‘Heleen en ik zijn absolute tegenpolen’




Gerrit: „Mijn belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog is gewekt in 1977 in het Anne Frank Huis, op de tentoonstelling Ultrarechts in Europa. Daar zag ik mijn vader op een groepsfoto, als toekomstig politieman bij het op bevel van de Duitsers opgerichte Politie-opleidingsbataljon in Schalkhaar. Dat gaf me geen lekker gevoel. Hij vertelde altijd over de oorlog alsof hij een halve verzetsman was geweest. Ik ben me na zijn dood in 2002 gaan verdiepen in politiewerk tijdens de bezetting. Wat ik daarover vond, was niet heel fraai. Mijn vader had als agent in Venlo onder meer mee moeten werken aan het transport van zigeuners naar Westerbork en van arrestanten naar Kamp Amersfoort. Eerder had ik al ontdekt dat hij als telg uit een woonwagenfamilie een lastige voorgeschiedenis had voor een politieman.”

In het kort

Gerrit van der Vorst (74) en Heleen bij ’t Vuur (71) zijn vijftig jaar getrouwd. Ze leerden elkaar kennen toen Gerrit wiskunde studeerde in Utrecht en Heleen sociologie. Later werd zij vakleerkracht textiele werkvormen en kunstzinnig therapeut. Ze werkte op twee basisscholen. Gerrit was directielid van het computercentrum van de universiteit in Nijmegen en directeur van een glasvezelcoöperatie. Na zijn pensioen publiceerde hij onder andere de boeken Een diepzwarte sluier en Het kapitaal van Sal Walvis. Samen met Heleen maakte hij Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, over joodse onderduikers in Zeist. Ze hebben twee zoons en vijf kleinkinderen, van wie er één bij de geboorte is overleden. Hun pensioeninkomen bedraagt 1,5 à 2 maal modaal.

Heleen: „Ik denk dat Gerrits vader bij de politie is gegaan om aan zijn milieu te ontsnappen.”
Gerrit: „Al lezend stuitte ik op een politierapport over twee joodse meisjes, van 6 en 8 jaar oud, die acht dagen in een politiecel in Venlo zaten. Ze zijn in Auschwitz vermoord. Mijn kleindochters waren destijds ook 6 en 8. Ik zat met tranen in mijn ogen in het archief en besefte toen dat ik me nooit echt in de Holocaust had verdiept. Bij wijze van zelfopgelegde herdenkingsplicht heb ik acht onderduikverhalen in de regio Venlo uitgezocht en gepubliceerd. Sindsdien ben ik blijven schrijven en geef ik voordrachten over de oorlog. Overigens ook over voetbalhistorie, mijn hobby.”
Heleen: „In 2019 zijn we samen aan de slag gegaan met onderduikverhalen uit onze woonplaats Zeist. We wisten dat de joodse dichteres Hanny Michaelis in ons huis ondergedoken heeft gezeten. In haar dagboek schrijft ze daarover. Daar begon het mee.”
Gerrit: „We zagen dat de Israëlische herdenkingsorganisatie Yad Vashem circa 65 onderscheidingen had uitgereikt aan inwoners van Zeist die joden hadden geholpen. Een overzichtelijk project, dachten we.”
Heleen: „Het is vreselijk uit de hand gelopen. We vonden ruim 350 joodse onderduikers in Zeist. Op een gegeven moment kwamen we in een flow: we konden niet meer ophouden met zoeken, want we wilden zo volledig mogelijk zijn. Het was wel een uitputtingsslag, omdat het boek in negen maanden af moest, voor de 75ste herdenking van de Bevrijding. Zo hebben we weinig last gehad van de coronamaatregelen.”
Gerrit: „Ik ben een geboren onderschatter en denk altijd ‘dat doe ik wel even’. Maar op sommige dagen zat ik wel twaalf uur achter mijn scherm. Dat was niet gezond meer. Ik heb het gevoel dat ik nu eindelijk een beetje bijkom.”
Heleen: „Het is een monumentaal herdenkingsboek geworden van 630 pagina’s. Gelukkig zorgde een vriend voor subsidie van de gemeente, de provincie en van drie lokale fondsen, en kregen we hulp bij archiefwerk en vooral bij de opmaak. De reacties waren overweldigend. En Gerrit is gevraagd om tijdens Dodenherdenking in Zeist over de onderduik te spreken.”
Woonwagensmaak
Gerrit: „Op vakantie gaan we niet gauw. Hooguit twee nachten in een hotel. Jarenlang was het excuus dat we voor onze twee kippen moesten zorgen. Maar we zijn gewoon verknocht aan ons huis en deze omgeving. Vaak combineren we onderzoek in een archief met een museum- en restaurantbezoek.”
Heleen: „Vroeger met de kinderen gingen we wel met vakantie, hoor.”
Gerrit: „En twee jaar geleden zijn we op uitnodiging van de kinderen in Lissabon geweest.”
Heleen: „Onze taakverdeling is niet meer van deze tijd. Ik doe het huishouden, de tuin, de klusjes in huis en ook de financiën. Gerrit is druk met zijn herdenkingspublicaties. Ik voel me daarbij betrokken en geniet zo van de contacten en reacties dat ik die verdeling niet erg vind. Hij schrijft, ik ondersteun hem. Maar een rolmodel voor mijn kleindochters ben ik niet echt.”
Gerrit: „Heleen en ik zijn absolute tegenpolen. Zij is rustig, creatief en muzikaal – Ravel en zo – terwijl ik druk ben en de muzikale woonwagensmaak van mijn vader heb.”
Heleen: „Toch doen we veel samen, zoals oppassen op onze kleinkinderen toen ze jonger waren.”
Gerrit: „Daar maakten we onze agenda voor leeg. Dan was ik echt een speelopa. Verstoppertje, tikkertje, stoeien… Ook nu ze groter worden, hoeven ze maar te kikken of we zijn er. Bijvoorbeeld voor onze transgender kleinzoon die door afwijzing op school een moeilijke fase doormaakt.”
Heleen: „Geld geven we vooral uit aan eten, ook in restaurants. Per maand besteden we wel 500 euro in de supermarkt.”
Gerrit: „We hebben wat geld over en overwegen een vakantieappartement te kopen voor de verhuur. Maar eigenlijk is beleggen niets voor ons.”
Heleen: „Aan kleding geven we het in elk geval niet uit. Mijn merkbewuste kleindochters noemen me oma Zeeman, omdat ik voornamelijk goedkopere kleding koop. Als het maar lekker zit.”
Gerrit: „Onze toekomstplannen? Ik ga een biografie schrijven over Beb Bakhuys, een voetballer uit de crisisjaren, met Indische wortels en een woelig leven.”
Heleen: „Ik verwacht weer een verhaal met veel emotie.”
Gerrit: „Verder komen er misschien nog boeken over de Venlose verzetsheld Ambrosius en over Piet Kooymans, een chef-staf van de Nederlandse politie in de oorlog. En dan moeten we nog wat met de oorlogsbrieven van twee jongens die gesneuveld zijn aan het Oostfront.”
Heleen: „Ik heb voorlopig geen grote plannen. Het leven is al dynamisch genoeg zo.”
In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl

Hoe doen zij het?
OpstaanHeleen staat tussen 7.00 en 7.30 uur op, Gerrit wat later. Ze ontbijten samen en lezen dan het Algemeen Dagblad voor het regionale nieuws en NRC voor de rest.
WonenZe wonen in een twee-onder-één-kapwoning uit de jaren dertig aan de rand van Zeist.
VervoerGerrit en Heleen gebruiken hun auto niet vaak. Heleen fietst vooral.
SportSinds de sportschool dicht is, joggen Gerrit en Heleen vrijwel dagelijks. Gerrit: „Irritant is wel dat Heleen dat langer volhoudt dan ik.”
Laatste grote uitgaveDe verbouwing van hun huis. Kosten: circa 60.000 euro.
BedtijdTussen 23.00 en 23.30 uur. „Al vanaf onze verkeringstijd lezen we elkaar voor. Tegenwoordig in bed, we zijn bezig in Het Zoutpad van Raynor Winn.”

Nieuwsbrief
NRC Slim Leven

Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 1 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 1 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *