IFFR: heruitvinden om zichzelf te blijven




1989-1991Marco Müller (directeur Pingyao Filmfestval)Het Filmfestival Rotterdam kent een illustere geschiedenis. Filmmakers en sterren als Christopher Nolan en Kate Winslett werden er ontdekt. Via Cinemart en Hubert Bals Fonds werd het een bakermat voor films en hofleverancier voor de competities van Cannes en Venetië. Die geschiedenis is ook de geschiedenis van de directeuren die na de dood van oprichter Huub Bals in 1988 diens erfenis voortzetten en heruitvonden. Toen Marco Müller na een tussenjaar onder leiding van Anne Head, aantrad als IFFR-directeur organiseerde hij net als Bals, twee festivals. „Één voor de beste films die gemaakt zijn en één voor de beste films die eraan komen.” Het IFFR wilde zich als „start-up voor films” profileren.Ook distribueerde Rotterdam films in Nederland. De als sinoloog opgeleide Müller vanuit China: „Een festival als Rotterdam creëert marktwaarde. Een film die niet besproken en niet bekeken wordt bestaat niet.” Müller bediende net als Bals primair een cinefiel publiek: „De meeste festivals worden georganiseerd in plaatsen met een toeristische meerwaarde. In Rotterdam was het half januari zulk slecht weer dat je echt niets anders kon doen dan van ’s ochtends tot ’s avonds films kijken en erover praten. Dat is Rotterdam: te vuur en te zwaard de pracht van de onafhankelijke film verdedigen.” 1991-1996Emile Fallaux (journalist en beleidsmaker) „Het IFFR was in de jaren negentig met Berlijn, Cannes, Venetië en Toronto een van de vijf grote filmfestivals. Mijn doel was een breder publiek aantrekken zonder het cinefiele oogmerk te vergeten”, aldus Fallaux. Hij was destijds woonachtig in New York en thuis in de wereld van Amerikaanse onafhankelijke filmmakers die hij bij het festival introduceerde. „Sandra den Hamer (sinds 1992 adjunct-directeur) en ik wilden dat het IFFR een rol ging spelen bij het opkrikken van de (Nederlandse) filmcultuur, zonder de erfenis van Bals te loochenen. Het was het analoge tijdperk. Huub moest de hele wereld over reizen om films te zien en vervolgens die grote blikken met filmrollen door de douane zien te krijgen. Tegenwoordig kan iedereen een festival bij elkaar clicken. De lat ligt zo nog hoger voor het IFFR om nodig en uniek te blijven.” De jaren negentig waren het „begin van de festivalisering van de cultuur.” „Dat was toen nuttig en nodig”, recapituleert Fallaux. „Nu kun je daar vraagtekens bij zetten.” Fallaux introduceerde in 1995 de Tiger-competitie. „Bals was tegen competitie, dat zette filmmakers maar tegen elkaar op, en dat non-competitieve bepaalde ook de amicale sfeer op het festival. Maar een competitie was nodig om de publiciteit voor films en makers te vergroten.” Een persoonlijk hoogtepunt was de band met de dissidente, zogeheten ‘Zesde Generatie’ Chinese filmmakers, „de opvolgers van Zhang Yimou en Chen Kaige, die zich tegen hun mooifilmerij teweerstelden.” 1996-2004Simon Field (Producent)„Toen ik begon, stond de filmwereld door de opkomende digitalisering voor grote veranderingen. Het was duidelijk dat bioscopen al lang niet meer de enige plek waren om films te kijken.” Field heeft voor ons gesprek door oude catalogi gebladerd en constateert verheugd: „Het was een goede tijd voor de onafhankelijke cinema. De catalogi werden elk jaar dikker, we konden echt groeien.” Hij memoreert hoe hij indertijd „zeer tongue-in-cheek” opbiechtte de ‘sandwichformule’ te hebben geadopteerd: „Wij konden voor het eerst gebruik maken van de Pathé op het Schouwburgplein. Uitdagende, avantgarde-producties afwisselen met betere publieksfilms. De vraag is dan wel altijd: wat is het brood en wat het beleg?” 2004-2007Sandra den Hamer (directeur Eye Filmmuseum)„Het IFFR was vanaf het begin legendarisch”, aldus Sandra den Hamer die in totaal 23 jaar voor het festival werkte. „Dat kwam doordat regisseurs als Jim Jarmusch en ontelbare anderen vanaf het startpunt van hun carrière door het festival zijn gesteund. Gastvrijheid was altijd de kern van het festival, iedereen moet zich welkom voelen. Dat hoor je ook terug in hun verhalen. Ze krijgen allemaal glinsterende ogen.” Voor haar is de geschiedenis van het IFFR er een van golfbewegingen. „De ‘norse’ Bals was niet zo op de Nederlandse film gesteld, Taipei leek aanvankelijk dichterbij dan Hilversum. Fallaux zette de ramen en deuren naar de Nederlandse makers open. Onvergetelijk moment: „Toen ik de namen van producenten Jeroen Beker en Frans van Gestel verhaspelde tot Jeroen van Gestel en Frans Beker.”2007-2015Rutger Wolfson (directeur debatpodium Arminius) „Als er één ding constant is aan het IFFR, dan is het wel dat het zich de afgelopen vijftig jaar steeds heeft heruitgevonden om zichzelf te blijven”, aldus Rutger Wolfson. Het IFFR is een aanjager van vernieuwing in de filmindustrie. Als voorbeeld noemt hij IFFR Live. „De meeste IFFR films vinden buiten het festival moeilijk een publiek. Als antwoord besloten we festivalfilms in 50 Europese steden tegelijk te vertonen.” De periode onder Wolfson bracht veel grote crossoverprojecten: filmprojecties op Rotterdamse gebouwen, films van kunstenaar Cameron Jamie live begeleid door rockband The Melvins. Wolfson: „Live cinema vind ik altijd spannend.” 2015-2020Bero Beyer (directeur Filmfonds)Bero Beyer had een duidelijke taak: het internationale profiel versterken. „Om dat voor elkaar te krijgen ben ik met een grote smile de wereld rondgevlogen om iedereen eraan te herinneren hoe bijzonder Rotterdam is. Men vroeg natuurlijk: wat heb je te bieden? Een van die dingen is innovatie op filmgebied. Denk aan onze streamingservice IFFR Unleashed, waar het festival nu in het tweede coronajaar profijt van heeft. Iets anders was het verder omarmen van kunst. Een hoogtepunt was het Sleepcinemahotel, slapen in een filminstallatie. Ik heb de kussenslopen nog.”Ook de context kreeg meer signatuur. „De talks en masterclasses werden bijna een aparte tak van het festival en daar bleek veel behoefte aan te zijn. Parasite-regisseur Bong Joon-ho die vlak voordat hij zijn Oscars wint even langskomt.”„IFFR is en was er niet om te pleasen. Zodra het daarom gaat verliest het z’n bestaansrecht. Maar het is wel een feest natuurlijk. Dat was ook wat iedereen die ik overal ter wereld sprak zich herinnerde: het boottochtje, de oesters, tot laat in de nacht aan de bar over film ouwehoeren.”

Nieuwsbrief
NRC Film

De beste filmstukken, interviews en recensies van de nieuwste films

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 26 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *