Het volk sprak en binnen 48 uur was de Super League ontmanteld

Het volk sprak en binnen 48 uur was de Super League ontmanteld

[ad_1]


Ineens stonden ze op het trainingsveld, donderdagochtend. Een groep supporters van Manchester United, hún club, die het vertrek eisten van de steenrijke Amerikaanse eigenaren, de familie Glazer. ‘Glazers out’, stond er op hun spandoek. Ze waren niet de enige voetbalfans die afgelopen week in opstand kwamen tegen hun club. Fans van Liverpool droegen hun club aan het begin van de week symbolisch ten grave met een spandoek: ‘Rust in vrede Liverpool FC, bedankt voor de herinneringen.’ Er werd gescholden, het shirt van de club werd zelfs verbrand.
Het besluit van zes Engelse topclubs om mee te doen aan de Super League, en zich de facto af te scheiden van de rest van het Europese topvoetbal, bleek voor veel supporters de druppel. Fans verzamelden zich en hieven spreekkoren aan over „gierige klootzakken” die grof geld wilden verdienen aan hun eigen, gesloten competitie. Het „uitschot” dat met miljardencontracten voor uitzendrechten een onoverbrugbare financiële slag zou slaan, zodat ze ’s werelds beste spelers voor zichzelf konden houden. Nationale competities zouden op het tweede plan komen. Voor de fans betekende dat één ding: hun sport, hun competitie, hun leven zou worden geofferd voor een berg miljarden.
In heel Europa, maar vooral in Engeland, Italië en Spanje, de landen achter de Super League, keerden fans zich tegen de elitecompetitie. Zelfs politici. De Engelse premier Boris Johnson dreigde met wettelijke maatregelen. Liverpool-aanvoerder Jordan Henderson maakte duidelijk dat ook de spelers geen Super League wilden.
Eén voor één trokken de clubs zich vervolgens schielijk terug. Binnen 48 uur was het plan ontmanteld. Het volk had gesproken. En, anders dan gebruikelijk in het topvoetbal, had het volk gewonnen. Vrijdag trok ook de belangrijkste financier van de Super League, JPMorgan, zich terug.

Columnist Luuk Middelaar: In het voetbal stuit het geld op ferme tegenkrachten

De actie van de twaalf clubs die zichzelf als ‘Founding Fathers’ van de Super League presenteerden was, ondanks de consternatie, geen donderslag bij heldere hemel. Het was de laatste afslag op een route die de voetbalwereld al jarenlang aflegt: naar geld, meer geld en nog meer geld – vaak bijgestaan door banken en overheden. De financiën van veel clubs zijn ontspoord. Zij zien de oplossing alleen in nóg meer geld. Waar de Engelse clubeigenaren na de felle protesten tot inkeer kwamen en op de rem trapten, gaven de voorzitters van FC Barcelona en Real Madrid geen duimbreed toe. Hun vlucht gaat nog steeds naar voren. Méér inkomsten. Basta.
Miljardenschuld
Lange tijd dachten de clubs dat niemand hen zou stoppen in hun streven naar grotere winsten en sportieve successen. FC Barcelona kon een schuld opbouwen van 1,1 miljard euro zonder dat banken ingrepen. Steeds weer zijn nieuwe leningen geaccepteerd, ook al wordt een speler als Lionel Messi een contract aangeboden van een half miljard euro voor vier jaar. Overal in Europa hebben clubs schulden van honderden miljoenen euro’s. Niet zelden worden de ergste problemen verholpen door nationale of regionale overheden, die het volk willen behagen door een club te redden. Real Madrid verkocht het trainingsveld in 2001 voor honderden miljoenen aan de gemeente Madrid en was in één klap uit de schulden – die het inmiddels weer in veelvoud heeft opgebouwd. Op kleinere schaal kocht de gemeente Eindhoven in 2011 de grond onder het Philips Stadion voor vijftig miljoen euro, waardoor de club niet failliet ging. Toen de redding was beklonken en honderden fans in juichen uitbarstten, kondigde de clubleiding de transfer van twee nieuwe, dure spelers aan.
Fans keren zich al jaren tegen de uitwassen die de globalisering en commercialisering van het topvoetbal met zich mee hebben gebracht, vaak aangeduid met de term Against Modern Football, een losse beweging in allerlei Europese landen van voetbalpuristen die hun sport terug willen grissen uit de handen van de grenzeloze commercie, van kapitalisten die de clubs in hun ogen hebben gekaapt en voetbal zien als een hemel vol miljoenen.
De beweging is gericht tegen de ongebreidelde groei van salarissen, tegen transferbedragen van honderden miljoenen, tegen overnames door hyperrijke buitenlandse investeerders – veelal van Arabische, Amerikaanse, Russische of Aziatische afkomst – die niets op hebben met de traditionele waarden van volkssport nummer één op het oude continent. Tegen ontsporende prijzen van seizoenkaarten, tegen drie nieuwe shirts per jaar. Tegen clubs die zich puur met geld een weg banen naar de top. Zoals Chelsea, zoals Paris Saint-Germain, zoals Manchester City; clubs die in het verleden sportief geen rol van betekenis speelden, totdat zich een geldschieter aan de poort meldde met miljarden dollars op de bank. Tegen clubs die lukraak talenten opkopen in heel Europa, vaak kinderen nog, en zeventig tot tachtig spelers onder contract hebben staan. Tegen de Maleisische miljardair-eigenaar die na een traditie van 104 jaar de clubkleuren van Cardiff City wilde veranderen, maar het plan introk na felle protesten van de fans.

Shirts van FC Barcelona en Real Madrid. De twee Spaanse topclubs kampen met hoge schulden.
Foto Susana Vera/Reuters

‘Modern football’ maakte dat de kwartfinalisten van de Champions League vooraf min of meer vaststaan, jaar in jaar uit dezelfde clubs, de één nog rijker dan de ander, of met een nóg hogere schuldenlast dan de vorige. Het maakt dat de rest, van een Engelse provincieclub als Nottingham Forest – tweevoudig winnaar van de Europa Cup 1 – tot Panathinaikos, FC Porto, Ajax, Club Brugge, Benfica of PSV bij voorbaat kansloos zijn. Die weerzin leeft overal in Europa, en met de aankondiging van de Super League barstte de bom voor talloze fans in Engeland. Maar ook in Spanje en Italië was de afkeer groot. De spelers van Getafe onthaalden Ronald Koemans Barcelona met een shirt waarop stond Earn it en El fútbol es para los fans. De spelers van Real Madrid lazen in Cádiz leuzen als ‘kapitalisten’ en ‘geldwolven’. In Italië beschilderen tifosi al veel langer spandoeken met teksten als No al calcio moderno, nee tegen het moderne voetbal. De haat zit diep, vooral onder have-nots: fans van clubs die afhaakten toen de miljoenenrace een miljardenrace werd.
Toch is ambivalentie de voetbalfan niet vreemd. Ook bij aanhangers van Super League-clubs, die zich deze week tegen hun eigen ploeg keerden. Zij vierden successen waar zij zonder rijke eigenaar nooit van hadden durven dromen. In 2007, toen het bescheiden Manchester City net was overgenomen door de Thaise miljardair en oud-premier Thaksin Shinawatra, wapperden overal in het stadion Thaise vlaggen. Dankzij hem kon City, dat daarvoor nog op het derde niveau had gespeeld, zich eindelijk meten met stadgenoot United. „Echte Mancunians zijn alleen maar blij met Thaksin”, zei Kevin Parker, secretaris-generaal van City’s fanclub, destijds in NRC.
Bij de beduidend succesvollere buren, Manchester United, greep een groep fans in 2005 wél in toen de club werd overgenomen door de Amerikaanse investeerder Malcolm Glazer. Zij richtten dat jaar een nieuwe club op, voor hen het échte United: FC United of Manchester. De clubkleuren zijn hetzelfde, maar volgens de statuten mag het shirt nooit de naam van een sponsor dragen. Het volk was principieel, maar de groep bleef klein. FC United of Manchester speelt voor 4.000 man in een stadionnetje in het noordoosten van de stad, op het zevende Engelse niveau. Elk lid heeft één aandeel in de club.

Lees ook dit interview met PSV-directeur Peter Fossen (2020): ‘De grotere Europese voetbalclubs zijn onverzadigbaar. Dat is het probleem’

Tegengas
Ja, de Europese voetbalbond UEFA geeft zo nu en dan tegengas om de ergste uitwassen van de financiële wapenwedloop in te dammen, al is een level playing field geen doelstelling. Maar het beleid van Financial Fair Play – tegen het ongelimiteerd storten van geld door de clubeigenaren – blijkt lastiger te handhaven dan gedacht. Manchester City werd vorig jaar verbannen uit de Champions League omdat het financiële tekorten via een sluiproute toch liet aanvullen door de eigenaar uit de Emiraten. De schorsing werd echter opgeheven na een ingreep door het Sportarbitragehof (CAS), op technische details.
Bovendien, de UEFA heeft jarenlang meegeholpen met de creatie van het ‘monster’ dat de Champions League is geworden voor veel liefhebbers. En er ligt al een plan om de vanaf 2024 nog meer geld uit het elitefeest te trekken. Want ook de UEFA verdiende er in al die jaren miljarden aan.
De voetbalwereld weet als geen ander waartoe de liefde voor geld kan leiden. Het vorige FIFA-bestuur werd ontmanteld wegens omkoping en zelfverrijking, vermorzeld door onderzoeken van de FBI en de Zwitserse justitie. Hele toernooiconcepten waren bedacht zodat een handvol bobo’s steekpenningen kon aannemen van marketingbureaus die miljarden verdienden met de verkoop van tv- en sponsorrechten. Het schandaal speelde zich af in het criminele domein. Daardoor kon de FBI, via witwaswetgeving, ingrijpen.
Dat ligt nu anders. De Super League is een streven van grote clubs naar meer geld. Niet crimineel, wel ethisch discutabel. En daarop liep het mis. Dit keer pikten de fans het niet, nu de clubs bereid bleken zelfs het concept ‘competitie’ overboord te gooien in ruil voor financiële zekerheid. Het gesloten systeem, met zekerheid voor vijftien van de twintig deelnemende clubs, garandeerde hun inkomsten.

‘Give Us Our Arsenal Back’ staat geschreven op een stuk karton voor het stadion van de club in Londen.
Foto Andy Pain/EPA

Die grens is er een te ver voor de fans. Zelfs de spelers vinden dat. Sterren als Kevin De Bruyne (Manchester City), Jordan Henderson, oud-profs als Gary Neville en Gary Lineker, ze waren er klaar mee. „Walgelijk. Ik schaam me voor mijn eigen club”, zei Neville over Manchester United, waarvoor hij vierhonderd keer uitkwam. „Een competitie beginnen waaruit je niet kan degraderen en waarnaar je niet kunt promoveren, dat is niet volgens de ethiek waarop een club als Manchester United is gebouwd.” Ook De Bruyne kan zich niets voorstellen een gesloten liga zonder competitie, twitterde hij.
Zij zijn van verschillende generaties. Lineker en Neville uit de tijd dat voetbal nog niet was overgenomen door internationaal geld. De Bruyne en Henderson zijn onderdeel van de miljardenmachine van nu – en profiteren er flink van. De Bruyne verdient tonnen – per week.
Deze week trokken fans een lijn in het zand. Als een underdog nooit meer tegen een grote club mag spelen, als dromen onmogelijk wordt, is het einde bereikt. Dat is de verkeerde inschatting die de ‘Founding Fathers’ van de Super League maakten. De clubeigenaren van ‘de twaalf afvalligen’ die opvallend vaak uit de VS of Azië komen. Zij begrepen het gevoel niet. Ze begrepen niet dat er shirts verbrand zouden worden. Supporters zouden dreigen hun seizoenkaarten op te zeggen. Televisiecontracten wilden verscheuren. Ze hadden niet eens met hun spelers gesproken over hun plannen.
The people’s game
Nooit vermoedden ze dat fans en spelers na al die jaren ineens massaal ‘nee’ zouden zeggen. Zo ver zijn de voetbalbazen van het voetbal gedreven dat ze de kern ervan niet meer begrepen. Ze raakten het kloppende hart. Dat laat het voetbal zich niet gebeuren. „The people’s game, saved by the people”, twitterde Gary Lineker toen de Super League ten grave werd gedragen. „We hebben onze bal terug.”
Dat klonk romantisch, maar de vraag is of dat station niet allang gepasseerd werd toen het miljoenenbal van de Champions League een miljardenbusiness werd. Want de beste pakweg twaalf tot zestien clubs in Europa hebben inmiddels een financiële bubbel gecreëerd die ontoegankelijk is voor derden. Ook voor Ajax. Ook al is die club financieel zo gezond dat er genoeg geld is om in de ratrace naar de Europese top in één seizoen 33 miljoen euro uit te geven aan alleen al de zaakwaarnemers van zijn spelers. Meer dan de hele begroting van AZ. Ook dat is modern football.
En ondanks regelmatige protesten tegen dure seizoenkaarten in Engeland – bij Arsenal kost de goedkoopste zo’n 1.150 euro – willen maar weinig fans van Manchester City of Chelsea terug naar het tijdperk van vóór de grote geldschieters: de oude stadions, de matige spelers, en een serieus risico op een jaartje of wat in de Championship, in plaats van de Champions League. In feite ook een soort Super League. Het enige verschil – zoals Ajax in 2019 liet zien – is dat dromen daar nog waarheid kunnen worden.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 24 april 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 24 april 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *