Hoe je door de TOZO-regeling als zzp’er in de schulden belandt

Hoe je door de TOZO-regeling als zzp’er in de schulden belandt

[ad_1]


Bij hun TOZO-aanvraag voldeden ze aan de gestelde eisen, maar achteraf bleek dat bij controle toch niet het geval te zijn. Hierdoor is een aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) juist door deze regeling in de schulden beland. De Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) ontving „honderden” meldingen van zzp’ers die (een deel) van hun uitkering moeten terugbetalen, terwijl zij eerst aan alle voorwaarden voldeden. VZN inventariseert deze klachten momenteel, zegt voorzitter Cristel van de Ven.
Al snel na het uitbreken van de coronacrisis werd de TOZO (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) door het kabinet uit de grond gestampt voor zzp’ers bij wie het inkomen – gedeeltelijk – wegviel. Zzp’ers die door de coronacrisis minder inkomen hebben, kunnen met de TOZO hun inkomen aanvullen tot maximaal 1.075,44 euro voor alleenstaanden en 1.536,34 euro voor gehuwden of samenwonenden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de TOZO-uitkering. Landelijk ontvingen 632.000 zzp’ers een vorm van overheidsondersteuning, TOZO of bijstand voor zelfstandigen. Circa 90 procent van die aanvragen was een inkomensondersteuning, aldus het ministerie van Sociale Zaken.
In 2020 vroegen in Amsterdam 40.702 zzp’ers TOZO aan, in Rotterdam en omstreken waren dat er ruim 11.000. Hoeveel van deze zzp’ers (een deel) van hun uitkering moet terugbetalen, weet het ministerie nog niet. Deze cijfers komen volgens een woordvoerder later dit jaar.

Het ministerie van Sociale Zaken erkent dat „door de hoge snelheid waarmee de TOZO is opgetuigd” er „foutieve communicatie” was tussen het ministerie en de uitvoerende gemeenten over de eisen en criteria voor de uitkering. Ook hebben sommige gemeenten al TOZO-gelden verstrekt, „op basis van de verwachtingen van hoe de regeling eruit zou komen te zien”.
Na de publicatie van de officiële regeling moesten deze gemeentes „herstelacties plegen om de regeling weer recht te trekken”. Later in het jaar zegt het ministerie duidelijk te kunnen zeggen hoeveel ontvangers van de TOZO (een deel) van hun uitkering terug moeten betalen.

Willekeur
„De TOZO is een uitgeklede bijstandsuitkering”, zegt Van de Ven. Er is volgens haar sprake van willekeur. „Iedere gemeente voert de TOZO op haar eigen manier uit. Er zijn verschillende vereisten en criteria.”
Toen de uitkering razendsnel, in het leven werd geroepen, dacht het kabinet dat het virus snel weer weg zou zijn, zegt Van de Ven. „Inmiddels zijn we een jaar verder. De problemen worden steeds beter zichtbaar.”
Verschillende gemeenten kampten en kampen met problemen rondom het uitvoeren van de TOZO, vertelt Van de Ven. „De uitkering is een samenraapsel van verschillende, bestaande wetten. In verschillende gemeenten was de nood onder zelfstandigen zó hoog, dat men alvast begon met uitkeren voordat de wetgeving rond was. Dat zorgt, achteraf, voor problemen.”
De snelheid waarmee de regeling is uitgerold, zit de zelfstandigen nu tegen, aldus Van de Ven. „Ondernemers vragen bijvoorbeeld: wat als ik een opdracht aanneem, maar daarmee nét te veel verdien voor de TOZO? Omdat de coronasituatie heel grimmig en onvoorspelbaar is, kunnen zzp’ers moeilijk een paar maanden vooruitkijken.”

Wisse Smit ‘Als het duidelijk op de site had gestaan, had ik die uitkering nooit aangevraagd’
 
Wisse Smit (23) woont in Amsterdam. „Eerst werkte ik voor festivals en horeca als decormaker. Nog voor de pandemie besloot ik mij om te laten scholen bij het Hout- en Meubileringscollege. Deze studie betaal ik vanuit mijn onderneming. Ik heb nooit studiefinanciering aangevraagd, omdat ik al inkomen heb vanuit mijn bedrijf. Toen de pandemie uitbrak, kwam mijn werk volledig stil te liggen, dus ik vroeg TOZO aan. Bij de aanvraag – ik heb het heel goed bestudeerd – stond niks over dat je als ‘student’ geen recht hebt op TOZO, dat volgde later pas. Ik ben niet naast mijn studie gaan bijklussen, maar andersom.” Na een maand of drie werd Smit gebeld door een ambtenaar. „Zij vertelde dat ik het geld nooit had mogen ontvangen. Toch was ik, ‘per ongeluk’, door de goedkeuring heenkomen. De ambtenaar voegde eraan toe dat ze mijn geval heel erg raar vond, maar dat ze er – helaas – niks aan kon veranderen. Zo zijn de regels”, werd Smit verteld. Hij hield er een schuld van 3.052 euro aan over. „Gelukkig heb ik nog wat spaargeld en geldt er een terugbetaaltermijn van maximaal drie jaar. Maar het blijft een heel raar verhaal”, vindt hij. „Als het in eerste instantie gewoon duidelijk en helder op de website van de gemeente had gestaan, had ik die uitkering nooit aangevraagd en was ik gaan lenen bij DUO. Dat is veel goedkoper lenen, en je mag veel langer doen over het terugbetalen.”

Marguerita Bisschop ‘Ik wil geen problemen met de overheid’
 
Marguerita Bisschop (42) woont in Woerden. Bisschop werkt in de marketing en communicatie. „Mijn inkomsten vielen snel terug, dus ik vroeg TOZO aan voor twee maanden. In die maanden kreeg ik ook Covid. Daar was ik flink ziek van. Ik heb ook een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV), na een tijd keerde die ook geld uit. Door de uitkering van de AOV kwam mijn inkomen boven de 1.000 euro per maand uit.” Bisschop nam contact op met haar boekhouder. „Die adviseerde mij om het te veel uitgekeerde bedrag, in totaal 400 euro, zo snel mogelijk terug te betalen omdat ‘je niet als fraudeur te boek wil staan bij de fiscus’”, verklaart Bisschop. „In mijn sector is nog steeds niet veel geld te verdienen. Van 1.000 euro per maand kan ik niet rondkomen. Zeker toen ik zelf corona had en niet fit was, kon ik niet werken”, aldus Bisschop. „Ik ben een alleenstaande moeder en kom al met moeite rond. Ik heb de schuld toch direct terugbetaald, ik wil geen problemen met de overheid.”

Lees ook: Hoe vergaat het zelfstandigen in de tweede lockdown? ‘Ik dacht: laat maar, ik red het zelf wel’

Anneke Schippers ‘Ik heb meer last gehad van alle ellende rondom de TOZO dan corona zelf’
 
Anneke Schippers* woont in Zoetermeer. Ze heeft een coachingspraktijk. „Door de lockdown viel mijn inkomen weg, dus vroeg ik TOZO aan.” Van haar ex-partner ontvangt zij kinderalimentatie. „Bij de aanvraag heb de alimentatie keurig opgegeven. Het is niet mijn geld, het is bedoeld voor mijn kinderen. Daar gebruik ik het ook voor.” De aanvraag werd snel goedgekeurd. „Zes maanden ontving ik het geld vlekkeloos. Daarna kreeg ik corona en kon ik helemaal niet meer werken. Ik ben er best lang ziek van geweest. Juist toen belde een gemeenteambtenaar met het bericht dat de kinderalimentatie toch wél zou meetellen als inkomen. Juist door alle verhalen over de toeslagenaffaire heb ik bij mijn aanvraag heel goed opgelet en specifiek gekeken of kinderalimentatie ook als inkomen telde. Dat was, tijdens mijn aanvraag, niet het geval”, zegt Schippers. „Herstellen van corona duurde een paar maanden. Achteraf heb ik meer last gehad van alle ellende rondom de TOZO dan corona zelf”, vertelt Schippers. Zij moet „ongeveer 2.700 euro” terugbetalen. Momenteel zit Schippers in een bezwaarprocedure. „Mijn inkomen is nog steeds lager dan eerst, ik heb geen recht op andere steunmaatregelen. Ik weet niet hoe ik die schuld moet terugbetalen. Van de TOZO betaalde ik mijn vaste lasten, terwijl de uitkering bedoeld is voor levensonderhoud”, besluit Schippers.
*Naam is op verzoek van de geïnterviewde gefingeerd, haar identiteit is bekend bij de redactie.

Marije Woudsma ‘Het afbetalen gaat ruim anderhalf jaar duren’
 
Marije Woudsma (28) woont in Bedum. „Ik had, samen met mijn ex-partner, een bedrijf. Bij het uitbreken van de crisis vielen onze grootste klanten weg. We hadden een promotiebedrijf en waren net bezig met het organiseren van een festival. De TOZO-aanvraag werd verrassend snel goedgekeurd en uitgekeerd.” Na een aantal maanden moest de uitkering verlengd worden. Volgens de gemeente had het stel echter geen recht op de uitkering. „In de berekening had de gemeente onze vaste kostenposten niet meegerekend. Op papier hadden wij te veel ontvangen. Dit terwijl bijvoorbeeld de huur van ons kantoor gewoon doorliep.” Woudsma heeft „talloze keren” bezwaar gemaakt en contact gezocht met haar gemeente. „Hoeveel ik ook belde of mailde, de gemeente bleef bij haar standpunt.” Uiteindelijk hield Woudsma er met haar ex-partner een schuld van 2.000 euro aan over. „Wij genereerden echter nauwelijks tot geen inkomen.” Ze troffen een betalingsregeling. Inmiddels is Woudsma een nieuw bedrijf begonnen. „Het afbetalen gaat ruim anderhalf jaar duren.”

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 22 april 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *