: Die neem ik mee. Het gaat om zoveel meer dan kopen. Het gaat om alles wat een boek betekent. Ik ben nooit vergeten dat Vonne van der Meer toen ze in 1986 de Geertjan Lubberhuizenprijs kreeg voor haar debuut, in haar dankwoord haar moeder bedankte omdat die een leeslampje bij haar bed had geplaatst. Je ziet meteen weer het schijnsel op je eigen hoofdkussen, je ligt te lezen (oh het gemak waarmee je dat kon, liggend dikke boeken lezen), Alleen op de wereld, je trekt door Frankrijk met Vitalis en zijn honden en vooral het aanbiddelijke aapje Joli-Coeur. Hoe je van alles voelde en meemaakte onder dat leeslampje. Inderdaad: iemand heeft ervoor gezorgd dat dat lampje er was. Waar zou je zijn zonder boeken? Ik lees het fascinerende boek Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken van de briljante classica Irene Vallejo die onder meer schrijft over het verlangen van de Egyptische heerser Ptolemaeus om alle boeken ter wereld te bezitten. Hij begon te verzamelen voor die beroemdste aller bibliotheken, die van Alexandrië. Verdwenen. Elke keer als je erover leest wil je deze ramp ongedaan maken, zoals Troje steeds weer overeind moet blijven staan, Dresden en Warschau onverwoest, Babylon gaaf moet herrijzen. Jorge Luis Borges schreef over Herakleitos dat hij zélf de rivier was waarin hij geen twee keer kon baden: „Hij wil die ochtend terugkrijgen en de bijbehorende nacht en de vorige dag. Vergeefs.” Vallejo citeert hem. Natuurlijk citeert ze Borges, zeg je bibliotheek, dan zeg je Borges. Een blinde schrijver die niet kon leven zonder de onleesbaar geworden boeken. Maar wat leest hij niet nog steeds in zichzelf, in die grijze schemering waarin hij leeft en waarover hij zo vaak met bedwongen wanhoop schrijft, zoals hij schrijft over alles wat voorbij gaat: „Wolk is de Odyssee”. Ik loop naar mijn boekenkast en plons in een van zijn dichtbundels – in deze rivier valt dan weer oneindig vaak te baden, maar inderdaad: nooit is het hetzelfde. Altijd lezen de hongerige ogen iets anders, worden ze door andere regels getroffen. Nu lees ik: „Niets ouds is er onder de zon./ Alles gebeurt voor het eerst, maar op een eeuwige manier.” Vertaler Robert Lemm citeert Borges in een noot: „Ik blijf doen alsof ik niet blind ben, ik blijf mijn huis vullen met boeken. Onlangs kreeg ik een editie van de Brockhaus uit 1966 cadeau. Ik voelde de aanwezigheid van dat boek in mijn huis, ik voelde het als een soort geluk. [-] Ik denk dat het boek een van de mogelijkheden tot geluk is die wij mensen hebben.”De tijd stroomt, en wij met haar, en de boeken nemen ons mee naar overal, en steeds gebeurt alles voor het eerst, eeuwig onder ons leeslampje. Snap je het nu? vroeg ik de nuchtere versie van mijzelf.Ja, zei ze.
Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 26 april 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *