Hoe Rutte de macht hervond



Een paar weken geleden leek het politieke einde nabij voor Mark Rutte. Nu lijkt zijn positie niet meer ter discussie te staan.
Foto Bart Maat

„When you come at the king, you best not miss”, riep de weinig geliefde drugscrimineel Omar in de Amerikaanse serie The Wire naar een belager die een aanslag op hem verprutste. Begin april dacht een groot deel van de Tweede Kamer demissionair Mark Rutte (VVD) te vloeren. In het debat over de informatie werd een motie van afkeuring aangenomen en een motie van wantrouwen nipt verworpen. De dagen van Rutte, leek het, waren geteld.
Maar de belagers misten: Mark Rutte zit er nog en lijkt op weg naar zijn vierde kabinet. Partijen die hun vertrouwen opzegden, sorteren voor op een formatiepoging en praten in de coulissen zelfs al mee. Ze veroordelen daarmee zichzelf tot samenwerking met een premier die van geen wijken weet en in hún achterban impopulair is. Rutte hield woensdag redelijk eenvoudig stand in de Tweede Kamer door zichzelf opnieuw uit te vinden. Hij was niet langer het probleem, nee, hij was de oplossing – vond hij zelf. Er moest bovendien niet te lang over een nieuwe bestuurscultuur gepraat worden, vond hij, het werd tijd om het over „de inhoud” te hebben. GroenLinks en PvdA, twee partijen die mogelijk aanschuiven in de formatie, deden meteen wat hun gevraagd werd en begonnen te onderhandelen, bijvoorbeeld over geld voor de sociale advocatuur.
Zo lijkt alles weer terug bij het oude. Na een week waarin het aantal Kamerfracties toenam van zeventien naar achttien – na een scheuring binnen FVD – is de conclusie nog altijd dat Mark Rutte en zijn VVD als enige machtsblok in een steeds verder versnipperd politiek landschap zijn overgebleven. Voor Rutte is nooit een serieuze uitdager gekomen. Sigrid Kaag (D66) en Wopke Hoekstra (CDA) durfden het uiteindelijk niet aan. Kamerdebatten missen door het grote aantal fractievoorzitters richting en focus. Van de gewenste tegenmacht komt zo weinig terecht.
Het linkse en het liberale blok
Bij de liberalen is intern debat uitgebleven, ook toen Rutte onder grote druk stond. Dat komt omdat er in de VVD vanuit macht geredeneerd wordt. Uit recent onderzoek blijkt dat de VVD zónder Rutte kwetsbaar is en vermoedelijk snel implodeert. Mét Rutte is dat gevaar veel minder groot.

Lees ook dit artikel: De VVD kan niet zonder Mark Rutte

De banden tussen het linkse blok van PvdA en GroenLinks en het liberale blok van D66 en VVD zijn de afgelopen weken versterkt. Tijdens een debat over de formatie eind april sprak GroenLinks-leider Jesse Klaver in een schorsing met Rutte over de tekst van een motie die hij samen met de PvdA indiende. Die ging over het herstel van vertrouwen tussen overheid en burger, een nieuwe bestuurscultuur en betere toegang tot het recht – thema’s die Rutte maandagavond in Nieuwsuur óók noemde als bouwstenen voor die gewenste nieuwe cultuur. Hij had voor de uitzending al contact gehad met de leiders van de twee linkse partijen, zoals Klaver en PvdA’er Lilianne Ploumen ook gepolst werden over de woensdag aangewezen nieuwe informateur, Mariëtte Hamer.
Dat gebeurde allemaal niet in de openbaarheid. De gewenste nieuwe openheid liet nog even op zich wachten. Zoals een week eerder ook het intrekken van de eigen bijdrage voor toegangstesten al vóór het debat werd geregeld tussen de coalitie en de PvdA. Wat was hun alternatief? Er moet geregeerd worden, de twee linkse partijen willen wel, Rutte zit er nog, dus moeten ze het wel met elkaar proberen. De vraag is wat de prijs is, als een premier die meermaals weggekomen is met een onwaarheid door twee oppositiepartijen toch in het zadel wordt gehouden.
Een politiek gevolg kan zijn dat alle middenpartijen met elkaar regeren, en daarmee de oppositie overlaten aan de flanken. Dan gebeurt wat Rutte woensdag zei te vrezen: dat het debat „SP en PVV tegen het midden is”. Hij wilde dat voorkomen door de grote maatschappelijke debatten ook dóór de middenpartijen te laten voeren. Na tien jaar depolitisering zei hij nu te willen politiseren.
Twee maanden ‘ontploffing’
Ruttes bestuurlijke vernieuwing lijkt, als die wordt ingevoerd zoals hij dat voor zich ziet, juist voor een tegengesteld effect te zorgen. Hij zei in de Tweede Kamer dat „de romanticus in mij” terug wil naar de tijd van het kabinet-Den Uyl (1973-1977), toen felle debatten werden gevoerd in de beslotenheid van de ministerraad. De „heftige, grote maatschappelijke tegenstellingen” moeten vooral daar worden uitgevochten, vindt Rutte.
Hierdoor worden politieke leiders van coalitiepartijen juist verleid zitting te nemen in het kabinet. Het politieke primaat verschuift dan verder weg van de Kamer, waar in alle openheid wordt gepraat, naar het kabinet. Met als extra prettige bijkomstigheid voor Rutte dat hij zijn politieke rivalen veel meer onder controle heeft dan wanneer ze in de Kamer zitten. Dualisme, een andere wens die Rutte deze week uitsprak, is daarmee alleen maar verder uit beeld.
Stond in de vorige formatieronde onder leiding van Herman Tjeenk Willink Ruttes positie nog ter discussie, de nieuwe informateur Mariëtte Hamer wil het de komende weken louter over de inhoud hebben, bleek vrijdag. „Soms is het nodig dat er iets ontploft, dan kun je daarna weer verder. Maar na twee maanden van ontploffing is het nu wel echt tijd om door te gaan”, zei ze tijdens een persconferentie. Rutte is niet langer een belemmering, potentiële coalitiepartijen gooien er zand over. De gok van de VVD rond Pasen dat de tijd zijn werk wel zou doen, is uitgekomen. De Kamer heeft geschoten – en gemist.

Lees ook: Rutte denkt diep na – is het genoeg?

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 15 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 15 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *