Heel veel ‘menselijke maat’ is de rechter vaak niet gegund

Heel veel ‘menselijke maat’ is de rechter vaak niet gegund

[ad_1]


Gaat de Raad van State door de Toeslagenaffaire van koers en karakter veranderen? En wordt de veelbesproken ‘menselijke maat’ dan belangrijker tussen overheid en burger? Er borrelde duidelijk iets tussen bestuur, rechter en praktijk deze week. In de kabinetsformatie wordt gekeken naar een ‘nieuwe bestuurscultuur’ met een minder geknevelde en beter geïnformeerde Kamer. Onder leiding van uitgerekend Herman Tjeenk Willink, wiens gezag én identiteit samenvalt met dit onderwerp. Donderdag werd in het jaarverslag van de Raad van State de overheid een nieuwe „grondhouding” aanbevolen, na een paginalange preek van vicepresident Thom de Graaf over ‘rafelend vertrouwen’ van de burger. Oók in de rechtsstaat, zeker als er sprake is van „te harde wetgeving” en „te harde uitvoering”. De overheid moet „open”, „deskundig” en „aanspreekbaar” zijn. Overheden moeten „a priori” vertrouwen in de burger hebben. De tijd van „structureel wantrouwen” moet voorbij zijn. De overheid moet in het zaken doen met de burger een „vertrouwensvermoeden” hebben, dat pas verdampt als burgers dat aantoonbaar én moedwillig schenden. Wel iets anders dan de calculerende burger, op zoek naar gratis geld, toeslagen en vergunningen. Het zijn makkelijk consumeerbare, om niet te zeggen vrome teksten die in andere jaren niet enorm zouden opvallen. Maar wel in deze wankele post-Toeslagentijd, waarin zich misschien wel een cultuurbreuk kan aandienen. De bestuursrechtspraak, ook die van de Raad van State, moet nu immers dealen met het parlementaire verwijt medeplichtig aan ‘spijkerharde’ wetsuitvoering te zijn geweest. De rechtsbescherming van de burger te hebben ‘veronachtzaamd’. En de algemene beginselen van behoorlijk bestuur te hebben ‘weggeredeneerd’. De vicepresident sprak dus ook de bestuursrechters toe, die bij zijn eigen Raad van State zijn gaan zoeken naar ‘knellende jurisprudentie’ en ‘onevenredig harde uitspraken’ op alle denkbare rechtsgebieden. Met open uitnodigingen via LinkedIn, een speciaal emailadres juridischereflectie@raadvanstate.nl en de oproep „zo precies mogelijk” zulke gevallen van systeemfalen aan te melden. Een tamelijk dynamische aanpak, die je niet meteen associeert met de doorgaans gesloten rechtspraak. Wie de reacties onder de oproep leest, proeft de verbazing van sommige praktijkjuristen. Die ervoeren pleiten bij de Raad van State nogal eens als praten tegen beton. Bij rechters die de (voorbereide) concept-uitspraak al op tafel hebben. En een batterij niet omver te praten stafjuristen in de coulissen. Deze week meldden zich de eerste critici aan de Kneuterdijk, een ad hoc-coalitie van vreemdelingenadvocaten en migratierechtwetenschappers. Met een keihard zwartboek, met zestig gedupeerde vreemdelingen en een stevige aanklacht, gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad. Strekking: als we érgens last hebben van ronkende wetgevers, dichtgetimmerde regelgeving, afgeknepen bestuurders, buiten spel gezette rechters met als subject zeer kwetsbare burgers (migranten), dan wel in het vreemdelingenrecht. Met name het NJB-stuk analyseert wat er mis is. De leek treft vooral de logistiek van het vreemdelingenrecht, gericht op snel afdoen, minimale rechterlijke bemoeienis, veel standaard uitspraken, zo min mogelijk zittingen, beperkt toetsen, voorkeur voor restrictieve interpretaties, etc. Het vreemdelingenrecht ademt onwil, desinteresse en wegkijken, zowel in de regels, de toepassing, maar óók in de controle erop. Een vastgeroest en keihard systeem – precies wat de politiek ook wenst, zo restrictief mogelijk graag. Kom daar maar eens tussen, met je menselijke maat. Maar misschien zie ik het te somber. Feit is ook dat de voorzitter van de afdeling onlangs in twee zaken, over een gesloten drugswoning en een zeer hoge gemeentelijke dwangsom, advies vroeg aan de advocaat-generaal. En wel precies over het evenredigheidsbeginsel. Dat beginsel moet voorkomen dat overheidsbesluiten onredelijk negatieve gevolgen voor de individuele burger hebben. ‘Hoe indringend’ mag de rechter zo’n besluit toetsen, is de vraag. Duidelijk een poging om die menselijke maat te ijken en makkelijker inzetbaar te maken. Eén zwaluw maakt nog geen lente, maar de dooi lijkt me wel ingezet.

Nieuwsbrief
NRC Recht & Onrecht

Een gids door de rechtsstaat – de beste stukken over veiligheid, misdaad en mensenrechten

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 17 april 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 17 april 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *