Gitarist Steve Cropper voelt de soul tot in zijn botten




‘Play it, Steve!” Een spontane kreet van soulzanger Sam Moore in het nummer ‘Soul Man’ van Sam & Dave werd het levensmotto van gitarist Steve Cropper (1941). Gitaarspelen was zijn roeping en op negentienjarige leeftijd werd Cropper als producer en bandleider een van de drijvende krachten achter het Staxlabel in Memphis. Met de huisband Booker T & the M.G.’s scoorde hij instrumentale hits als ‘Green Onions’ en ‘Time is Tight’. Belangrijker nog was hij achter de schermen, als rechterhand van Otis Redding, Wilson Pickett en Eddie Floyd.
Na Reddings tragische dood speelde Cropper een cruciale rol bij het voltooien van de postume hit ‘(Sitting on) The Dock of the Bay’. Later maakte hij deel uit de Blues Brothers in de gelijknamige film met John Belushi en Dan Aykroyd. Hij speelde met Bob Dylan, toerde met Neil Young en hield de Blues Brothers Band decennia lang „on the road”.
Steve Cropper, 79 jaar jong, wil niet weten van ophouden. Met zijn nieuwe album Fire It Up keert hij terug naar de klassieke soulsound, inclusief de Booker T-achtige instrumental ‘Bush Hog’ die het album opent en afsluit. „Een bush hog is een landbouwmachine die je achter een tractor hangt”, zegt Cropper via een Zoomverbinding vanuit Nashville, „om onkruid te verwijderen op onregelmatige grond. Als het nodig is trekt het apparaat complete struiken uit de klei. Mijn vader heeft er nog mee gewerkt.”

Nee, lacht hij, zelf heeft hij nooit op het land hoeven werken. Op zijn veertiende kreeg hij zijn eerste gitaar en vond hij zijn roeping. Met zijn schoolband The Mar-Keys scoorde hij in 1961 zijn eerste hit, het feestnummer ‘Last Night’. Rondhangend bij Stax in de platenwinkel die bij het studiocomplex hoorde, viel hij op bij directeur Jim Stewart. Cropper, een witte jongen tussen zwarte muzikanten, voelde de soulmuziek tot in zijn botten. „Het verschil in huidskleur viel ons niet op. Als muzikanten waren we gelijkwaardig. Pas toen we later gingen toeren kregen we te maken met segregatie en rassenhaat. Als we stopten bij een restaurant waar onze zwarte vrienden niet welkom waren, reden we door naar een plek waar we wel met z’n allen konden eten of slapen.”

Ik ben nooit een enthousiast sologitarist geweest

Otis Redding raakte in 1962 door toeval bij Stax verzeild. Als chauffeur van rhythm & blueszanger Johnny Jenkins sjouwde hij de apparatuur naar binnen. Toen de sessie met Jenkins moeizaam verliep en er nog wat studiotijd over was, vroeg Redding of hij een demo mocht maken van eigen compositie. „Hij zong ‘These Arms of Mine’ en iedereen die daar aanwezig was hoorde hoe met die rauwe soulballade een nieuwe ster werd geboren. Vreemd genoeg speelde ik piano op die sessie. Dat was helemaal niet mijn instrument, maar bij Stax pakte ik alles aan wat nodig was.”
Otis Redding
De dood van Otis Redding, op 10 december 1967 bij een vliegtuigcrash, kwam vlak nadat de grote soulman op het Monterey Festival een doorbraak naar het witte poppubliek had bewerkstelligd. „Er wordt gesproken over het trauma dat Otis’ dood veroorzaakte”, zegt Cropper ernstig, „maar zelf had ik daar helemaal geen tijd voor. Drie dagen voor zijn dood had hij ‘Dock of the Bay’ ingezongen bij Stax. Hij kwam me gedag zeggen in de controlekamer en zei dat hij op maandag terug zou zijn om het af te maken. Dat heb ik toen zonder hem moeten doen, met tranen in mijn ogen. Vastbesloten om recht te doen aan de nieuwe richting die Otis in wilde slaan. Het fluitje aan het eind heb ik er in gelaten. Eigenlijk was het bedoeld als voorbeeld voor een instrumentale partij die Otis in zijn hoofd hoorde.”
Voor Cropper bestaat er geen onderscheid tussen witte of zwarte muziek, pop of soul. Bij de Blues Brothers had hij een warme band met John Belushi (1949-1982), „een van de grootste muziekliefhebbers die ik ooit gekend heb. Voor mij was Belushi een soulman van de eerste orde.”
Op Fire It Up werkt Cropper met Roger C. Reale, een witte soulzanger die in een eerdere fase van zijn muziekleven tot de new wave werd gerekend. „Tijdens de lockdown heb ik mijzelf de tijd gegund om stil te staan bij datgene waar het in de muziek werkelijk om draait. Ik ben nooit een enthousiast sologitarist geweest. Alles wat bij Booker T & the M.G.’s op geïmproviseerde gitaarsolo’s leek, waren in werkelijkheid zorgvuldig doordachte partijen. Drummer Al Jackson en bassist Donald ‘Duck’ Dunn zijn er niet meer, maar wat ze de wereld nalaten is hun onweerstaanbare groove. Uit die oude grooves heb ik nieuwe muziek geboetseerd. De ziel van Stax zit er in.”

Fire It Up is deze week verschenen bij Mascot.

Nieuwsbrief
NRC Cultuurgids

Wat moet je deze week zien, horen of luisteren? Onze redacteuren recenseren en tippen

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *