Hoe voelde die leegte ook al weer?




Parijs is geen lege stad meer. De rolluiken zijn weer omhoog, de straten vol mensen op weg ergens naartoe, overal getoeter op drukke kruispunten, het onophoudelijke kabaal van een metropool. De verlaten, afgetrapte sfeer van de maanden ervoor is verdwenen. De puien van de restaurants zijn fris geschilderd, de menukaarten glanzen van nieuwheid. Op de volle terrassen praten Parijzenaars geanimeerd als altijd. De pandemie lijkt haast vergeten, er zijn alleen nog de mondkapjes, die steeds verder naar beneden zakken. Make-over, metamorfose, ik heb geen idee hoe ik het moet noemen, maar de stad blaakt van hernieuwd zelfvertrouwen. De winkels en restaurants die de afgelopen winter zijn omgevallen, en het zijn er veel, hebben geen tragische sporen nagelaten – ze zijn vervangen door nieuwe zaken, nieuwe concepten, nieuwe formules, nieuwe spullen. De oesterbar in Montparnasse met zijn waterval van ijs en schaaldieren blijkt vervangen door een strakke Italiaanse fastfoodtent. Het eeuwig kwakkelende restaurant met veel chroom en witleren bekleding om de hoek is nu ineens een ‘traditionele’ luxebakker, die maaltijden op het terras serveert – als je niet beter wist, zou je denken dat de zaak er jaren zat. Ook mijn favoriete Marokkaanse restaurant in Avenue Trudaine heeft plaatsgemaakt voor een wijn- & oesterbar; de Nederlands sprekende ober en de aanhankelijke huiskat zijn spoorloos verdwenen. In dezelfde straat tel ik drie nieuwe poké-bowl tentjes.Die veerkracht imponeert en is Parijs eigen. Ik maakte hem eerder mee, na de aanslagen van 2015, de rellen rondom de beweging van de Gele Hesjes, de lange, verlammende staking van eind 2019. Niemand krijgt de stad klein, hoe hard je ook op haar inbeukt.Maar die radicale omslag vervreemdt ook. Waar is het Parijs van de pandemie ineens gebleven? Waar is die benauwde en tegelijk intense sfeer die het leven meer dan een jaar in z’n greep hield? Ik denk aan de geïmproviseerde, illegale picknicks, de spontane borrels op straat, de plastic glaasjes, het sociaal kleumen in de ijzige kou, je houten kont na urenlang zitten op het gras van het park, het haastig sneaken door verlaten straten tijdens de avondklok. Aan de tergende angst voor besmetting, het slechte nieuws over de vader van een vriend, de ontelbare tests in tentjes op straat, in laboratoria, in een brillenwinkel op het Place d’Opera. Aan spookachtige stations en vliegvelden, kraakheldere blauwe luchten, de verstilde leegte bij de Piramide van het Louvre.Alleen de toeristen zijn nog niet terug. De afgelopen week liep ik door verlaten musea-zalen. In het Picasso-museum, waar een tentoonstelling over Picasso en Rodin te zien is, stond ik alleen voor verweesde doeken en sculpturen. Dit duurt niet lang meer, dacht ik, en terwijl ik me voorstelde hoe de zaal over een paar weken weer vol zou staan met mensen met omhooggehouden mobieltjes, dacht ik tegelijk: hoe kan ik vasthouden wat binnenkort onherroepelijk voorbij zal zijn?

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 5 juni 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 5 juni 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *