Het doodverklaarde politieke interview is terug – maar vooral op televisie




Eén ding is in elk geval opvallend kleurrijk aan de fletse verkiezingscampagne. NRC en andere kranten deden wat ze moeten doen – grondig, inspirerend en degelijk – maar de scherpste scherpte was te vinden op tv.
In NRC las ik een pakket aan verhelderende analyses, een mooie special van Opinie & Debat met recensies van partijprogramma’s, ik raadpleegde een fijne stemwijzer, luisterde podcasts en volgde de verkiezingsrubriek. Kortom, net een echte campagne.
Maar ondertussen klonken de pijnlijkste zaaggeluiden op tv. Ja, even afgezien van het blijkbaar onvermijdelijke gebabbel en de grofste kermisattracties. Nieuwsuur ging voorop, maar ook bij RTL en Op1/Pauw ging het los.
Vaak met dank aan ‘de gewone kiezer’, die voluit zijn gram mocht halen. Zoals de vrouw van bijna zestig, met zes chronische ziektes, die in Nieuwsuur ChristenUnie-lijsttrekker Gert-Jan Segers verweet dat ze van hem niet op de IC terecht zou kunnen. De christenpoliticus wilde er graag na afloop verder over praten. Of de GroenLinks-kiezer die Jesse Klaver in dat programma de oren waste met, nota bene, biomassa.
En natuurlijk: Kristie Rongen, slachtoffer van de Toeslagenaffaire (het woord ‘gedupeerde’ lijkt geruisloos te zijn verdwenen; iedereen is nu slachtoffer), die Rutte demissionaire peentjes liet zweten in het RTL-lijsttrekkersdebat. Haar „ik stop u even” werd het even gevatte als dodelijke Wiegel-moment („Sinterklaas bestaat, en daar zit-ie!”) waar lijsttrekkers zelf jarenlang vergeefs naar hadden gezocht.
Wat is hier aan de hand? Is het vaak doodverklaarde politieke interview (omdat politici toch louter ingestudeerde teksten opzeggen) aan een nieuw leven begonnen? Het lijkt er wel op. Nou, ja leven – voor sommige gegrilde politici zal het eerder een bijna-doodervaring zijn geweest.
Ook in kranten doken goede interviews met lijsttrekkers op. Soms zelfs met een ‘authenticiteit’ die niet gehinderd leek door managementjargon; vooral Kaag bleek daar geen last van te hebben. Toch, de confrontaties op tv schuurden het meest.
Elders in de media, ook in NRC, zijn met name de één-op-één confrontaties met burgers juichend ontvangen. Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing wenste elke lijsttrekker een Kristie toe; een patent medicijn tegen hun „gelul”. Arjen Fortuin sprak van „het spannendste moment van de avond”. Ook het aangedraaide-duimschroeven-format van Nieuwsuur, een kruising van politieverhoor en volkstribunaal, oogstte veel lof. Want, noteerde de Haagse redactie, menig partijleider begon er te „schutteren en sputteren”. Rutte noemde de gesprekken „pittig”.
Wie zal het ontkennen? Spectaculaire politieke televisie was het zeker. Baanbrekend misschien zelfs, in elk geval benenbrekend voor sommige landsdienaren die er werden gegrild over de kleinste fouten of tegenstrijdigheden in hun loopbaan of minutieus uitgevlooide partijprogramma’s.
Het mooie is, merkte NRC-mediacolumnist Karel Smouter op, dat politici van zulk „wrijven” glans krijgen. Inderdaad, sommigen (zoals de historisch bezonken SGP-er Van der Staaij of de soevereine Kaag) hielden zich beter staande dan anderen. Behalve feitenkennis en consistentie werd zo vooral hun karakter getest; geheel conform de verdere amerikanisering van het publieke debat.
Toch ook even een burgerlijke bedenking, vanaf de zijlijn.
Het is een dure journalistieke plicht om politici af te rekenen op hun beloftes en resultaten. Maar je krijgt zo langzamerhand wel de indruk dat ze net zo lang voor het hekje moeten staan, verhoord door een verhitte rechercheur van dienst, tot er van hun woorden en daden niets rest dan rokende puinhopen of holle onwaarachtigheid. In het RTL-debat trad de verongelijkte kiezer steevast op in een binair schema van slachtoffer (burger) en dader (politicus). Ook bij Nieuwsuur was het vuurpeloton van kiezers bijna standaard teleurgesteld of gekrenkt.
Als het tegenzit, lijken politici dan op zijn best naïef en wereldvreemd, op zijn slechtst onbetrouwbaar of zelfs fake. Tegenover de RTL-kiezers moesten ze niet alleen verantwoording afleggen, kreeg je het idee, maar boete doen. Geen wonder dat Wilders wegbleef bij Nieuwsuur: hij kan oogsten terwijl de rest zich braaf meldt bij de slachtbank, met het risico er als ontklede keizer weer vandaan te strompelen.
Misschien weerspiegelt dit de assertieve en getergde tijdgeest, uiteraard nog aangeblazen door het toeslagenschandaal en lang opgekropte coronafrustratie. Politiek die de burger behandelt als klant, op een spiegelgladde schaal van koning tot winkeldief, kan erop rekenen dat de klant een keer goed nijdig wordt. Zie het essay van Guus Valk over het ingesleten wantrouwen tussen burger en staat.
Ik merk het ook in mijn lezerspost. Na mijn rubriek waarin ik het beknotten van een interview met Ad Verbrugge bekritiseerde, eisten lezers „consequenties” voor de Wetenschapsredacteuren die volgens hen verantwoordelijk waren (wat niet zo is; het was de hoofdredactie die besloot tot schrappen). Een andere lezer wilde weten welke stappen NRC ging nemen tegen de Haagse veteraan-redacteur die het had gewaagd de term „vagina vote” in de mond te nemen (zie de Lezer Schrijft). Zoals Kristie ook maar één ding wilde: die man moet weg.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.
Kortom, het goede nieuws is dat het politieke debat nieuwe urgentie lijkt te hebben gekregen – dat is winst. Maar je kunt je afvragen of de casting van de kiezer als wreker op den duur bijdraagt aan nieuw vertrouwen in democratische politiek. Ik blijf dus toch ook maar die droge, voortreffelijke stemwijzers van kranten invullen. Mijn gram halen kan altijd nog. Na de verkiezingen.
Sjoerd de Jong
Reacties: ombudsman@nrc.nl
De lezer schrijft … Is de nestor misogyn?
In De Groene Amsterdammer lees ik dat „de nestor van de Haagse NRC redactie” in een column over Sigrid Kaag gewag maakte van de „vagina vote”. Ik vermoed dat ik meer nestor ben dan de redacteur, maar ik ben in de jaren vijftig goed opgevoed zodat dit taalgebruik niet bij mij opkomt.
Lubartus van der Sar
… de krant antwoordt Nee, hij citeerde Amerikaans onderzoek
In die column over de electorale kansen van Kaag haalde redacteur Mark Kranenburg een (vrouwelijke) hoofddocent politicologie aan van de Universiteit van Amsterdam, die verwees naar Amerikaans onderzoek naar „vagina voting”. De term is dus niet door hem bedacht; hij duikt soms op in genderdiscussies en als (feministische) leus, zegt Kranenburg. Wel nam de nestor (1954) de „vagina vote” ook op in de kop boven zijn column, waardoor de term te veel accent kreeg. Die kop is aangepast. Kranenburg, inmiddels met pensioen, heeft zijn gebruik van het begrip toegelicht in een persoonlijk bericht aan Kaag en in een brief aan het weekblad.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 13 maart 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

nrc.next
van 13 maart 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *