Het ritme van de geesten

Het ritme van de geesten

[ad_1]


Conga’s stutten de keukentafel, het televisiemeubel is een oude cajon, op de kapstok staan zo’n twintig koebellen, in alle hoeken van de Haagse portiekwoning liggen bongo’s en timbales opgestapeld. Tussen al die drums gunt percussionist Gerardo Rosales twee conga’s extra ruimte. Speciaal voor zijn ‘spiritual drums’ – een van hout, de ander van kunststof – heeft hij in zijn slaapkamer een mahoniehouten kast opengebroken, een tapijtje erin gelegd en de achterkant gedempt met een matras, voor de buren. Rosales (56) nam ze in 1994 mee uit Venezuela toen hij in Nederland terechtkwam voor de liefde en de muziek, als dat twee verschillende dingen zijn. Zijn percussie is te horen op ruim zeventig salsa- en latinplaten, hij speelde met zijn grote voorbeelden Oscar D’Leon en Carlos ‘Patato’ Valdés en in Nederland met de hele jazz- en latinscene. Soms gebruikt hij dan een drum die ‘Made in Taiwan’ is, of zo’n glitterig zilveren geval uit Japan. Prima dingen, prima geluid. Maar voor zijn eigen albums gebruikt hij altijd dit paar conga’s. De houten drum uit 1989 heeft een ongelooflijke bas, die je in je hele lijf voelt. Er loopt een grote gelijmde barst over de body, met dank aan KLM en Schiphol. Hij moest huilen, maar kreeg geen vergoeding, leg maar eens uit hoe kostbaar zoiets is. De andere is van kunststof. Komt uit 1979 en kan wat meer hebben, rolde al uit een toerbus en zelfs een keer van het podium. Het was het allereerste instrument dat hij kocht.

Foto Andreas ter Laak

De conga’s hebben vellen van buffel en koe. „Plastic gebruik ik alleen in jamsessies. Als ik mijn eigen conga’s niet naar het buitenland kan meenemen, dan neem ik losse dierenhuiden mee. Die span ik ter plekke over de conga’s, zodat ze toch weer organisch worden.’’Oorspronkelijk was de kunststof conga blauw, maar Rosales heeft de bovenkant rood en de onderkant zwart geverfd. Het zijn de kleuren van Ellegua, de spirit uit de afro-caribische santería waar hij, zoals veel latin-muzikanten, mee in contact staat. „Toen ik met mijn oma naar de katholieke kerk ging, zag ik al spirits.”Als muzikant kwam hij veel mensen tegen uit santería. Met percussie konden zij de spirits aanroepen, elk heeft een eigen ritme. Rosales werd als twintiger ingewijd. Hij kleedde zich in wit, had jarenlang thuis een altaar waar hij offerde, paste zijn dieet aan. Ook zijn twee conga’s, het communicatiemiddel voor de geesten, werden ingewijd, en voorafgaand aan elke speelbeurt voerde hij een ritueel uit. Hij werd er een betere muzikant van. „Maar twee jaar geleden ben ik er helemaal mee gestopt. Santería is veeleisend. Ik zag dat, zoals in elke religie, mensen afhankelijk werden gemaakt van priesters die niet altijd oprecht waren.”Dat betekent niet dat de spirits uit zijn leven zijn. En ook niet uit de drums. „Met de juiste ritmes en frequentie kun je mensen helemaal gek maken. Die frequentie werkt op je onderbuik, zoals de bas van mijn houten conga. Ik gebruik het niet meer religieus, maar om mensen te laten dansen.”

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *