Het voetbal houdt ons een groteske spiegel voor

Het voetbal houdt ons een groteske spiegel voor

[ad_1]


De tirade van de voormalige rechtsback van Manchester United was welgemeend. Gary Neville zag in de machtsgreep van de rijkste clubs een verraad aan het voetbal als volkssport. Nee, sterker nog, de afscheiding van Britse, Spaanse en Italiaanse grootmachten als Barcelona was volgens hem niets minder dan een ‘misdaad’ tegen de fans: alles wat hier nog telde was hebzucht.

Lees ook dit artikel: Topclubs hijsen witte vlag: excuses voor Super League

Ik begreep zijn woede, al bekroop me het gevoel dat Neville, net als velen van zijn generatie, behoorlijk hebben verdiend aan de ‘volkssport’. Maar goed, het idee om een exclusief toernooi van de grootste clubs te beginnen, de Super League, vertelt een verhaal over onze tijd. Dit gaat over meer dan voetbal: we zien de perverse kanten van een wereld die door geld wordt geregeerd.Het lijkt geruststellend: even snel als het idee is geboren, ging het weer ten onder. Voorzitters als Andrea Agnelli van Juventus en Florentino Pérez van Real Madrid bieden nederig hun excuses aan. Zo hadden ze het niet bedoeld. Het plan is mislukt, de trend gaat voorlopig door: de scheiding tussen arm en rijk is zo diep in het voetbal doorgedrongen dat afscheiding een logische stap lijkt.De Britse clubs die mee wilden doen zijn in handen van Amerikaanse, Chinese, Russische of Arabische investeerders. Die hebben geen voeling met de tradities die deze voetbalverenigingen al een eeuw met zich meedragen. Hun machtsgreep toont dat zakenelites de wereld kunnen ontwrichten: de nationale voetbalcompetities hebben geen betekenis meer, alleen het mondiale televisiepubliek telt nog.Eigenlijk is het een bijkomstigheid dat de stadions in coronatijd leeg zijn. De tribunes zijn vooral een decor, dat ook kan worden opgevuld met achtergrondgeluid. Alles draait om de televisierechten: voetbal is een virtueel spektakel geworden in een wereld waarin nabijheid geen betekenis lijkt te hebben. Zo blijft er weinig over van de emoties die sport kan losmaken.Wie denkt dat ik overdrijf, moet het gesprek lezen met Agnelli in de Corriere dello Sport. Hij gaf een ijskoude samenvatting van het wereldbeeld achter de Super League: „De jongeren van vandaag willen grote evenementen zien. Daarom creëren we een competitie die doet wat zij doen op de digitale platformen, zoals de videogame FIFA. Of zoals de competities die ze spelen met Fortnite en Call of Duty.”Het voetbal houdt ons een groteske spiegel voor. De voetbalfans die in weer en wind naar ‘hun’ stadion gaan, zijn nuttige idioten die figureren in de mondiale plannen van clubs. Hun loyaliteit is vooral erg ouderwets. Ze mogen tegen woekerprijzen een seizoenkaart kopen, uit de hoogte gadegeslagen door de eigenaren in hun skybox. Het ruikt naar de negentiende eeuw, de tijd van het ongetemde kapitalisme.Door de internationale competitie te verzelfstandigen degraderen de nationale competities tot een achtertuin van het voetbal waar de zon nooit komt. Geen enkele club zou zich nog via het kampioenschap kunnen plaatsen voor Europese wedstrijden. Dan is de tijd waarin Ajax de Europacup won, nu meer dan 25 jaar geleden in Wenen, voorgoed verleden tijd. Ik was erbij, dat wel.Zo eindigen we als vanzelf aan de kant van de nostalgie. Nu de markt zich onbekommerd opdringt, blijft de koestering van herinneringen over. Steeds meer mensen staan met hun rug naar een toekomst die ze ontglipt. De boze voetbalfans die voor het stadion van Chelsea samenkwamen willen zoiets als ‘take back control’. Het duurde niet lang voordat Boris Johnson opdook in het koor van critici.Ik weet het – gelukkig is er een wereld die zich druk maakt over voetbal. Maar hier zien we de tekenen van deze tijd. Niet vaak krijgen we zo’n onthullend inkijkje. Pérez van Real Madrid verstrikte zich pijnlijk in zijn beeldspraak: „Het is een piramide. De grote clubs gaan meer geld hebben en kunnen spelers kopen. Als wij geld verliezen, dan stort alles als een kaartenhuisje in elkaar.”Het is inderdaad een piramidespel dat ze bij Real spelen: krankzinnige salarissen om spelers aan te trekken die dan weer inkomsten moeten genereren. Ondertussen stapelen de schulden zich op. Vandaar deze vlucht naar voren om het kaartenhuis overeind te houden. En dan zijn er mensen die zich blijven verbazen dat globalisering zoveel onbehagen oproept.Wat overblijft is een wereldsport die langzaam uit zijn voegen barst. De nationale competitie verliest aan betekenis, terwijl de internationale competitie is voorbehouden aan weinigen. Dit mislukte plan staat symbool voor een groeiende ongelijkheid en vervreemding. Je zou hopen dat deze episode tot nadenken stemt. Een stadionverbod voor Agnelli en Pérez lijkt me wel het minste.
Paul Scheffer schreef onder meer Het land van aankomst en De vorm van vrijheid.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 23 april 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *