Hoeveel tegenmacht organiseerde NRC eigenlijk, tegen het Haagse monisme?




Heden lezen wij, gemeente, uit het boek Rutte III de verzen 1 tot en met 37, getiteld ‘De Notulen’. Merk op hoe ernstig maar onmachtig de bewindslieden worstelen met de onderhavige problematiek. Merk ook op hoe vertrouwd monistisch doch al te menselijk zij zich ergeren aan contraire bondgenoten. Merk tenslotte op, hoe wij dit alles eigenlijk, in de kern, al wisten.
Nog voor het debat van donderdag was notulen-exegese aan de orde van de dag in oude en nieuwe media. Met als constante de kwellende vraag of het glas Watergate nu halfvol was of halfleeg. Was dit vuurwerk of een verkoolde lucifer? Kortom, verstonden wij, gemeente, wat wij lazen?
De simpelste journalistieke logica is dan deze: hebben ze het gehad over ‘kritische Kamerleden’? Ja, bijna allemaal. En hebben ze ‘informatie achtergehouden’ voor de Kamer? Ja, bewust. En dan hadden ze het ook nog over ‘beeldvorming’ gehad, tot afgrijzen van tal van beeldvormers.
Maar er valt natuurlijk meer over te zeggen – met uiteenlopende interpretaties, zoals dat gaat bij tekst-exegese. Hier zagen we niet de arrogantie van de macht, noteerde bijvoorbeeld de Volkskrant, maar eerder „angst”: die van een belaagde club ministers voor een Kamer en media die telkens méér blijken te (willen) weten en die op zoek zijn naar schuldigen met naam en toenaam.
Niet fraai om te lezen, zoals beschreven door de Haagse redactie, hoe het kabinet dan onder dat spervuur aan vragen piept en kraakt. Al blijft het lichtjaren verwijderd van het grofgebekte gekonkel achter andere gesloten deuren, zoals die van Nixons Ovalen kantoor (op notulen uit het Kremlin wordt nog gewacht).
Tegenmacht is nu de slogan, zozeer dat filosoof Sjaak Koenis waarschuwt voor een valse, populistische tegenstelling tussen „waarachtige” politiek in dienst van burgers en die van de „elite” die louter machtsdrift zou zijn.
Maar welke opiniërende tegenmacht organiseerde NRC eigenlijk, toen monisme de Haagse verhoudingen ging bepalen?
Daarvoor moeten we diep terug in de archieven.
Ten tijde van het derde en laatste kabinet-Lubbers, in 1990, hees een cultuurhistoricus in deze krant de stormbal. In een hamerend opiniestuk met de veelzeggende kop Eénpartijstaat Nederland hekelde J.W. Oerlemans de „principiële eensgezindheid” die in politiek Den Haag was gegroeid, waardoor nauwelijks „effectieve oppositie” mogelijk was. Partijen hadden geen „ondubbelzinnige beginselen” meer, laat staan een „waardenhiërarchie”.
Die diagnose had een rechts-conservatieve ondertoon: de politieke malaise was de uiting van een stuurloze, „ik-gerichte” samenleving. Die produceert politici die „niet meer over een eigen identiteit en morele kern” beschikken. Ziedaar al de contouren van de huidige kritiek op een zekere ‘teflon-premier’. Of die van de reactionaire cultuur-nationalist Baudet op ‘het kartel’. Overigens betwijfelde ook NRC-nestor J.L. Heldring in zijn somberste buien of de democratie niet zijn beste tijd had gehad.
Het stuk van Oerlemans baarde opzien, maar verdween achter de horizon in de warme gloed van de Paarse jaren. Ruim tien jaar later herhaalde NRC de diagnose, bij monde van journalist Gerard van Westerloo, die in een lange reportage hoogleraren liet zeggen dat democratie in Nederland „een illusie” was. Opnieuw ophef, nu ook op de redactie: moest de krant dít nu als nieuws verspreiden? Het verscheen op het kookpunt van de Fortuyn-revolte, twee dagen voor de moord.
Subtieler, maar minstens zo scherp was de lange reeks Opklaringen die oud-adjunct-hoofdredacteur Marc Chavannes vanaf 1990 wijdde aan wat hij doopte de „stroperige staat” (later een gelijknamig boek). Thema’s: de bureaucratisering van de politieke en maatschappelijke verhoudingen, die leidde tot een doolhof aan verantwoordelijkheden en schier onoplosbare problemen in de uitvoering van beleid (ziet u de toeslagen al verschijnen?).
Op een buitenpost, in de bijlage Boeken, nam oud-correspondent Hubert Smeets intussen Paars de maat, in een reeks burgerlijk-agressieve besprekingen met sarcastische koppen als ‘Dat loopt dus wel..’ ( het Bijlmerramp-rapport), Nederland Quangoland (over de terugtredende staat) en Vierkante Wielen (een recensie van de haperende NS-dienstregeling). Met die aanval op technocratisch Paars trok Smeets, onopgemerkt, gelijk op met een andere dissident, die toen in Elsevier en tal van zaaltjes druk bezig was om het podium te timmeren waarop hij de natie in het nieuwe millennium zou toespreken.
Cruciaal verschil: waar Smeets pleitte voor herpolitisering binnen de kaders van een pluriforme democratie, koerste Fortuyn op wat Wilders en Baudet nu in extremere vorm propageren: een volksdemocratie waarin de meerderheid (‘het eigen volk’) het simpelweg voor het zeggen heeft. Kritiek op dat opkomende populisme én op de fletsheid van de gevestigde politiek was ook daarna veelvuldig in de krant te vinden, onder meer in de columns en essays van Bas Heijne.
Kortom, de ‘elite-krant’, zoals NRC wel werd genoemd, deed bij tijd en wijle zijn best om die elite wakker te houden of op te schrikken – ook een vorm van tegenmacht. Het dichtst daarbij in de buurt komt momenteel, in mijn ogen, de wekelijkse rubriek van Tom-Jan Meeus, die diepe Haagse bronnen combineert met politiek-historische kennis die verder teruggaat dan vorig jaar.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.

In het huidige dossier moet een grundlegende Darstellung als dat geruchtmakende stuk van Oerlemans er nog komen. Als de verkondigde revolutie tenminste niet eindigt zoals vaker: niet met een knal, maar in een zucht.
Sjoerd de Jong
Reacties: ombudsman@nrc.nl

De lezer schrijft … Waarom vette letters?
Als het recente rapport van Human Rights Watch over Israël „omstreden” is, waarom zet NRC dan de stelling [dat Israël zich schuldig maakt aan apartheidsbeleid „ten opzichte van de Palestijnse inwoners”] vetgedrukt en in gewone tekst dat het omstreden is?
M.L. Nijkerk

… de krant antwoordt Typografie is nog geen steunverklaring
Dit slaat niet op tekst in de krant, maar op de ‘5om5’-nieuwsbrief van NRC van 27 april. Daarin wordt een artikel over dit rapport van de mensenrechtenorganisatie aangekondigd, met de conclusie dat Israël zich schuldig maakt aan apartheidspolitiek in vette letters. Dat accent is niets bijzonders; in de nieuwsbrieven van NRC worden kernwoorden of belangrijkste beweringen in een nieuws-item (zoals de conclusie van dit rapport) uitgelicht in bold lettertype. Helemaal consequent gebeurt dat niet en ook bij „omstreden” had het best gekund. Het typografische signaal is geen ideologisch statement of blijk van instemming. Hooguit een tikje grafisch betuttelend.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 1 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 1 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *